Een illegaal pleinfeest op de buiten

Louis van Dievel, schrijver en journalist, schrijft elke week over de kleine en grote actualiteit. Vandaag kijkt hij op eigenzinnige manier naar hoe mensen in dorpen en gehuchten coronaregels overtreden om cafétijd in te halen.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Wij konden niet achterblijven, natuurlijk konden wij niet achterblijven. We wonen dan wel in een gehucht dat niks voorstelt, maar we zijn niet achterlijk. Of toch niet achterlijker dan gemiddeld. De hele week ging het op Facebook over niets anders. Dat we eens zouden laten zien dat niet alleen de mensen van ‘t stad hun *** aan de regels durven te vegen. Dat wij van de buiten evengoed een dikke vinger naar het gezag durven opsteken. Fuck the system, en zo!

Opgenaaid dat wij waren! Dat het maar rap zaterdag zou worden.

Cafétijd inhalen

Om zeven uur ’s avonds zaten wij al met minstens dertig man op het terras van café Het Stalleke. Dat café heet eigenlijk Het Stellake, maar omdat het er niet al te proper is, ge verstaat wat ik bedoel. Normaal staan wij om zeven uur nog aan te schuiven aan de frituur of bij de Turkse pizzabakker en zakken wij pas tegen tien uur, halfelf af naar het café, maar nood breekt wet, nietwaar? En daarbij, wij hadden nog úúúren cafétijd in te halen, door die coronalockdown van mijn voeten. Er zaten nog mensen op het terras, oudere mensen natuurlijk, met mondmasker op, en ver uit mekaar, maar die zijn niet lang blijven zitten toen wij arriveerden, die voelden dat er iets stond te gebeuren. Bangeriken!

De vrolijke coronavrienden

Om elf uur zaten er al een paar van ons te geeuwen. Een paar waren al ferm boven hun theewater. Als ge op iets zit te wachten gaat de tijd trager dan ge zoudt willen. Om middernacht viel de Gille van zijn stoel, van de grote vaak en van de drank. De Fikke lag met zijn kop op tafel te slapen en Nancy werd ineens zo bleek als een lijk en moest lopen om, enfin, ge weet wel. 

‘Volhouden, mannen!’ moedigde Den Dikke ons aan. Den Dikke heet eigenlijk Willy Van den Plas en hij is helemaal niet dik of zo; hij heeft die bijnaam gekregen bij de Chiro en hij is er niet meer verlost van geraakt. Hij is de beheerder van onze Facebookgroep “De vrolijke coronavrienden” en onze natuurlijke leider.

Er steeg gejuich op toen de torenklok eindelijk één uur sloeg. De bazin van café Het Stalleke kwam voorzichtig melden dat ze ging sluiten, dat ze moést sluiten, of dat ze anders miserie zou krijgen en een ferme boete, maar tot haar stomme verbazing stonden wij al recht en klaar met gepast geld voor ons gelag.

Een plein van een zakdoek groot

Wij trokken naar het enige plein dat ons gehucht rijk is, het plein voor de kerk. Het is maar een zakdoek groot maar ge kunt niet alles hebben, en daarbij, het is het gebaar dat telt. Onderweg waren we nog wat meelopers kwijt gespeeld zodat we nog met anderhalf dozijn diehards overbleven om het gezag te tarten. Den Dikke had lang vóór zeven uur zijn camionette op het kerkplein geparkeerd met een geluidsinstallatie die niet zou misstaan op Rock Werchter en genoeg drank voor wel honderd man. Dat het bier warm was kon ons niet schelen. We zongen en we dansten en we dronken terwijl de bassen de gekleurde ruitjes van de kerk deden trillen.

‘Dichter bijeen staan, mannen!’ riep Den Dikke, ‘en weg met dat mondmasker, Jennifer, of ge kunt naar huis!’

Zere voeten

Na een half uur begonnen we zere voeten te krijgen van het dansen en hees te worden van het zingen. Maar wat veel erger was: niemand keek naar ons om. De mens die over de kerk woont had zijn kop eens uit het venster gestoken en had zijn oordopjes opnieuw ingedaan en een mens die ’s nachts zijn hond nog uitliet was een minuutje blijven staan kijken en dat was het.

‘Ik heb nochtans de pers verwittigd,’ zei Den Dikke, ‘de VTM, de VRT, de regionale tv en het reclameblad. Dat wij wetens en willens de wet zouden overtreden.’

‘En waar blijft de politie?’ vroeg iemand zich luidop af.

Ja, waar is de politie als ge hem nodig hebt?

‘Momentje,’ zei Den Dikke, ‘ik bel ze zelf op.’

 En hij ging achter het hoekje staan om zich verstaanbaar te kunnen maken.

Geen drie minuten later was hij al terug, sip kijkend.

‘Ze komen niet,’ zei hij, ‘de nachtploeg heeft haar handen vol met een uitgebroken paard.’

‘En of we geen vuil willen achterlaten want dat er om halfelf een mis is.’

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen