Nicolas Maeterlinck

Kinderen spelen steeds minder in eigen wijk: "Zorgwekkende achteruitgang"

Kinderen spelen steeds minder in hun eigen woonomgeving. Je vindt hen minder op straten, pleinen en in parken, maar vaker in daarvoor bedoelde recreatieve zones. Vooral in de stedelijke wijken is dat het geval. "Zorgwekkend", zegt Kind & Samenleving.

De organisatie Kind & Samenleving trok in de zomer van 2019 naar zeven heel uiteenlopende wijken om er te observeren hoeveel kinderen er nu echt spelen op straten en pleinen, op speelpleintjes en in parken. In 2008 deed het kennis- en expertisecentrum hetzelfde onderzoek in dezelfde zeven wijken.

Uit hun onderzoek blijkt dat vorige zomer 37 procent minder kinderen op straten, op pleinen en in parken speelde dan in 2008. Nochtans wonen er nu in de wijken meer kinderen dan toen. Zo'n grote daling in 11 jaar tijd is volgens Kind & Samenleving "een zorgwekkende achteruitgang".

Die neerwaartse trend is er in de meeste wijken, maar in de drie stedelijke wijken die Kind & Samenleving onderzocht, is het nog erger. Daar gaat het om een achteruitgang van 50 procent of meer. Waar je als kind woont, maakt dus heel veel uit voor de speelkansen in de buurt.

Minder meisjes

Meisjes spelen ook minder buiten dan jongens. In 2008 zagen de onderzoekers op 100 spelende kinderen 45 meisjes; in 2019 nog maar 37. Het genderonevenwicht is bijzonder groot in de leeftijd van 9 tot 11 jaar (slechts 27 procent meisjes) en van 12 tot 14 jaar (34 procent meisjes). Sportzones zijn echt jongensplekken: amper 15 procent van de kinderen daar is een meisje. (De tekst gaat voort onder de audio en foto.)

Beluister het gesprek met Johan Meire van "Kind & Samenleving" in "De ochtend":

Reporters

Recreatieve zones

Waar spelen kinderen dan wel? Steeds vaker gebeurt dat op plekken die bedoeld zijn om te spelen, te sporten of zich te ontspannen: twee op drie kinderen speelden in 2019 in deze recreatieve zones; in 2008 was dat nog maar één op de twee. Kinderen spelen nu dus meer op speelterreinen, sportzones en grote groene ruimtes, en zijn minder dan vroeger te zien in "algemene" ruimtes zoals buurtpleinen, straten en parkeerzones.

Toch blijft de straat voor alle leeftijden een belangrijke speelplek, zegt Kind & Samenleving. De onderzoekers maken zich zorgen over de afname van het buitenspelen. Aan dit tempo zouden er over 20 jaar wel eens geen spelende kinderen meer te zien kunnen zijn in de wijken.

Ze pleiten ervoor dat het beleid zich sterker richt op de blootgelegde pijnpunten. Buitenspelen in de buurt heeft immers een onvervangbare waarde: kinderen trekken zelf hun plan om met elkaar om te gaan en hun spel te organiseren, en het is al spelend en bewegend dat kinderen hun eigen buurt leren kennen.

Steden en gemeenten kunnen de neerwaartse trend ombuigen door in de wijken slim ingeplante en gevarieerd ingerichte speelruimtes aan te leggen, zegt Kind & Samenleving. Ze creëren het best ook een speelklimaat waarin kinderen zich overal in hun wijk welkom voelen.

Bekijk: Het "grote buitenspeelonderzoek" van Kind & Samenleving in 3 minuten

Meest gelezen