Video player inladen...

Artsen Zonder Grenzen: "Belgische woonzorgcentra werden aan hun lot overgelaten"

De woonzorgcentra (wzc's) in België zijn tijdens de coronacrisis aan hun lot overgelaten. Veel sterfgevallen in die zorginstellingen hadden dan ook vermeden kunnen worden. Dat stelt de medische hulporganisatie Artsen zonder Grenzen in een rapport over haar ervaringen bij de wzc's in ons land. "Het personeel wist niet goed waar te beginnen. Er was chaos in veel van de centra", zegt Sofie Spiers, medisch coördinator van Artsen zonder Grenzen, in "Terzake".

Sterven in eenzaamheid. Deuren van ambulances die dicht blijven. Uitwerpselen op de grond. Lege koelkasten. Vuilniszakken die als schort werden gebruikt. "Terzake" zette een aantal schrijnende passages uit het rapport -getiteld "Overgelaten aan hun lot"- op een rij.

Bekijk het verslag van "Terzake" hieronder (en lees voort onder de video): 

Video player inladen...

Sofie Spiers (Artsen zonder Grenzen): "Er was chaos in veel centra"

Artsen zonder Grenzen heeft sinds 21 maart ondersteuning geboden in 135 woonzorgcentra in België. De meeste daarvan (81) bevonden zich in het Brussel gewest, maar ook aan 21 wzc's in Vlaanderen en 33 in Wallonië werd steun geboden.

"Eigenlijk werd er verwacht van de rusthuizen dat ze zelf ziekenhuizen werden, op het vlak van personeel, materiaal, kennis, infectiepreventiecontrole en infrastructuur", zegt Sofie Spiers, medisch coördinator van Artsen zonder Grenzen in de woonzorgcentra. "Maar zij waren daar niet op voorbereid en ik weet ook niet of we dat van hen kunnen verwachten." Ze spreekt van chaos in veel woonzorgcentra.

Bekijk het gesprek met Sofie Spiers in "Terzake" (en lees voort onder de video):

Video player inladen...

Ook de medische hulp van buitenaf viel weg. Uit een rondvraag van Artsen zonder Grenzen blijkt dat vóór de coronacrisis 86 procent van de woonzorgcentra kon doorverwijzen naar de ziekenhuizen, maar tijdens de epidemie was dat percentage gezakt naar 57 procent. Ook het aantal bezoeken van huisartsen daalde met de helft. Dertig procent van de bezochte woonzorgcentra gaven zelfs aan dat niet eens alle oproepen aan het noodnummer 112 behandeld konden worden.

In totaal zijn meer dan 6.200 rusthuisbewoners overleden in België, waarvan het merendeel in de woonzorgcentra zelf stierf. Dat is ongeveer 64 procent van het totale dodental door COVID-19 in ons land. Volgens Artsen zonder Grenzen hadden veel van die sterfgevallen vermeden kunnen worden. "Maar het is moeilijk om iemand daarvoor met de vinger te wijzen, onder meer door de gefragmenteerde verantwoordelijkheden", zegt volksgezondheidsarts Mit Philips.

Omdat de focus lag op het aantal bedden op intensieve zorgen, waren de woonzorgcentra aanvankelijk geen prioriteit

Mit Philips (Artsen zonder Grenzen)

"Omdat de focus lag op het aantal bedden op intensieve zorgen, waren de woonzorgcentra aanvankelijk geen prioriteit, hoewel de kwetsbaarheid van de bewoners al van in het begin duidelijk was", zegt Philips nog. "Ook wij zijn met onze interventie in maart misschien te laat gekomen." De organisatie geeft voorts aan dat de toestand in rusthuizen ook in andere landen een blinde vlek was.

Artsen zonder Grenzen heeft het rapport naar de verschillende overheden gestuurd. Daarin worden ook aanbevelingen geformuleerd om de woonzorgcentra beter voor te bereiden op een tweede besmettingsgolf. De organisatie hoopt dat er tegen dan meer duidelijkheid bestaat over wie waarvoor verantwoordelijk is.

Meest gelezen