Oversterfte in West-Vlaamse woonzorgcentra is de laagste van het land: "Er zitten meer jongere en gezondere bejaarden" 

In West-Vlaanderen stierven er tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis ongeveer 360 bejaarden meer in een woonzorgcentrum dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat heeft professor Johan Surkyn van de onderzoeksgroep Interface Demography aan de VUB berekend. Toch is dit cijfer het laagste van het land.

Dit jaar zijn er tussen begin maart en eind april, in volle coronacrisis, 800 bejaarden gestorven in de West-Vlaamse rusthuizen. Dat zijn er dus 360 meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens Johan Surkyn, onderzoeker demografie aan de Vrije Universiteit Brussel, is dat het laagste cijfer van het land. "Zeggen dat de rusthuizen in West-Vlaanderen hun mensen heel goed of beter zouden beschermen tegen het virus, is té kort door de bocht", verduidelijkt Surkyn.  

Vroeger naar rusthuis

"Een van de verklaringen zou kunnen zijn dat mensen in vergelijking met andere provincies, een beetje vroeger naar een rusthuis trekken", vervolgt Surkyn. "En als ze jonger gaan, zijn ze gezonder en minder vatbaar voor het virus.

Dat heeft volgens Surkyn ongetwijfeld voor een stuk te maken met het landelijke karakter van West-Vlaanderen. "Mensen wonen verder uiteen en daardoor kunnen kinderen bijvoorbeeld soms moeilijker voor hun ouders zorgen", besluit hij. 

Meest gelezen