Kloof tussen sterke en zwakkere leerlingen in lager onderwijs groter door coronacrisis

De kloof tussen de sterkere en de minder sterke leerlingen in het lager onderwijs lijkt te zijn vergroot als gevolg van de coronacrisis. Dat blijkt uit de eerste bevindingen na de interdiocesane proeven in het Katholiek Onderwijs. De interdiocesane proeven zijn afgenomen bij leerlingen van het zesde leerjaar. De proeven worden opgesteld door leerkrachten die los van de school staan en gelden als kwaliteitsanalyse. Ook in het secundair onderwijs zijn er trouwens zorgen over leerachterstand.

De proeven zijn gehouden bij leerlingen van het zesde leerjaar in 1 op de 3 lagere scholen van het Katholiek Onderwijs, bij zo'n 11.500 leerlingen uit meer dan 400 scholen. Daarbij is gepeild naar de opgebouwde kennis uit de zes leerjaren van het basisonderwijs. 

Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken over wat het voorbije schooljaar is gebeurd

Machteld Verhelst (Katholiek Onderwijs)

"De geruststellende boodschap is dat er geen grote leerachterstand is opgemeten voor wat de gemiddelden betreft", zegt Lieven Boeve van het Katholiek Onderwijs. "We vermoeden wel dat de kloof tussen de sterkere leerlingen en de minder sterke leerlingen groter is." 

"Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken over wat het voorbije schooljaar is gebeurd, maar de voorlopige cijfers tonen weinig verschuivingen met de resultaten van voordien", zegt Machteld Verhelst, pedagogisch directeur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Volgens het Katholiek Onderwijs moet verdere analyse duidelijk maken of de ongelijkheid die de scholen hebben vastgesteld zich ook in cijfers vertaalt. Daarover zal meer duidelijkheid komen bij het begin van het nieuwe schooljaar.

Intussen, in het secundair onderwijs

Ook in het secundair onderwijs heerst ongerustheid. Bijna de helft van de secundaire scholen maakt zich zorgen over de leerachterstand die hun leerlingen opliepen tijdens de coronacrisis, blijkt uit een onderzoek van de onderwijsinspectie.

Die bezocht 531 scholen die via een representatieve steekproef waren uitgekozen. Daaruit is gebleken dat de bezorgdheid om leerafstand bij 49 procent van de secundaire scholen leeft, maar daarom niet over de hele lijn. Een kwart van hen vreest slechts voor enkele leerlingen, leerjaren, onderwijsniveaus of studierichtingen. Een vijfde denkt dat kwetsbare leerlingen nog kwetsbaarder worden, en nog een vijfde verwacht leerachterstand omdat bepaalde leerinhouden, leerdoelen en praktijkvaardigheden niet aan bod komen.

Toch ligt 51 procent van de secundaire scholen niet wakker van leerachterstand. Zij zeggen dat de leerlingen goed worden opgevolgd, en dat door een focus op de belangrijkste doelen zoveel mogelijk uit de verminderde onderwijstijd gehaald wordt.