Video player inladen...

President van Kosovo wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden

De speciale rechtbank voor Kosovo in Den Haag (Kosovo Specialist Chambers) heeft de Kosovaarse president Hashim Thaci en enkele andere politici aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. De feiten deden zich voor tijdens het conflict in (de toenmalige Servische provincie) Kosovo, eind jaren 90. 

Hashim Thaci is nauw verbonden met de strijd voor onafhankelijkheid van Kosovo. Als student leidde hij al mee de protesten tegen de toenmalige Servische president Slobodan Milosevic, en in het midden van de jaren 90 was hij betrokken bij de oprichting van het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK in het Albanees). Het UCK, dat aanvankelijk vooral aanhang had bij jonge Albanese Kosovaren, wilde de onafhankelijkheid van Kosovo gewapenderhand afdwingen. (lees voort onder de foto)

Tijdens het Kosovo-conflict vielen veel slachtoffers onder Albanese Kosovaren, maar ook de Servische bevolking in Kosovo werd getroffen

De activiteiten van het UCK tegen de Servisch/Joegoslavische troepen leidden vanaf 1998 tot een regelrechte burgeroorlog. Het Westen - en vooral de Verenigde Staten - steunden de Kosovaren in hun strijd tegen Milosevic, maar wilden toch een nieuw grootschalig conflict op de Balkan (zoals in Bosnië-Herzegovina) voorkomen. Na vele ultimatums vond er begin 1999 een internationale vredesconferentie plaats in het Franse kasteel van Rambouillet, waar de Kosovaren vertegenwoordigd waren door Hashim Thaci, intussen de leider van het UCK.

De conferentie mislukte, en niet lang daarna (eind maart 1999) begon de NAVO met bombardementen op doelwitten in toenmalig Joegoslavië (Servië en Montenegro). Albanese Kosovaren werden door de Servische troepen massaal verdreven uit Kosovo. Na 78 dagen werden de bombardementen beëindigd en moest Servië een NAVO-aanwezigheid tolereren. Zodra de Kosovaren terugkeerden, begonnen er ook wraakacties tegen de Servische bevolking. (lees voort onder de foto)

Hashim Thaci als UCK-leider tijdens het conflict in 1998-1999

Het is onder meer op deze wraakacties (vaak uitgevoerd door leden van het UCK) dat de aanklachten van het Kosovotribunaal in Den Haag betrekking hebben. Ze beslaan de periode tussen 1 januari 1998 en 31 december 1999. In de jaren na het conflict doken verhalen op over een handel in organen van Serviërs, opgezet door het UCK om hun strijd te financieren. Onderzoek in die zaak leidde tot de oprichting in 2015 van een speciale rechtbank voor misdaden begaan in Kosovo.

Die 'Special Chambers' rechtbank werkt volgens Kosovaars recht, maar met internationale rechters om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te garanderen. Ze is gevestigd in Den Haag, zodat er een betere garantie is op bescherming voor getuigen. De aanklager van de Kosovorechtbank besliste vandaag om Thaci en negen andere voormalige leiders van het UCK verantwoordelijk te stellen voor zowat honderd moorden op Albanees-Kosovaarse tegenstanders, Serviërs en Roma. Andere beschuldigingen gaan over ontvoeringen, vervolging, foltering en verkrachting. (lees voort onder de foto)

De Kosovaarse president Hashim Thaci met zijn Franse collega Macron
Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Veel Albanese Kosovaren - en vooral voormalige leden en sympathisanten van het UCK - staan wantrouwig tegenover het Kosovotribunaal. Zij wijzen erop dat het in de eerste plaats Kosovaren waren die door de Servische troepen werden uitgemoord en mishandeld. Bij het conflict in Kosovo vielen meer dan 10.000 doden. Kosovo verklaarde zich onafhankelijk in 2008, maar het land wordt niet erkend door Servië. Hashim Thaci werd in 2008 premier, en sinds 2016 is hij president van Kosovo. Thaci heeft als gevolg van de aanklacht een bezoek aan de VS geannuleerd. Hij zou er in het Witte Huis deelnemen aan gesprekken met de Servische president Vucic over een oplossing voor de Kosovo-impasse.

Bekijk hieronder het verslag van "Het Journaal Laat":

Video player inladen...

Meest gelezen