Het terrein van de fabriek vandaag
Alexander Dumarey

Bloedige plekken: de 936 oorlogsdoden waarover gezwegen moest worden

Plekken in Vlaanderen waar voorbijgangers niet beseffen dat ze geschiedenis onder hun voeten hebben: in de reeks “Bloedige plekken” ontdekken VRT-journalist Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey de plaatsen waar ooit bloed vloeide, waar mensen een gewelddadige dood stierven. Maar waar de sporen van de geschiedenis zo goed als weggevaagd zijn. Vandaag: de catastrofale vernietiging van de wapenfabriek van Mortsel in 1943.

Op 5 april 1943 werd Mortsel getroffen door het hevigste oorlogsbombardement ooit in België. Er vielen 936 doden waaronder 258 kinderen. Het dorp in de provincie Antwerpen was uitgekozen door Amerikaanse bommenwerpers die de Duitse wapenfabriek Erla wilden vernietigen. Meer dan 200.000 kilo bommen vielen op de fabriek en de woonwijk Oude-God. De uitschakeling van de fabriek was van strategisch belang. Dat ze in een dichtbewoonde wijk lag, was geen enkele zorg geweest voor de bevelhebbers van de B17's die de dodelijke lading dropten. 

Schade aan de Erla-fabriek na de bombardementen

Vriendschappelijk vuur

Het inferno van Mortsel is lang verborgen geschiedenis gebleven. De honderden dorpelingen waren gestorven onder vriendschappelijk vuur. Mortsel kreeg niet het oorlogskruis zoals andere steden die getroffen waren door Duits vuur. De slachtoffers en de overlevenden kregen geen oorlogsonderscheidingen. Het Amerikaans leger bood geen verontschuldigingen aan. De Belgische staat vroeg nooit om opheldering. Mortsel zag geen patriottische herdenkingen. Het dorp moest zijn trauma decennialang in stilte verbijten. Zeker toen dezelfde Amerikanen het anderhalf jaar later kwamen bevrijden.

Het terrein van de fabriek vandaag
Alexander Dumarey

Het duurde tot eind vorige eeuw voor de stilte werd doorbroken. Lokale historici als Achille Rely en Pieter Serrien lieten de laatste getuigen eindelijk spreken. Verschillende herdenkingsprojecten gaven de slachtoffers opnieuw een gezicht. Het straatbeeld kreeg nieuwe monumenten. Alleen op de site van de voormalige Erla-fabriek, waar het allemaal om te doen was, is daar vandaag weinig van te merken. Economische bedrijvigheid is er altijd gebleven. Maar de grandeur van voor de oorlog is nooit meer teruggekomen.

Bekijk hier een Terzake-reportage uit 2008 over de bombardementen op Mortsel:

Video player inladen...

De Minerva-fabriek

Nochtans had de plek tussen de Vredebaan en de grens met Edegem ooit een grote toekomst. In 1924 opende de Belgische autoproducent Minerva er een ambitieuze fabriek. Minerva floreerde als luxe-automerk dat over de hele wereld werd geprezen. Honderden arbeiders uit Mortsel en omgeving maakten de exclusieve Minerva's volledig met de hand. De site trok nog meer fabrieken aan. Arbeiders bevolkten de rondomliggende nieuwe wijken in het snel groeiende Mortsel en het naburige Edegem. Alles liep voorspoedig tot de Amerikanen, Duitsers en Fransen met massaproductie uitpakten. In 1934 ging het trotse Minerva failliet. De oorlog was intussen niet meer veraf.

Het terrein van de fabriek vandaag
Alexander Dumarey

Al heel snel na de inval zag het Duitse leger het nut van de fabriekssite van Mortsel. "Frontreparaturbetrieb Erla" vestigde zich in de ateliers van Minerva om er vliegtuigonderdelen voor de Duitse Luftwaffe te fabriceren en te onderhouden. Ook de aanliggende gebouwen van Gevaert en Lachapelle werden ingezet voor de oorlogsindustrie. Tegelijk werd Mortsel voor de geallieerden een strategisch doelwit om de Duitse oorlogsmachine te ontwrichten.

De tol van een militaire vergissing

Op een maandagnamiddag omstreeks halfvier dropten de Amerikaanse bommenwerpers hun lading vanop 7000 meter hoogte. Maar enkele bommen troffen de Erla-fabriek, de rest kwam in het dorp en vooral de woonwijk Oude-God terecht. Het dorpsleven was nog in volle gang. In de Erlafabriek stierven 307 arbeiders. Vier scholen werden geraakt waarbij 190 kinderen de dood vonden. Nog eens honderden slachtoffers vielen in de Gevaert-fabriek, in woningen en in de straten. De tol van de militaire vergissing tartte zelfs in oorlogstijd de verbeelding.

Mortsel na het bombardement

Of was het geen vergissing? Waren de Amerikanen te nonchalant geweest omdat hen was ingefluisterd dat Mortsel een Duits bolwerk was waar de lokale bevolking massaal voor "Duitse" fabrieken werkte? Of hadden de Duitse jachtvliegtuigen en het luchtafweergeschut de bommenwerpers zo uit positie gebracht dat een precisiebombardement onmogelijk werd?

In stilte dragen van de pijn

De vragen zijn nooit beantwoord. De oorlog ging verder en weinige weken later werden de fabriekshallen die onbeschadigd bleven alweer opgestart. Na de oorlog kwamen de fabrieksterreinen in handen van de fotofabriek Gevaert. Het werd Agfa-Gevaert na de fusie met het Duitse Agfa. Mortsel werd de gemeente van Agfa-Gevaert, een van de grote werkgevers ten zuiden van Antwerpen. De site tussen de Vredebaan, de Minervastraat en het Edegemse oorlogsfort Fort V ging Agfa 4 heten en werd een van de vele sites van het bedrijf. Om uiteindelijk chaotisch en afgeleefd achter te blijven nadat het foto- en beeldbedrijf grotendeels wegtrok. 

De oude Agfa 4-site aan de Vredebaan
Alexander Dumarey

Zowel Edegem als Mortsel werken intussen aan de herbestemming tot woon- en groenzone. Graafmachines hebben de plek opnieuw tot een slagveld omgewoeld. Misschien was de plek meer gediend met een stille zone, wetende dat stilte in Mortsel meerdere betekenissen heeft. Het in stilte dragen van de pijn, of het stilzwijgen van de gemeenschap over wat lang een taboe is geweest.

Herbestemming van een deel van de site tot woonzone
Alexander Dumarey

Volg onze fotograaf op Instagram

Meest gelezen