Sire, er zijn geen redders van uw vaderland meer

Aan de overkant van het Warandepark in Brussel, tegenover wat Leopold II ooit minachtend “la baraque d’en face” noemde, moet tegenwoordig een wat mistroostige koning huizen. Niet alleen omdat z’n land onder een pandemie gebukt gaat, maar vooral omdat dit koninkrijk eigenlijk al sinds 9 december 2018 geen deftige regering meer heeft. En omdat niets erop wijst dat dat snel zal veranderen.

opinie
Wouter Verschelden
Politiek analist bij Newsweek België

Het moet met gemengde gevoelens zijn dat Filip I en z’n entourage toekijken hoe deze keer de politieke klasse in de Wetstraat zelf het initiatief neemt, en zonder zijn leiding een regering probeert te vormen.

Dat zit namelijk zo: puur juridisch is de regering Wilmès II, ondanks haar 38 zeteltjes op een totaal van 150 in de Kamer, een ‘volwaardige regering’, die in maart het vertrouwen kreeg van een ruime meerderheid, om de coronacrisis te bestrijden. Tot september blijft die ploeg aan en zo lang kan de koning dus niet “aan zet komen” of het initiatief nemen en iemand de opdracht geven een nieuwe coalitie te zoeken.

Politiek gezien ligt het anders: het federale niveau snakt naar een stabiele meerderheid, want zonder zo’n coalitie heerst er een festival van wilde uitgaven in de Kamer. De ene na de andere wisselmeerderheid, vaak met Vlaams Belang als sleutelstuk, vindt elkaar in het parlement met slechts één doel: meer geld uitgeven.

Alleen om zo’n meerderheid te vinden, moet de Wetstraat wel ‘opdrachthouders’ hebben, iemand die probeert een regering te vormen. Vandaar dus dat eerst Paul Magnette (PS) in duo met Conner Rousseau (SP.A) en daarna zelfs zowaar een trio van Egbert Lachaert (Open VLD), Georges-Louis Bouchez (MR) én Joachim Coens (CD&V) zichzelf ‘aan zet’ hebben gebracht. 

Een cynisch lichtpuntje moet daarbij gelden voor het Paleis: zonder een koning die het initiatief geeft en neemt, doet men het nog slechter in de Wetstraat, zo lijkt het wel. Als straks ook het huidige trio mislukt, zal men zowaar nog de vaderlijke, richtinggevende hand van de koning en z’n kabinetschef gaan missen.

Ten gronde echter heeft koning Filip geen enkele reden om optimist te zijn. Integendeel. Het schouwspel van regeringsvorming, dat nu al meer dan een jaar aansleept, brengt bijzonder slecht nieuws. Het gaat niet meer, het lijkt ‘op’, dat federale verhaal.

Daarbij zijn al vele analyses gemaakt. Dat het systemisch zou zijn, een doodsreutel van een land dat niet meer werkt. Of dat het aan de mensen zelf in de Wetstraat ligt, politici die te onervaren zijn, of die zowaar te veel zouden leunen op sociale media. Of dat, zoals elders in Europa op veel plekken, de klassieke ‘centrumpartijen’ in verval zijn, en richting extinctie strompelen, en nergens op het Oude Continent ‘regeringsverantwoordelijkheid nemen’ nog beloond wordt. 

Goed geïnformeerde bronnen wijzen erop dat de koning meerdere malen aan de hoofdrolspelers bijna gesmeekt heeft om toch maar een regering met PS én N-VA te vormen. 

Elk van bovenstaande thesen kan mogelijk een stuk van het antwoord zijn. Maar een van de belangrijkste sleutels voor de malaise, een jaar na de verkiezingen, is simpelweg dat de grote partijen, ook die die klassiek geboekstaafd staan als zij die “het land graag zien” en Belgisch staatsmanschap aan de dag willen leggen, geen enkele appetijt meer hebben om de boel toch maar bijeen te houden.

Goed geïnformeerde bronnen wijzen erop dat de koning meerdere malen aan de hoofdrolspelers bijna gesmeekt heeft om toch maar een regering met PS én N-VA te vormen. Een ‘grote coalitie’, een mystiek huwelijk tussen links en rechts, Vlaams en Waals, dat een nieuwe ‘pacificatie’ van België had kunnen bewerkstellingen: het is een publiek geheim in de Wetstraat dat het Paleis daarvan droomde, maandenlang. Vivaldi, een coalitie zonder die N-VA, die naar links leunt en zonder meerderheid aan Vlaamse zetels, het Paleis leek er als de dood voor. De reden is niet moeilijk te vinden: een groen-linkse regering, tegen de wil van de Vlaamse kiezer, dat zou de middelpuntvliedende krachten alleen verder ontketenen, en Vlaams Belang met N-VA samen opstuwen naar een meerderheid in Vlaanderen. Een pre-revolutionair scenario dreigt dan in 2024, zeker als beiden én een Vlaamse regering kunnen vormen, én federaal alles blokkeren.

De waarheid is dat N-VA daarbij plots een bondgenoot van de koning leek: ze stelden zich open voor zo’n ‘grote coalitie’, niet zonder eigenbelang. Bart De Wever (N-VA) en co hebben immers al lang de analyse gemaakt dat ze een beleidspartij zijn, die best aan de knoppen van de macht zit, en ministers levert. Zelfs als dat met de PS is.

Niet dat we de N-VA nu mogen bestempelen als staatsdragende partij voor het federale niveau: dat zijn ze allerminst. De agenda van de Vlaams-nationalisten is niet gewijzigd, ze zijn allerminst ‘redders des vaderlands’, en gaan enkel federaal aan de knoppen zitten om op termijn de hele santenboetiek te ontmantelen. Maar tegelijk heeft De Wever zich meermaals in de arm geknepen de afgelopen maanden, met de vaststelling dat diezelfde N-VA bij momenten meer appetijt aan de dag leek te leggen dan z'n grote Franstalige tegenhangers om toch maar federaal een regering te vormen en de trein in gang te zetten.

De grote seismische verschuiving zit hem aan die Franstalige kant. Daar bewijst Paul Magnette (PS) systematisch lippendienst aan het federale België, dat hij “wil verdedigen”. In werkelijkheid zit er iemand in de Keizerslaan, het PS-hoofdkwartier, die geen enkele verantwoordelijkheidszin (meer) voelt ten opzichte van het federale geheel. De PS maakt vandaag een scherpe, regionale analyse: besturen zonder dat lastige Vlaanderen gaat gewoon vlotter, en volgens de eigen recepten. Voor iemand die in Charleroi als burgemeester gewoon was te domineren, en later ook hetzelfde in de Waalse regering deed, wringt alles aan dat federaal gedoe. 

Meer dan eens tijdens het afgelopen jaar bleek binnenskamers tijdens onderhandelingen dat de PS klaar is om opnieuw grote bevoegdheidspakketten verder te verdelen: “Als we elk onze eigen weg kunnen gaan, waarom niet?”. Eigenlijk gaat het dan nog over één zaak: geld. Hoe lang blijft die solidariteit tussen Noord en Zuid bestaan, en met welke uitdoofscenario’s werkt men?

De zin om zich dus, zonder links beleid en met de PTB in de nek, op het zwaard van een ‘grote coalitie' te storten, bestaat gewoon niet meer: was de PS onder Elio Di Rupo nog ‘staatsdragend’, met de ambitie het geheel te stutten, dan is dat ondertussen verdampt. En zelfs de voormalige premier heeft niet de kracht of zin om z’n opvolger terug te fluiten: de keren dat Di Rupo door onderhandelaars aan Vlaamse kant werd ingeroepen om Magnette onder druk te zetten, liep het faliekant af.

Daarnaast staat de MR. Die partij is de spiegel van de linkse partijen in Vlaanderen: de Franstalige liberalen leunen als minderheid in hun kiesgebied op een landsdeel dat ideologisch veel beter bij hen past, en gaan op de schouders van dat landsdeel staan om mee te tellen. Groen doet het bij uitstek zo aan Vlaamse kant: het is geen toeval dat uitgerekend Kristof Calvo en co het meest ‘Belgicistisch’ zijn aan deze kant van de taalgrens. Het is immers ‘dankzij’ het reservoir aan groene stemmen in Brussel en Wallonië dat ze kunnen meespelen met de grote fracties.

"Georges-Louis Bouchez: teleurstelling van het jaar voor het Paleis"

De MR zoekt even wanhopig wat rechtsere partners, in een landschap dat in Wallonië en Brussel helemaal anders ineen zit dan in Vlaanderen. Hun dichtste, en ideologisch mogelijk enige bondgenoten zijn het cdH en DéFI, twee lilliputterpartijtjes, de ene centrum en christendemocratisch, de andere links-liberaal en stedelijk.

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez is op papier en zelfverklaard de grootste Belgicist van de Wetstraat, ondanks z’n gebrek aan kennis van het Nederlands.

Maar de Franstalige liberalen moeten voor het Paleis zowat de teleurstelling geweest zijn van het jaar. Want ook Bouchez vertoonde op geen enkel moment enige intentie om z’n land voor z’n partij te laten komen. Integendeel. Op cruciale momenten maakte hij het de PS onmogelijk om te bewegen, en duwde hij richting een coalitie zonder de N-VA.

Er waren nochtans kansen voor de MR, zeker toen de coronacrisis toesloeg. Maar eerder dan op een grote coalitie aan te sturen koos de MR opportunistisch voor het eigen gewin: liever een minderheidskabinet met een reeks posten als buit, dan een oplossing voor het land. 

Conclusie: er zijn geen redders meer van ‘het vaderland’, zelfs niet in De Zestien.

En ook later in de crisis ontvouwde zich soortgelijk scenario. Wie zou premier Sophie Wilmès (MR) vandaag kunnen tegenhouden, als zij zou stellen het initiatief te nemen, en vervolgens de Vlaamse en Waalse minister-presidenten bij zich te roepen om een regering te vormen? Die suggestie is overigens geen fictie, maar is haar door verschillende spelers ingefluisterd. Alleen, ook de premier weigert soortgelijk initiatief te nemen, dergelijke constructie was “te confederaal” voor deze voormalige schepen van de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode. Conclusie: er zijn geen redders meer van ‘het vaderland’, zelfs niet in De Zestien.

Integendeel: Wilmès koos ervoor om het huidige trio, minachtend de ‘drie koningen’ genoemd, op pad te sturen, op zoek naar 'een nieuwe hoed'. Vooral met haar voorzitter Bouchez aan zet, lijkt dat een bijna-garantie op een mislukking: de MR-voorzitter gedraagt zich tijdens de onderhandelingen als een olifant in een porseleinkast, waarbij het opvalt hoeveel collega-voorzitters hem wantrouwen. Niet onlogisch, haast iedereen heeft al eens kennis gemaakt met de manier waarop Bouchez de waarheid geweld kan aandoen.

Maar de conclusie op het paleis moet er wel inhakken: uitgerekend diegenen die telkens herhalen het land graag te zien, gaan op deze manier de zaak ten gronde richten.

Want een garantie heeft het Paleis ondertussen wel. Als men in Vlaanderen straks naar de stembus moet, lijkt het extreemrechtse en separatistische Vlaams Belang af te stevenen op een monsterwinst. Als de N-VA daarbij nog iets boven de 20 procent blijft dobberen, is er nauwelijks nog iets werkbaar.

Het zal Magnette en Bouchez schijnbaar worst wezen. Maar voor de koning een bijzonder donker scenario, om zo straks de barak aan de overkant in zomerpauze te zien vertrekken: midden in een woelige economische crisis en met een minderheidsregering die kreupel verder trekt tot het genadeschot in september volgt. Een donkere zomer wacht.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen