Video player inladen...

Grote prehistorische okermijn gevonden in Mexicaanse onderwatergrotten

Onderzoekers hebben bewijzen gevonden voor een ambitieuze, grote prehistorische mijnoperatie in donkere, nu ondergelopen grotten in de buurt van Tulum op het schiereiland Yucatan in Mexico. In de grotten werd van 12.000 tot 10.000 jaar geleden gegraven naar oker, een rode minerale kleurstof die zeer gegeerd was in de prehistorie. De vondsten uit de grotten zijn in een uitstekende conditie. 

De mijn stamt uit de tijd dat de mens zich voor het eerst verspreidde in het gebied. Zo'n 12.000 jaar geleden werd er voor het eerst gegraven naar oker en de mijn bleef in gebruik gedurende zo'n 2.000 jaar. Daarna werd ze verlaten en na het einde van de laatste ijstijd zijn de grotten, die bekend staan als 'cenotes', zo'n 8.000 jaar geleden ondergelopen als gevolg van de stijgende zeespiegel. 

De onderzoekers voerden gedurende meer dan 600 uur meer dan 100 duiken uit in drie grottensystemen, Camilo Mina, Monkey Dust en Sagitario, aan de oostkust van de staat Quintana Roo. In totaal onderzochten ze zo'n 7 kilometer onderaardse gangen in de drie systemen, en ze vonden in alle drie aanwijzingen voor het mijnen van oker.

In de studie die de wetenschappers nu over hun onderzoek gepubliceerd hebben, hebben ze zich geconcentreerd op het Sagitario-grottensysteem en een 900 meter lang stuk ervan dat ze La Mina genoemd hebben. Dat is het best bestudeerd en er zijn de meeste aanwijzingen gevonden voor het zoeken naar en het opgraven van oker. Camilo Mina en Monkey Dust zullen later nog verder onderzocht worden, zo zeggen de onderzoekers.   

Een duiker in het 'La Mina' gedeelte van het Sagitario grottensysteem.
CINDAQ.ORG via AP

Tiener Naia

De afgelopen 15 jaar zijn er een tiental overblijfselen van menselijke skeletten gevonden in de grotten, onder wie een vrouwelijke tiener die de onderzoekers 'Naia' genoemd hebben naar de Naiaden, waternimfen uit de Griekse mythologie. Naia stierf zo'n 13.000 jaar geleden in de Hoyo Negro-grot na een val van zo'n 30 meter door een gat naar een ondergelegen kamer in een donkere tunnel. Sindsdien vragen paleontologen zich af hoe die prehistorische mensen terecht zijn gekomen in de toen nog droogstaande grotten, waarin een aantal doorgangen zitten die zo nauw zijn dat men er nauwelijks door kan raken. 

"Hoewel Naia bijgedragen heeft aan onze inzichten in de afstamming, groei en ontwikkeling van de vroege Amerikanen, was er weinig geweten over waarom zij en haar  tijdgenoten het risico namen om in de doolhof van grotten binnen te gaan", schreven de onderzoekers van El Centro Investigador del Sistema Acuifero de Quintana Roo (CINDAQ). 

"Er werd gespeculeerd over wat er hen zou kunnen toe aangezet hebben om plaatsen te betreden die zo ingewikkeld zijn en zo verraderlijk om er je weg te vinden, zoals tijdelijke beschutting, vers water of het begraven van menselijke stoffelijke resten, maar geen van die speculaties werd goed ondersteund door archeologische aanwijzingen", zo schreven ze.  

"Nu weten we voor de eerste keer waarom de mensen uit die tijd het enorme risico genomen hebben om deze verraderlijke grotten te onderzoeken", zei Sam Meacham, de stichter van CINDAQ die mee de mijnen ontdekt heeft en mede-auteur is van de nieuwe studie. Minstens een reden, zo zei Meacham, was om te zoeken naar rode oker en het pigment op te graven. 

De ontdekking betekent dat de grotten al zeer vroeg door mensen veranderd werden, zei Roberto Junco Sánchez, het hoofd van de afdeling onderwaterarcheologie van het Mexicaanse Instituto Nacional de Antropología e Historia. De vroege mijnwerkers hebben talloze stalactieten afgebroken, stalagmieten weggeduwd, druipsteen opgebroken en mogelijk tonnen oker weggehaald. 

"We weten nu dat de vroege mensen niet het risico namen om in deze doolhof van grotten binnen te gaan enkel om water te halen of te vluchten voor roofdieren, maar dat ze er ook binnen gingen om aan mijnbouw te doen", zei Junco Sánchez. 

Duikers plaatsen beenderen van Naia in een koffertje om ze naar boven te brengen.

Mijnoperatie van bijna een kilometer lang

Hoewel er, zoals gezegd, aanwijzingen voor het delven van oker gevonden zijn in de drie onderzochte grottensystemen, zijn de bewijzen het duidelijkst en overvloedigst in een 900 meter lang stuk van het Sagitario-systeem dat de onderzoekers 'La Mina' genoemd hebben. 

In La Mina zijn overblijfselen gevonden van door mensen aangestoken vuren (houtskool op de grond en roetresten op de plafonds), stapels mijnafval, eenvoudige stenen werktuigen (afgebroken stalagmieten), cairns (kegelvormige steenhopen), soms met oker roodgekleurd, die dienden om de weg te wijzen - en uitgegraven sleuven, tot meer dan een halve meter diep, waar de okeraarde weggehaald is en die soms opgevuld zijn met afval van latere graafwerken. 

Volgens de onderzoekers ging het om een gesofisticeerde en behoorlijk uitgebreide operatie, waarvoor de prehistorische mijnwerkers heel wat moeite hebben moeten doen. 

La Mina is een reeks van zich vertakkende tunnels die duidelijk in het donkere gedeelte van de grotten liggen. De meest nabije bron van daglicht ligt op 200 meter van de mijnsite. Om licht te hebben, brachten de mijnwerkers toortsen mee - zoals blijkt uit roet aan de onderkant van stalactieten - en brandhout, waarmee ze vuren lieten branden.

De mijnwerkers hadden de keuze uit drie ingangen aan het oppervlak om La Mina te bereiken en hoewel de gangen in de buurt van de mijn breed zijn, zijn ze vaak niet hoger dan 1 tot 2 meter. Ook zijn er een aantal smalle plaatsen in de tunnels, met soms erg nauwe doorgangen. Tussen een van de ingangen van de grotten en de mijn was er een doorgang die compleet versperd was door een groot aantal stalagmieten en stalactieten en die zijn weggebroken om een ruime doorgang te maken voor de mijnwerkers en de okeraarde die naar het oppervlak werd gebracht. 

Kaartjes met de situering van de grottensystemen (A), de vindplaatsen (B) van oker (Oc), afgebroken druipsteenelementen (Sp) en houtskool en roetafzettingen (Cc), een overzicht van La Mina met de plaatsen waar er stalen zijn genomen (C) en een profiel van de grot tussen de Sagitario-ingang en de Pu'bix-ingang met de hoogte in meter (D).
Brandi L. MacDonald et al. Science Advances 2020

Oker

Oker is een felrood mineraal dat rijk is aan ijzeroxide en dat als kleurstof gebruikt werd in de prehistorie, onder meer voor rotsschilderingen, om objecten te kleuren, als 'make-up' en bij begrafenispraktijken om lichamen te kleuren. Mogelijk werd het ook bij het looien van leer gebruikt. 

"Wereldwijd heeft archeologisch bewijs aangetoond dat mensen honderdduizenden jaren lang oker gebruikt hebben. Zelfs de neanderthalers gebruikten oker", zei archeoloog Brandi McDonald van de University of Missouri, de belangrijkste auteur van de nieuwe studie.  

"Het mijnen van oker lijkt bijzonder belangrijk in de eerste periode van de menselijke kolonisatie", zei professor Spencer Pelton van de University of Wyoming. "Je vindt het op werktuigen, vloeren, jachtplaatsen... Het is een substantie met een grote kracht, iedereen houdt van glanzende rode dingen." 

Pelton heeft mogelijk een iets oudere okermijn opgegraven op de Powars II site in de buurt van Hartville in Wyoming, maar de aanwijzingen voor mijnbouw zijn daar veel minder duidelijk. 

Volgens Pelton oefende oker een enorme aantrekkingskracht uit op de vroege inwoners van Amerika. "Het geeft hen een reden om in de grotten te gaan", zei Pelton. "Gezien de enorme schaal van deze mijnoperatie, is dat de eerste reden die ik zou kiezen."

De oker die in de grotten gevonden wordt, is van een erg goede kwaliteit zeggen de onderzoekers, het is in essentie kant-en-klare verf. De oker is felrood, bevat veel zuiver ijzeroxide en weinig minerale onzuiverheden en bestaat uit fijne pigmentpartikels.

In de buurt kan aan de oppervlakte ook oker gevonden worden in de zogenoemde terra rossa grond, maar die is van een veel lagere kwaliteit, bevat veel minder ijzeroxide en veel meer grote onzuiverheden en heeft dan ook een veel minder uitgesproken rode kleur. Dat is onmiskenbaar een reden waarom de vroege mijnwerkers zoveel moeite gedaan hebben om de oker uit de grotten te halen. 

Een hamersteen gemaakt uit druipsteen (A), druipsteen dat conchoïdale breuken vertoont - breuken met een schelpachtig oppervlak als gevolg van  splijting - (B), een omgegooide stalagmiet met conchoïdale breuken (C), een zorgvuldige stapel van drie stalagmieten (D), twee cairns met in het midden lange stenen, in de achterste cairn zit een met oker gekleurde stalagmiet (E) en een verbrande plek op de grond en een cairn (F).
Photo credit: F. Devos, CINDAQ. Images in (C), (E), and (F) are grabs from SFM 3D models of the cave floor. Photo credit [for original photography used to produce 3D model shown in (C), (E), and (F)]: S. Meacham (CINDAQ).

Zeer goed bewaard

Nadat de mijn zo'n 10.000 jaar geleden in onbruik geraakt was, is alles gedurende 2.000 jaar blijkbaar onaangeroerd gebleven. Zo'n 8.000 jaar geleden zijn de grotten dan zachtjesaan ondergelopen en het water is rustig in de grotten blijven staan, zonder felle stromingen. 

Dat maakt dat de voorwerpen in de grotten erg goed bewaard zijn, het skelet van Naia is bijvoorbeeld een van de meest complete en oudste overblijfselen van de moderne mens in Amerika. 

"Al de voorwerpen zijn in een ongerepte toestand, we kunnen sporen van slagen zien waar ze de stenen vloer aan het opbreken waren, we vinden werktuigen die naast de putten en de stenen cairns liggen en vuurputten die ze gebruikten om hun weg te vinden en de grot te verlichten", zei mede-auteur Eduard Reinhardt van de McMaster University in Canada. 

"Het is behoorlijk opwindend om de eerste mensen te zijn die in een plaats binnengaan die al duizenden jaren geen mensen meer gezien heeft, en te zien wat ze achtergelaten hebben", voegde Sam Meacham van CINDAQ daar aan toe. 

De studie van het internationaal team is gepubliceerd in Science Advances. Dit artikel is gebaseerd op Science Advances en telexen van de persbureaus Reuters en AP. 

Video player inladen...

Een video van SINDAQ over de ontdekking. 

Meest gelezen