Van oud-burgemeester Louis Tobback mag beeld Leopold II weg van gevel Leuvens stadhuis

Voor oud-burgemeester van Leuven Louis Tobback (SP.A) mag het beeld van Leopold II verdwijnen uit zijn nis op het Leuvense stadhuis. “We moeten luisteren naar wat de jeugd nu zegt”, aldus Tobback. “Als het hen aangrijpt, moet dat beeld weg.”

Er is de laatste tijd heel wat te doen rond de beelden van Leopold II. Standbeelden worden beklad, vanmorgen nog in Brussel en Oudergem, en er gaan veel stemmen op om ze allemaal weg te halen. Ook in een nis van het Leuvense stadhuis prijkt een beeld van de voormalige koning. Al zullen veel toeristen en zelfs Leuvenaars niet eens weten waar. “Eerlijk gezegd, ik denk dat niet één op de 100 Leuvenaars u zou kunnen zeggen waar dat beeld juist staat”, zegt Louis Tobback. Het beeld staat in de toren aan de Naamsestraat. 

Als we dat beeld beschouwen als een eerbetoon, moet het daar weg

De beelden dateren uit de 19e eeuw en hebben volgens Tobback geen historische waarde. “Leopold II staat daar schouder aan schouder met Napoleon, terwijl de meeste toeristen denken dat dat allemaal Middeleeuwse productie is”, aldus Tobback. Maar van hem mag het beeld absoluut verdwijnen. “We moeten het een beetje in zijn context plaatsen. Wat Leopold II in Congo heeft gedaan is afgrijselijk. Als men dat beeld beschouwt als een eerbetoon, dan moet men hem daar uithalen. Als het de jeugd zo aangrijpt, dan doen we een goede zaak om hen gelijk te geven en hem daar weg te halen.”

KU Leuven

De KU Leuven besliste eerder deze week om een borstbeeld van Leopold II weg te halen uit de universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein. Ook een goede zaak volgens Tobback: “Daar stond die buste midden in de leeszaal. Studenten kijken voortdurend naar zijn lange baard en hij zit waarschijnlijk naar de studentinnen te loeren.” 

Over wie de plaats van Leopold II in de nis van het Leuvense stadhuis dan moet innemen, is Tobback formeel: hijzelf alvast niet. “Wie dat durft doen, ontmoet ik in de rechtbank. Geen straten, geen pleinen, geen lanen, geen standbeelden voor mij. Laten we bescheiden blijven. Je ziet ook wat er achteraf mee gebeurt. Als de opvattingen over urbanisme binnen 50 jaar veranderd zijn, kieperen ze mij misschien ook de Vaart in.”

Meest gelezen