Belga

Vandaag is het Wereldslenterdag: waar komt het woord "slenteren" vandaan?

19 juni is Wereldslenterdag. Een dag waarop het allemaal wat kalmer mag, zonder haast. World Sauntering Day is in 1979 bedacht door de Amerikaan W.T. Rabe. Maar waar komt het woord slenteren vandaan? "Het heeft te maken met een slee en een slons", zegt taalkundige Peter Petré (UA) op Radio 2 Antwerpen.

Slen·te·ren (slenterde, heeft, is geslenterd): langzaam en zonder doel wandelen. Tot zover de uitleg over het werkwoord slenteren in het woordenboek Van Dale. Weinig woorden sluiten qua klank en gevoel beter aan bij hun betekenis dan slenteren. Maar waar komt het gezapige woord vandaan? Radio 2 Antwerpen vroeg het op Wereldslenterdag aan taalkundige Peter Petré van de Universiteit Antwerpen.

Glijden als een slee

"Het woord slenteren duikt voor het eerst op in de jaren 1600 en bestaat uit twee delen", zegt Petré. "Het toevoegsel -eren achteraan betekent: blijven doen, herhalen. Spatteren betekent veelvuldig spatten maken en stuiteren veelvuldig stuiten. Dus moeten we weten wat het eerste deel slent- betekent. Dat is verwant met het woord slee. Tel die twee samen en je komt bij een gezellige definitie namelijk: veelvuldig glijden en voortschuifelen. Maar er is een addertje", zegt Petré in "Start je dag".

Slenterende slons

"De stam slent- is namelijk ook verwant aan het woord slons, iemand die zichzelf niet goed verzorgt", nuanceert Petré. "Slenteren heeft in de eerste bronnen dan ook vaak een negatieve bijklank. Je leest dan bijvoorbeeld: ook op werkeldagen slenteren sy wat rond. Of nog: zat van de wijn en beneveld zat hij te slenteren. "

Slenterdeuntje uit 1632

Al lijkt die negatieve bijklank ook snel verdwenen. "Nog in de zeventiende eeuw al in 1632 lanceerde de Nederlandse allround artiest, dichter en schilder Willem Schellinks het idee voor een Wereldslenterdag.  Ruim 350 jaar dus voor de Amerikanen. Schellinks heeft er zelfs een lied over geschreven: het Slenterdeuntje. Helaas zijn er geen muzieknoten bewaard dus kan ik het niet zingen", zegt Petré. Gelukkig vind je de zeventiende-eeuwse tekst hieronder.

't Slenter-deuntje

 

Hey, tza! wie wil meê aan de wind?
Wie wil meê op den tril?
Wie wilder meê om een Slentertje?
Slentertje, Slentertje, Slentertje?
Wy zitten hier al te stil.

Kom lustig met de neus op straat,
Voort, voort, verluchje wat.
Wie wilder meê om een Slentertje?
Slentertje, Slentertje, Slentertje?
Wie wilder meê op een pad.

Stap weg. Die niet meê Slenteren wil,
Die blijft vry in der muit.
Wie wilder meê om een Slentertje?
Slentertje, Slentertje, Slentertje?
't Moy weertje lokt ons-

UIT.

W. Schellinks.