Contactopsporing loopt nog niet vlot: systeem laat niet meer dan 10 namen toe, nog geen inkomende gesprekken mogelijk

De contactcenters die moeten opsporen wie er in contact is gekomen met mensen die besmet zijn met het coronavirus kampen nog altijd met kinderziekten. Dat schrijven de Mediahuis-kranten en is ons bevestigd. Zo kunnen contactopspoorders tot dusver nog maar 10 contacten digitaal registreren. Zijn het er meer, dan moet het met pen en papier.

Getest op het coronavirus en u blijkt besmet? Dan zouden de contactonderzoekers van de overheid in actie moeten schieten. Zij bellen u dan op om u te vragen naar de mensen uit uw omgeving die u mogelijk hebt kunnen besmetten. Die mensen zouden dan op hun beurt een telefoontje moeten krijgen.

Alleen: de contactcenters die daarvoor zijn uitgerust kampen nog altijd met vervelende probleempjes, onder meer met het digitale platform dat daarvoor op poten is gezet. "Dat platform is in een recordtempo op poten gezet door de IT'ers", bevestigt Joris Moonens, de woordvoerder van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. "Dat moest ook, omdat het contactonderzoek halsoverkop moest starten."

Maar daarbij zijn, zo zegt hij, "een aantal minder gelukkige keuzes gemaakt". Zo kunnen op dit moment nog altijd maar maximum tien contacten per persoon worden geregistreerd. Dat wordt nu extra vervelend, omdat vanaf morgen uw persoonlijke 'bubbel' kan worden uitgebreid tot 15 mensen.

"Het gebeurt wel niet vaak dat mensen meer dan 10 contacten opgeven (zie ook kader hieronder, red.)", zegt Karine Moykens, de voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, in "De ochtend" op Radio 1. "Maar hoe dan ook moet een systeem relevant zijn en moet het werken." In afwachting van een oplossing moeten de contactonderzoekers daarom met pen en papier werken als er meer dan tien namen worden doorgegeven.

Geen inkomende telefoontjes

En dat is niet het enige euvel waar de contactcenters mee kampen. Ook inkomende telefoontjes zijn bijvoorbeeld nog altijd niet mogelijk. Dat is vervelend, omdat artsen of patiënten de contactonderzoekers zelf soms (extra) informatie willen bezorgen of iets willen rechtzetten, maar dat nu gewoon niet kunnen. 

Nu zitten we nog in onze bubbels, we kennen onze contacten nog goed. Maar eens de culturele en sportevenementen weer op gang komen, zullen we in contact komen met mensen die we niet echt kennen

Karine Moykens, de voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing

"Ook dat is een keuze die in de beginperiode gemaakt is om vooruit te kunnen", zegt Moonens. "U weet dat contactonderzoek aan strenge privacyregels moet voldoen. Bellen naar het contactcenter stelt toch wat uitdagingen op dat vlak." Het gaat er vooral om dat momenteel de ene onderzoeker geen toegang heeft tot dossiers van de andere, waardoor inkomende telefoontjes alleen maar extra problemen zouden opleveren.

Moykens geeft wel aan dat de problemen met inkomende telefoontjes nu vaak al op een andere manier worden opgevangen. "Wij proberen mensen meermaals op te bellen. En we hebben ook onze 'field agents', die mensen thuis proberen op te zoeken."

Oplossing in zicht

Het goede nieuws is dat er voor beide oplossingen gloren aan de einder. Volgende week zou het digitale systeem een update krijgen, waardoor de grens van tien personen zou wegvallen. Een oplossing voor wie zelf het contactcenter wil verwittigen, zou er wel pas tegen 22 juli zijn.

En een mobiele app die je verwittigt bij een mogelijke besmetting? "We hopen die in september in gebruik te kunnen nemen", zegt Moykens. "Nu zitten we nog in onze bubbels, we kennen onze contacten nog goed. Maar eens de culturele en sportevenementen weer op gang komen, zullen we in contact komen met mensen die we niet echt kennen." Ze benadrukt dat er bij de ontwikkeling van die app alle aandacht is voor de privacy van de gebruikers.

Beluister hier het gesprek met Karine Moykens in "De ochtend" op Radio 1:

Weinig medewerking

"Van alle mensen die we op een dag moeten bellen, bereiken we er tussen de 50 en de 60 procent", zegt Moonens. De helft dus, de andere helft neemt niet op of weigert mee te werken. Van zij die wel opnemen, geven er maar 4 op de 10 contacten door. Gemiddeld geven die mensen 4 personen door.

"Dus daar is ook werk aan de winkel om mensen zo goed mogelijk te overtuigen om goed mee te werken aan het contactonderzoek. Mensen moeten echt wel beseffen dat dit een belangrijke verdediging is tegen het virus en die kan helpen vermijden dat we naar een heropflakkering gaan, die dan weer kan leiden tot vervelende dingen als een lockdown.

Meest gelezen