ROBIN UTRECHT

Het islamdebat mag antiracismestrijd niet recupereren

Islamisten en multiculturalisten maken handig gebruik van de verontwaardiging over de dood van George Floyd om het streven naar levensbeschouwelijke neutraliteit van de overheid af te doen als “islamofobie” en “racisme”, vindt Jurgen Slembrouck. Hij is medewerker van de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen.

opinie
Jurgen Slembrouck
Jurgen Slembrouck is medewerker bij de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen

Door de vreselijke dood van George Floyd is het maatschappelijke en politieke debat over racisme wereldwijd in een stroomversnelling gekomen. Dat is een goede zaak. Racisme is onaanvaardbaar, omdat het op fundamentele wijze de gedachte aantast dat alle mensen vrij en gelijk geboren worden en dat zij elkaar daarom als broeders dienen te erkennen.

Racisten verwerpen die gedachten en menen dat “mensen bepaald zijn, veelal in negatieve zin, door een reeks echte of denkbeeldige eigenschappen die ze, op grond van biologische afstamming met een groep gemeen zouden hebben.” (Etienne Vermeersch).

Racisme rechtvaardigt ongelijkheid op basis van valse argumenten

Racisme is dus een oneigenlijke en daardoor schadelijke vorm van genetisch reductionisme, het rechtvaardigt ongelijkheid op basis van valse argumenten. De frustratie waar velen de afgelopen dagen uiting aan hebben gegeven is dan ook begrijpelijk en de eis om racisme aan te pakken is terecht. Toch is waakzaamheid geboden. Vrij snel werd de discussie over racisme ook gekaderd binnen het ruimere discriminatiedebat en vermengd met de discussie over neutraliteit. Dat is niet onschuldig. De kans bestaat dat de legitieme strijd tegen racisme zo gekaapt wordt door een levensbeschouwelijke, identitaire agenda en daardoor haar geloofwaardigheid verliest. 

Antiracismestrijd gekaapt?

Ondanks de coronapandemie en geldende verbodsbepalingen kwamen ook in ons land duizenden mensen op straat om tegen racisme te protesteren. Verschillende commentatoren verklaarden het grote succes van de Black Lives Matter-manifestaties door te stellen dat racisme een structureel karakter heeft en te maken heeft met hoe macht verdeeld wordt. Sommige groepen vallen daarbij systematisch uit de boot en worden op basis van huidskleur, naam of afkomst gediscrimineerd.

Volgens de Belgische discriminatiewetgeving heeft racisme inderdaad ook betrekking op eigenschappen die niet door biologische overerving worden doorgegeven. Naast zogenaamd ras is het ook verboden om mensen te discrimineren op basis van nationaliteit, huidskleur, afkomst en etnische afstamming die ook als “raciale criteria” worden aangemerkt. Die gelijkschakeling is merkwaardig maar niet geheel onbegrijpelijk aangezien het ook eigenschappen betreft waarvoor mensen niet kunnen kiezen. 

Godsdienstvrijheid is niet zaligmakend

Dat kan echter niet gezegd worden van de eigenschap “geloof of levensbeschouwing” die ook als een verboden discriminatiegrond wordt erkend maar waarbij de marges duidelijk ruimer zijn. Hoewel het Europees Verdrag voor de rechten van de mens de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst beschermt, mag de uitoefening van die vrijheid onder bepaalde voorwaarden wel degelijk beperkt worden. Bijvoorbeeld in het kader van tewerkstelling voor de overheid of binnen de muren van de officiële school.

 Wat dat laatste betreft, oordeelde het Grondwettelijk Hof nog maar net dat het “grondwettig is voor een inrichtende macht van een officiële school, met het oog op het creëren van een volkomen neutrale educatieve omgeving, om de leerlingen/studenten te verbieden om zichtbare religieuze, politieke en levensbeschouwelijke kentekens te dragen.” 

Dat de discussie over racisme vermengd wordt met de discussie over neutraliteit is niet onschuldig

In een opiniestuk voor knack.be verklaart Jessika Soors (Groen!) zich solidair met moslima’s die een hoofddoek wensen te dragen. “De racistische geluiden klinken misschien luid, maar laat je niets wijsmaken: hoofddoek of niet, dit zijn onze mensen, onze collega's, onze buurvrouwen, onze vriendinnen.” Volgens Soors is de hoofddoek een symbool “Van hun culturele identiteit, maar evengoed van een uiting tegen de discriminatie waar ze zich slachtoffer van voelen.”

Haar argumenten tegen een zogenaamd hoofddoekenverbod zijn echter merkwaardig, zeker voor iemand die gevoelig heet te zijn voor de situatie van minderheden: “De groep die je ermee raakt is veel groter dan de groep die je ermee zou beschermen”. Het is Soors dus helemaal niet te doen om de minderheid, althans niet de eventueel afvallige of liberale minderheid binnen de islamitische gemeenschap. Blijkbaar is die minderheid voor Soors niet beschermwaardig.

Een model van exclusieve neutraliteit binnen de sfeer van de overheid biedt de beste garantie voor de vrijheid van individuele burgers 

Haar visie is dan ook schatplichtig aan het multiculturalisme waar de rechten van de groep primeren op die van het individu. In het reeds vermelde arrest hanteert het Grondwettelijk Hof een andere logica. Het hof was van oordeel dat een verbod een maatregel kan zijn om “alle studenten te beschermen tegen de sociale druk die zou kunnen worden uitgeoefend door zij die hun overtuiging wel zichtbaar wensen te maken” en verder dat een dergelijk verbod noodzakelijk kan zijn “met het oog op het verzoenen van de belangen van verschillende groepen”.

Opmerkelijk is wel dat het arrest betrekking heeft op een hogeschool (Francisco Ferrer) en dus op meerderjarige studenten. Dat is controversieel en onder de hashtag TouchePasAMesEtudes en #HijabisFightBack wordt protest aangetekend.

Neutraliteitsstreven is geen racisme

Voor dit betoog is dat aspect echter van ondergeschikt belang. Het centrale punt dat het Grondwettelijk Hof maakt betreft het legale en legitieme karakter van het neutraliteitsstreven. Dat streven getuigt dus niet per definitie van racisme zoals sommigen beweren. Vlaams parlementslid El Kaouakibi (Open Vld) vergist zich dan ook wanneer ze in het programma De Afspraak naast praktijktesten ook een model van inclusieve neutraliteit verdedigde in de strijd tegen racisme. Uitgerekend als liberaal zou ze moeten beseffen dat een model van exclusieve neutraliteit binnen de sfeer van de overheid de beste garantie biedt voor de vrijheid van individuele burgers die binnen de liberale rechtsstaat centraal staan. 

De levensbeschouwelijke neutraliteit van officiële instellingen is al jaren een doorn in het oog van multiculturalisten en islamisten voor wie de godsdienstvrijheid absoluut is. Zij instrumentaliseren de verontwaardiging over de dood van George Floyd om het neutraliteitsgebod gelijk te schakelen aan “islamofobie” en “racisme”. Op die manier wakkeren ze de identitaire polarisatie alleen maar aan en ondermijnen ze het legitieme karakter van de antiracismestrijd. Dat is uitgerekend voor de echte slachtoffers van racisme een slechte zaak.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen