Leopold III met premier Van Acker tijdens een ontmoeting in Oostenrijk.

75 jaar geleden: de Belgische regering valt over de Koningskwestie

Op 16 juni 1945 leidt de Koningskwestie tot de eerste regeringscrisis na de Tweede Wereldoorlog. Een probleem dat er al lang aan zat te komen en nog lang zou aanslepen.  

Het optreden van koning Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog zal na die oorlog zware gevolgen hebben voor België.

Op 28 mei 1940 had hij met zijn leger gecapituleerd voor de Duitse legers die amper 18 dagen eerder België waren binnengevallen. De Britse en Franse regeringen waren daar niet over te spreken. 

Tegelijk verkoos hij om tegen de wil van zijn regering in, krijgsgevangene van de Duitsers te worden, liever dan in het buitenland de strijd tegen de agressor voort te zetten. De regering, geleid door de Waalse katholiek Hubert Pierlot, koos voor het laatste.

Krantenkop over de overgave van Leopold III op 28 mei 1940. ‘Het Algemeen Nieuws’ was een nieuwe krantentitel die toen sinds  enkele dagen in het (toen al bezette) Brussel verscheen, onder Duitse controle.

Meteen na zijn overgave werd Leopold openlijk gedesavoueerd door zijn regering. Kort daarna keurde een groot aantal Belgische parlementsleden, die bijeen waren in de Franse stad Limoges, in scherpe woorden de houding van de koning af. Dat alles was ongezien in de geschiedenis van de Belgische monarchie.

Leopold, die voor de oorlog al kritiek had op het Belgisch parlementair regime, was hierover zeer verontwaardigd. Hij erkende de regering-Pierlot niet meer als de zijne. Hij probeerde zelfs een nieuwe regering te vormen, maar de Duitsers staken daar een stokje voor. 

Leopold III (tweede van rechts), kort na zijn troonsbestijging in 1934 met zijn eerste vrouw koningin Astrid (die in 1935 zou verongelukken). Helemaal links prins Karel, zijn broer. Helemaal rechts Hubert Pierlot, toen minister van Binnenlandse Zaken. Leopold kon niet goed overweg met Pierlot, naast de politieke wrijvingen die hij met zijn ministers had.

Zeer veel Belgen stonden aanvankelijk erg positief tegenover de houding  van de gevangen koning, die het lot van zijn soldaten wilde delen. Die populariteit verminderde echter sterk toen de weduwnaar Leopold in 1941 hertrouwde met de mooie Oostendse Lilian Baels. Het jaar daarop beviel ze van een zoon. Het lot van de “gevangene van Laken” was duidelijk niet helemaal hetzelfde als dat van zijn soldaten in de krijgsgevangenkampen. 

Intussen wisten de Belgen niet dat de koning eerder al, in het geheim en op zijn verzoek, een gesprek met Hitler had gevoerd over de toekomst van België, een gesprek dat trouwens niets opleverde. Zoals zovelen was Leopold er een tijd van overtuigd dat Duitsland de oorlog had gewonnen en dat België zich daarnaar moest schikken.Hij vond dat zijn land zich in de verdere strijd neutraal moest houden. 

Hoe dan ook ging een dergelijk optreden veel verder dan de zeer beperkte rol die de Belgische grondwet aan de koning toekent. 

Prinses Marie-José, de zuster van Leopold III, bezocht in oktober 1940 Hitler in zijn buitenverblijf in Berchtesgaden, met de bedoeling een onderhoud met haar broer af te spreken. Omdat ze gehuwd was met de troonopvolger van Duitslands bondgenoot Italië, kon ze als go-between optreden. Een maand later kon Leopold naar Berchtesgaden gaan.

De regering-Pierlot, die vanuit Londen de oorlog voortzette, was op de hoogte van Leopolds houding en handelen, maar bleef hem omwille van de eendracht onder alle Belgen als een nationaal symbool beschouwen. Ook al weigerde Leopold elk contact met de regering. 

Toen de regering in september 1944 naar het bevrijde Brussel terugkeerde, was Leopold met zijn gezin al een paar maanden eerder naar Duitsland gevoerd. De koning had wel voor de regering een brief achtergelaten, die bekend zou worden als zijn “politiek testament”.

Daaruit bleek dat zijn houding weinig veranderd was. Hij toonde zich nog altijd verontwaardigd over de houding van zijn ministers –  van wie hij regelrechte excuses eiste – en was weinig respectvol voor de geallieerden. Pierlot en zijn collega’s waren verbijsterd, maar zwegen. 

Een groot probleem voor de Belgische politiek

Zolang de strijd tegen Duitsland duurde, drukte het officiële België de hoop uit dat de gevangen koning zo snel mogelijk weer zijn rol als staatshoofd zou kunnen opnemen. Intussen nam zijn broer prins Karel het regentschap waar. 

De leidende politici, de politieke partijen en de kranten legden zichzelf in die tijd meestal het zwijgen op over Leopold. Dat bleef zo toen Pierlot in februari 1944 als premier vervangen werd door de Brugse socialist Achille Van Acker, die een regering van nationale eenheid ging leiden. Maar iedereen, ook de fervente aanhangers van Leopold, besefte dat een terugkeer van de koning een zwaar probleem vormde, een soort tijdbom onder de Belgische politiek.

Dat probleem werd dringender toen de geallieerde legers in de lente van 1945 Duitsland binnendrongen. In regeringskringen dacht men na over wat er zou moeten gebeuren als Leopold opdook. Ook de geallieerde legerleiding vroeg de Belgische regering wat haar troepen moesten doen als ze Leopold zouden vinden. De Britten waren overigens op hun hoede voor Leopold: premier Churchill zou hem zijn houding nooit vergeven. 

De regering-Van Acker, gevormd in februari 1945. Achille Van Acker zit in het midden (met snor). Links van hem Paul-Henri Spaak, rechts van hem Charles du Bus de Warnaffe.  Edgar Lalmand staat helemaal links op de foto. Léo Mundeleer ontbreekt.

Eind april, begin mei verschenen er persberichten dat Leopold III zou zijn vrijgelaten en naar Zwitserland zou gaan. Die bleken achteraf onjuist te zijn, maar in  België was het hek van de dam. Terwijl het Derde Rijk ineenstortte, raakte het land opgewonden over een terugkeer van de koning. Sommige groepen en individuen waren van plan hem in Zwitserland te gaan ophalen. 

Enkele krantenberichten van 8 mei 1945. Links uit de katholieke kranten De Gentenaar (boven) en Het Handelsblad (onder), rechts uit de communistische krant De Roode Vaan. Op het moment dat Leopolds bevrijding bekend raakte, las men nog berichten dat hij in Zwitsersland of Luxemburg zat!

Op 3 mei eisten de katholieke parlementsfracties dat de koning bij zijn vrijlating meteen zou terugkeren en automatisch in zijn functie zou worden hersteld.  Daarop zei de socialistische partij dat ze zich daartegen zou verzetten en dat men Leopold beter kon vragen om troonsafstand te doen. Enkele dagen later lieten de liberalen weten dat ze niet voor een automatische terugkeer van de koning waren, terwijl de communisten zich er radicaal tegen verzetten. De Koningskwestie was geboren. 

Leopold en Lilian op het terras van de villa in Strobl met de Amerikaanse militairen die hen bevrijdden.

Van Ackers plan

Intussen had premier Van Acker een heel plan uitgewerkt om de koning onder voorwaarden terug te halen. Leopold zou bij zijn terugkeer een verzoenende toespraak moeten houden, waarin hij onder meer zijn waardering voor de geallieerden en het verzet zou uitdrukken. Hij zou zich moeten ontdoen van enkele van zijn omstreden raadgevers. Zelfs prinses Lilian zou zich in het begin niet laten zien.

Van Acker achtte zijn kansen tot slagen niet erg hoog. Het kwam er op aan snel te handelen. 

Leopold III met zijn vrouw prinses Lilian kort na hun bevrijding met twee Amerikaanse generaals: Alexander Patch (bevelhebber Zevende Leger, rechts) en Wade Haislip (bevelhebber XVe Legerkorps, links).

In de ochtend van 8 mei kwam dan het nieuws binnen dat Leopold en zijn gezin de dag daarvoor door Amerikaanse troepen bevrijd waren in Strobl, een plaats niet ver van Salzburg in Oostenrijk, gelegen aan een meer in de toeristische streek Salzkammergut . Ze verbleven daar in een comfortabele villa en waren gezond en wel.

Terwijl overal in Europa de eindoverwinning op nazi-Duitsland gevierd werd, trof de Belgische regering de laatste schikking voor een expeditie naar Oostenrijk onder leiding van prins Karel en premier Van Acker, die de koning moest gaan halen. Die was voorbereid als een echte militaire operatie, in samenwerking met het geallieerde opperbevel. De Amerikaanse troepen in Strobl kregen de opdracht dat ze Leopold daar moesten houden: hij mocht althans geen middelen krijgen om te vertrekken. 

Amerikaanse soldaten houden de wacht voor de villa in Strobl waar Leopold verbleef.

De prins-regent en de eerste minister werden op hun tocht vergezeld door drie ministers: de katholiek Charles du Bus de Warnaffe (Justitie), de liberaal Léo Mundeleer (Landsverdediging) en de communist Edgar Lalmand (Ravitaillering). Daarnaast gingen onder meer de kabinetschef van de koning en de secretaris van de regent mee.

Het hoge gezelschap vertrok in de vroege ochtend van 9 mei (amper enkele uren nadat de Duitse capitulatie was ingegaan) en reisde deels met de auto, deels per vliegtuig door Duitsland. De militaire transporten en de vernielingen in Duitsland zorgden voor heel wat hinder en oponthoud. Pas in de late avond arriveerde het gezelschap in de buurt van Strobl.

Omdat het al zo laat was, werd besloten pas de dag daarop Leopold te ontmoeten.  Het gezelschap ging dus naar het nabijgelegen Sankt Wolfgang om te overnachten in het bekende hotel Weisses Rössl. Maar nog diezelfde avond kwam iemand uit Leopolds gevolg naar het hotel met de eis dat prins Karel meteen zijn broer zou opzoeken. 

Hotel Weisses Rössl in Sankt Wolfgang, waar de regent en de ministers verbleven. Het hotel werd beroemd door de populaire operette ‘Im Weissen Rössl’ (Het Witte Paard)

Hoewel hij vermoeid was deed Karel wat hem gevraagd werd. Dat eerste onderhoud verliep al meteen slecht. Toen Karel na middernacht terugkeerde, was hij zeer terneergeslagen.

De volgende dagen hield de koning een reeks gesprekken met de prins-regent en de ministers. Die pendelden daarvoor tussen het hotel in Sankt Wolfgang en de villa in Strobl. Ze hadden elk afzonderlijk een audiëntie. Dat verliep niet bepaald vlot. Zelfs de eerste minister moest soms een tijd wachten vooraleer hij werd ontvangen.  

Intussen daagde ook de socialistische minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak in Sankt Wolfgang op. Hij kwam regelrecht uit San Francisco aan de Amerikaanse westkust, waar hij de oprichtingsconferentie van de Verenigde Naties meemaakte. Hij vond het spijtig om de afloop van die historische gebeurtenis te moeten missen, maar zijn aanwezigheid was meer dan gewenst.

Spaak was immers de enige overgebleven minister die deel had uitgemaakt van de regering-Pierlot. Hij had het voor de oorlog goed met de koning kunnen vinden en had in mei 1940, enkele dagen voor Leopolds overgave, nog een laatste ontmoeting met hem gehad.  

Het weerzien tussen Leopold en Spaak verliep niet hartelijk. De koning wilde hem zelfs geen hand geven. Spaaks welsprekendheid was nodig om het ijs wat te breken. 

De Belgische ministers in Oostenrijk. Op de voorgrond, van links naar rechts: Van Acker, Spaak, du Bus de Warnaffe, Mundeleer en Lalmand. (AMSAB)

Het probleem was dat Leopold niet kon vergeten wat er in 1940 gebeurd was. Hij eiste nog altijd excuses eiste van de leden van de vroegere regering-Pierlot en “de mannen van Limoges”.  Hij was ook ontevreden over de manier waarop de Belgische politiek voor de oorlog was verlopen.

Intussen was België bevrijd, was Hitler dood en hadden de fascistische dictaturen een zware nederlaag geleden, waren er miljoenen mensen in de strijd gesneuveld en nog eens miljoenen anderen in kampen omgekomen. De wereld was fundamenteel veranderd en de koning leek dat niet helemaal te hebben begrepen. Er moest zwaar met hem worden gepraat. 

De koning keert niet terug

Leopold ging dan ook niet in op het voorstel om terug te keren volgens het door Van Acker geplande scenario. Hij wilde wachten, nadenken. Uiteindelijk werd hij ziek. Dat was geen uitvlucht, want de emoties hadden hem blijkbaar getroffen. Maar het gaf wel een excuus om de terugkeer uit te stellen. 

Van Acker kon niet meer wachten. Hij ging op 12 mei terug naar Brussel. Voor zijn vertrek moest worden uitgemaakt wie de rol van staatshoofd zou opnemen. Door zijn bevrijding was de koning niet langer “in de onmogelijkheid te regeren” en was er dus geen regent meer nodig. Maar iedereen was het erover eens dat Karel verder het regentschap zou uitoefenen zolang Leopold niet terug in zijn land was. 

Na veel discussie tekende Leopold een brief aan zijn “waarde broeder” waarin hij de regent verzocht de opdracht voort te zetten die hij “in het belang van de natie” op zich had genomen, omdat Leopolds gezondheidstoestand hem niet toeliet meteen naar België terug te keren. 

Het plan om Leopold III snel terug te brengen in een sfeer van verzoening was mislukt. Door het uitstel werd de discusie tussen voor- en tegenstanders van de koning steeds heviger. Leopold werd een strijdpunt. Socialisten, liberalen en communisten eisten openlijk zijn aftreden en beschuldigden hem zonder meer van sympathie voor het naziregime. Op 29 mei werd een grote anti-leopoldistische meeting gehouden waar de liberale politicus Charles Janssens Leopold “de eerste der incivieken” noemde. 

Premier Van Acker ging in de daaropvolgende weken nog een paar maal naar Oostenrijk terug om met Leopold te praten, maar intussen raakte de sfeer in België steeds meer gespannen. Van Ackers eigen socialistische partij stelde zich steeds harder op.

Van 9 tot 11 juni 1945, vlak voordat Van Acker zijn laatste gesprek met Leopold had, hield zijn eigen Belgische Socialistische Partij een congres waarbij het aftreden van de koning werd gevraagd.. Groepsfoto op het congres met v.l.n.r. Grumbach, Achille Van Acker,  Sirène Blieck, Louis de Brouckère, Paul-Henri Spaak, Achille Delattre, Léon-Eli Troclet, Rongvaux, Edward Anseele jr., Rombaut, Van Eyndonck, Arthur Jauniaux, Louis Major, mevr. Vandervelde (AMSAB)

De crisis

Uiteindelijk aanvaardde Leopold de voorwaarden, maar het was te laat. Op 14 juni liet de koning weten dat hij genezen was en terug zou keren. Twee dagen later vergaderde de regering over de kwestie. De (liberale) ministers van Binnenlandse Zaken en Landsverdediging zeiden dat ze niet konden instaan voor de ordehandhaving als de koning terugkeerde. Alleen de katholieke ministers wilden de verantwoordelijkheid nemen voor de terugkeer van de koning. De anderen wilden dat niet. Meteen daarop diende Van Acker bij de regent het ontslag van de regering in. 

Anti-leopoldistische affiches die herinneren aan Leopolds gedrag tijdens de bezetting.

De crisis die toen ontstond had haar gelijke niet in de Belgische politieke geschiedenis. De politieke leiders vlogen heen en weer naar Salzburg, waar ze met de koning gesprekken voerden over de vorming van een regering die de terugkeer van de koning wel zou dekken.

Na een maand liet de koning weten dat dit niet gelukt was, omdat daar geen meerderheid in het parlement voor te vinden was. De regent trok toen het ontslag van de regering-Van Acker in, maar de katholieke ministers stapten meteen op. Van Acker vormde  daarop een nieuwe regering, zonder katholieken. Leopold bleef intussen in Oostenrijk.

In juli 1945 keurde het parlement een speciale wet goed die de terugkeer van de koning blokkeerde. Het regentschap van prins Karel werd voor onbepaalde duur verlengd.

Leopold III zou nog vijf jaar in het buitenland doorbrengen. Eind 1945 verhuisde hij naar Zwitserland. De koningskwestie was intussen min of meer in de politieke koelkast geplaatst.  In 1949 zou de kwestie weer helemaal op de voorgrond treden. Toen werd een volksraadpleging georganiseerd over 's konings terugkeer... Met alle gevolgen van dien. 

Na een zware escalatie eindigde de Koningskwestie toen Leopold III in 1951 de troon overdroeg aan zijn zoon Boudewijn.
Aanhangers van Leopold kwamen nog de dag voor zijn troonsafstand hem eer bewijzen in Laken.

Meest gelezen