Vlaamse regering zal advies krijgen om toch praktijktesten in te voeren, verwacht expert Pieter-Paul Verhaeghe

Wetenschappers zullen de overheid volgende week naar alle waarschijnlijkheid adviseren om toch praktijktesten in te voeren, om discriminatie op de arbeidsmarkt en de huurmarkt aan te pakken. Dat verwacht Pieter-Paul Verhaeghe, een van de experts die geraadpleegd worden door de Vlaamse regering. De regering vroeg aan wetenschappers om een "monitoringsysteem" uit te werken om discriminatie te meten. De N-VA spreekt liever niet van praktijktesten. Maar het beste monitoringsysteem zijn net die praktijktesten, en dat zullen wetenschappers waarschijnlijk ook voorstellen, zegt professor Verhaeghe. 

Academici zijn het eens: praktijktesten zijn de beste manier om discriminatie op de arbeidsmarkt en de huurmarkt aan te pakken. Dat zegt socioloog Pieter-Paul Verhaeghe van de VUB. Verhaeghe moet de Vlaamse regering volgende week woensdag samen met een tiental experts, (waaronder Stijn Baert van de UGent) adviseren hoe discriminatie het best wordt "gemonitord". 

"Binnen de academische wereld is een duidelijke consensus om discriminerend gedrag te meten aan de hand van praktijktesten", zegt Verhaeghe. "Daarbij laat men twee kandidaten appliqueren op een vacature of een huuradvertentie. Nadien kijkt men of de werkgever of makelaar beide kandidaten gelijk behandelt", klinkt het. "Mijn verwachting is dan ook dat academici die consensus zullen volgen, en het advies zullen geven om academische praktijktesten te gebruiken om discriminatie in kaart te brengen." 

Niet helemaal mee met dit verhaal? 

“Praktijktesten” komen al drie dagen prominent in het nieuws, nadat er woensdag een resolutie is voorgesteld door de Vlaamse regeringspartijen. Die zegt dat wetenschappers een systeem zullen uitwerken om discriminatie in elke sector te meten. Het debat kwam op gang na de anti-racismeprotesten die overwaaiden uit de VS. Maar Open VLD en N-VA kwamen daarna elk met een eigen interpretatie van de resolutie, waardoor de spanning in de regering opliep. 

Volgens minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) betekent het systeem niet dat er “praktijktesten” komen. Onder dat begrip wordt meestal verstaan dat fictieve huurders zich kandidaat stellen voor een woning, of dat er gewerkt wordt met “mystery calls”. Dat wil N-VA niet, omdat de overheid dan zou “liegen” tegen burgers, legde Diependaele donderdag uit in “Terzake”. Vlaams Belang zette met een campagne “Baas in eigen huis” nog extra druk op de N-VA om niet te spreken van praktijktesten. 

Het spel zat dan ook op de wagen toen minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) vrijdag wél expliciet over praktijktesten sprak. Na een crisisberaad gisteren, besloot de regering om het op de vage omschrijving van een “academisch monitoringsysteem” te houden: wetenschappers moeten adviseren hoe discriminatie het best wordt gemonitord. Vandaag is al duidelijk dat zij zo goed als zeker zullen adviseren om wel met praktijktesten te werken.

De ene praktijktest is de andere niet

Er blijft dan wel een debat mogelijk over de vorm die de praktijktesten moeten aannemen, legt Verhaeghe uit. De belangrijkste vraag is of er gevolgen worden gegeven aan die testen. Kortom: wordt er discriminatie vastgesteld, wat zijn dan de gevolgen voor een werkgever, voor een makelaar of voor een verhuurder? 

“Een academische praktijktest meet waar er wordt gediscrimineerd. Maar waarschijnlijk zullen gemeenten kunnen kiezen om verder te gaan, en ook sectoren aan te spreken waar discriminatie nog een probleem is”, zegt Verhaeghe. "Dan spreken we van 'sensibiliserende praktijktesten'." De onderzoeker pleit er echter voor om die “sensibilisering” op Vlaams niveau te organiseren, en ook individuele makelaars of werkgevers aan te spreken, en niet enkel sectorfederaties.  

“De vraag is al helemaal of er ook gevolgen en sancties kunnen worden gegeven na de praktijktesten, wat dan 'juridische praktijktesten' zouden zijn. Dat kan door probleemgevallen door te verwijzen naar UNIA”, zegt Verhaeghe. "Zo lopen er nu twee tuchtrechtelijke procedures tegen makelaars na praktijktesten in Gent. De uitkomst daarvan is bij mijn weten nog niet bekend." 

Meer dan een telefoontje?

Nog zo’n inhoudelijke discussie is welke vorm die praktijktesten aannemen. Dat kan enerzijds met "mystery calls": een eigenaar van een woning doet dan bijvoorbeeld alsof hij zijn pand niet wil verhuren aan mensen met een migratieachtergrond, en er wordt genoteerd hoe de makelaar reageert. “Dat meet vooral de intentie van die makelaar”, zegt Verhaeghe. 

Daarnaast is er ook een grondigere techniek, de “correspondentietesten”, waarbij twee personen zich via mail of een telefoontje kandidaat stellen om bijvoorbeeld een woning te huren. “Dan meet je effectief gedrag van een makelaar of een verhuurder, en daar kan je ook hardere conclusies uit trekken", zegt de professor. 

Die correspondentietesten zijn echter al moeilijker te organiseren. Wil je bovendien meten of mensen met een migratieachtergrond effectief even veel kans maken om een woning te mogen huren (en niet alleen een bezoek te brengen), dan zijn eigenlijk “situatietesten” nodig, waarbij kandidaten verder gaan. “Methodologisch zeer lastig, dat beseft de wetenschappelijke wereld ook", zegt Verhaeghe. 

Herbekijk hier de reportage van "Terzake" deze week, waarin makelaars gericht de regels rond discrimatie bleken te ontwijken: 

Video player inladen...

Welke discriminatie?

Welke vormen van discriminatie dan worden onderzocht, is nog een inhoudelijk debat dat moet worden gevoerd. “Discriminatie meten op basis van etnische afkomst, dat lijkt me een zekerheid, maar meestal kijkt men ook naar discriminatie van mensen met een handicap, op de arbeidsmarkt”, zegt Verhaeghe. 

“Op de arbeidsmarkt gaan we daarnaast waarschijnlijk ook monitoren waar er op leeftijd wordt gediscrimineerd. En op de woningmarkt speelt gezinssamenstelling ook vaak een rol. Heel misschien wordt er ook gekeken naar discriminatie op basis van seksuele oriëntatie”, klinkt het. 

Meest gelezen