ROBIN UTRECHT

Een hoofddoekenverbod op neutrale plaatsen beschermt net de hoofddoek

Enkele dagen geleden legde Samia Bachiri op deze opiniepagina uit waarom ze zich zo ellendig voelt elke keer als ze haar hoofddoek moet uitdoen aan de schoolpoort. Jurgen Slembrouck vindt dat onterecht: dat er neutrale plekken zijn in ons land, garandeert net de levensbeschouwelijke vrijheid van iedereen, betoogt hij.

opinie
Jurgen Slembrouck
Medewerker bij de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen.

In haar opiniestuk (zie hiernaast) geeft Samia Bachiri te kennen dat ze kwaad is omdat ze “in een vrij, democratisch land als België nooit volledig zichzelf kan zijn.” Volgens Bachiri is er in België namelijk een “hoofddoekenverbod” van kracht. Een verbod dat haar kansen op scholing en tewerkstelling onrechtmatig inperkt. Het streven naar neutraliteit zou volgens haar tot doel hebben om moslima’s die een hoofddoek wensen te dragen te “onderdrukken” en zou daarom getuigen van “islamofobie”. 

Islamofobe dictatuur

Indien wat Bachiri schrijft zou stroken met de werkelijkheid dan zou België inderdaad een democratische rechtsstaat onwaardig zijn. Gelukkig maar ook helaas, raken haar argumenten kant noch wal. België is geen islamofobe dictatuur, het is wel een land dat zoekende is om binnen het kader van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens de toegenomen levensbeschouwelijke diversiteit leefbaar en de identitaire polarisatie beheersbaar te houden.

Dat het daarbij terugvalt op het neutraliteitsgebod is een goede zaak. Want uitgerekend die neutraliteit biedt kansen aan het samenleven en vormt de ultieme waarborg voor de levensbeschouwelijke vrijheid van moslima’s. Daarbij moeten die zich wel realiseren dat die vrijheid, net als elke andere vrijheid, niet absoluut is. Omwille van de vrijheid van anderen is het rechtvaardig om in sommige contexten levensbeschouwelijke tekens te verbieden. Dat geldt a fortiori voor de overheid en de officiële school. 

Auto-discriminatie

Wie niet bereid is dat te aanvaarden en altijd en overal de eigen levensbeschouwelijke overtuiging centraal plaatst, pleegt een vorm van auto-discriminatie en ontneemt zichzelf kansen. Dat klinkt hard maar voor een absolute naleving van de islam moet je bereid zijn een hoge prijs te betalen.

Dat geldt overigens voor alle levensbeschouwingen. Dat de democratische rechtsstaat haar burgers de mogelijkheid biedt om die prijs te betalen, geldt overigens als ultieme bewijs voor het feit dat ze de levensbeschouwelijke vrijheid ernstig neemt.

In 1996 bijvoorbeeld meende de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens dat het ontslag van een Finse spoorwegbediende die omwille van de sabbat het werk vroegtijdig verliet niet alleen terecht was maar ze stipuleerde ook dat de man vrij was om ontslag te nemen indien hij het met de voorgeschreven werkuren oneens was. De Commissie beschouwde die mogelijkheid als "de ultieme garantie van zijn vrijheid van godsdienst".

In tal van gelijkaardige rechtszaken die overigens geen betrekking hebben op moslims is die visie herbevestigd. Ook in België is niemand verplicht om als ambtenaar te werken noch om onderwijs te volgen in een officiële school indien men het gevoel heeft daarmee te verzaken aan een religieuze plicht. 

Grondwaarden van de democratische rechtsstaat

De levensbeschouwelijke neutraliteit die op sommige plekken wordt nagestreefd is niet gericht tegen de islam, nergens in ons land is een “hoofddoekenverbod” van kracht. Het neutraliteitsgebod viseert alle overtuigingen die omwille van hun specifieke aard een schijn van partijdigheid kunnen creëren.

In 2017 werd een politieagent op het matje geroepen omdat hij een kruisvaardersembleem op zijn uniform droeg. In hetzelfde jaar werd een foto verwijderd uit een brochure van De Brakke Grond waarop een ambtenaar een T-shirt droeg van het Anti-Fascist Network. Net als een hoofddoek is een dergelijk T-shirt niet zomaar een stukje stof.

Daar heeft Bachiri alvast gelijk in. Zoals ze zelf schrijft is haar hoofddoek de “fysieke voorstelling van haar islamitische geloofsovertuiging”. Het geeft uitdrukking aan een hele reeks religieuze opvattingen waarvan sommige op zijn minst controversieel zijn. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens was in de zaak van Dahlab versus Zwitserland bijvoorbeeld van mening dat de hoofddoek: “moeilijk met het principe van gendergelijkheid samengaat” en dat het “niet zonder meer kan worden ontkend dat het dragen van de hoofddoek een soort proselitisch effect kan hebben.”

Het maakt dus weinig uit of men de hoofddoek vrijwillig draagt of niet met de intentie om te bekeren. Zoals ik elders reeds uitvoerig heb uitgelegd kunnen dergelijke tekens uitgerekend door hun levensbeschouwelijke betekenis ook een vrijheidsbelemmerend effect hebben. Een meisje dat uitgehuwelijkt dreigt te worden bewijzen we dan ook geen dienst indien ze hulp moet zoeken bij een politieagente die een hoofddoek draagt.

Uitgerekend daar waar we de vrijheid van anderen moeten garanderen, met name aan het overheidsloket en in de officiële school, is het van belang dat we dat effect vermijden. Daarom moeten we die tekens weren. We mogen niet uit het oog verliezen dat de grondrechten in de liberale rechtsstaat van het grootste belang zijn voor de meest kwetsbaren. In een recente bijdrage voor het Humanistisch Verbond maakt Prof. Johan Braeckman ons daar nog attent op wanneer hij focust op het lot van ex-moslima’s.

(lees verder onder de foto)

BELGA/DIRKX

Identitaire doos van Pandora

Hoewel ik het met Bachiri oneens ben, bezorgt het weerleggen van haar argumenten me geen genoegen. Integendeel, ik twijfel niet aan haar teleurstelling en boosheid die ik mogelijk alleen heb vergroot. Ik vind het bijzonder pijnlijk te moeten vaststellen dat jonge medeburgers zich zo onheus behandeld voelen.

Temeer omdat ik vrees dat ze zich hebben laten misleiden door multiculturalistische opiniemakers die de voorbije jaren de neutraliteit van de democratische rechtsstaat hebben gedemoniseerd en daarmee de identitaire doos van Pandora hebben geopend. Sommige moslima’s, zoals Bachiri, beschouwen neutraliteit vandaag als intrinsiek discriminatoir en begrijpen niet langer hoe het inperken van de vrijheid in sommige contexten, de vrijheid in andere contexten net mogelijk maakt.  

In een pertinent rapport "Lifting the Integration Veil" maakt Dr. Tommaso Virgili in tal van aanbevelingen duidelijk dat we het verzuilende multiculturalisme achter ons moeten laten en hoe we het abc van de liberale rechtsstaat moeten aanleren.  “Een staat heeft zowel het recht als de plicht om de waarden waarop ze berust te definiëren en om een duidelijke lijn te trekken tussen die zaken die in een liberale rechtsstaat behoren tot de individuele gewetensvrijheid en die zaken die onaantastbaar zijn omdat ze de rechten van anderen en het samenleven garanderen.”

Laten we die opdracht ernstig nemen zodat we die doos van Pandora kunnen sluiten en opdat landgenoten, van welke gezindte ook, zich gerespecteerd voelen als volwaardig lid van onze samenleving.

Meest gelezen