Copyright 2017, Sawitree Pamee, licensed via EyeEm Mobile GmbH

Corona doet pensioenen nog zwaarder doorwegen: hoe komt dat?  

Door de coronacrisis gaan de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg zwaarder wegen op onze welvaart. Tegen 2040 groeien de sociale uitgaven, vooral door een hogere kost van de vergrijzing, nog eens 5 procent aan. Dat blijkt uit een berekening van experts die de vergrijzing onderzoeken voor de Hoge Raad van Financiën. Door de economische impact van de coronacrisis, zullen die uitgaven vooral de komende vijf jaar zwaarder doorwegen.

Wie heeft ze niet gehoord tijdens de coronacrisis: de lugubere en soms wat misplaatste moppen dat het virus dan toch ten minste onze pensioenkosten zou drukken. Wel, je zou kunnen zeggen dat de Hoge Raad van Financiën vandaag met een antwoord op die flauwe grappen komt. 

Neen, corona zal er op lange termijn niet voor zorgen dat we minder pensioenen moeten betalen. Integendeel. De sociale uitgaven zullen de komende 20 jaar (tot 2040) met nog eens vijf procent stijgen. Nu maken die uitgaven (dat zijn pensioenen, maar ook de kosten voor gezondheidszorg) 25 procent uit van ons bbp. Tegen 2040 wordt dat bijna 30 procent. 

De pot

En daar zit corona voor iets tussen. De kosten voor de pensioenen en de gezondheidszorg stijgen dan wel vooral als gevolg van de veroudering van de bevolking, de impact van corona op onze economie zorgt er ook voor dat er minder geld te verdelen zal zijn. Simpel gezegd: de pot wordt kleiner, dus de pensioenen (en de kosten van de gezondheidszorg door de vergrijzing) wegen zwaarder door. 

Het grootste deel van die 5 procent komt er daarom de komende vijf jaar al bij (tegen 2025). “Dat heeft uiteraard te maken met de coronacrisis en het verlies aan economische activiteit in die periode tussen 2019 en 2025. Zelfs in 2025 wordt de economische activiteit nog lager geschat dan wat ze zou zijn geweest zonder de coronacrisis”, zegt econoom Johan Van Gompel. 

Na 2040 zouden die kosten dan weer licht afnemen, maar ook minder dan eerst was gedacht, al is het natuurlijk moeilijk om zo ver in de tijd een inschatting te maken. “Dat heeft te maken met de veronderstelling van de vruchtbaarheid, het gemiddeld aantal kinderen per vrouw. Vorig jaar gingen we er nog van uit dat die vruchtbaarheidsgraad zou herstellen tegen 2030. Nu gaan we er vanuit dat dat herstel minder zal zijn”, legt Van Gompel uit.

Op lange termijn komen dan minder mensen op arbeidsleeftijd, wat leidt tot een lagere beroepsbevolking, een lagere werkgelegenheid en een lager bbp. 

Meest gelezen