Video player inladen...

Aantal besmettingen stijgt, maar nog altijd grote problemen bij de contactopsporing: hoe komt dat en is het gevaarlijk?

De contactopsporing in ons land loopt nog altijd verre van optimaal. Contactonderzoekers hebben vaak weinig werk, maar toch worden veel mensen niet gecontacteerd. Bovendien zijn er vragen rond de privacy. Hoe komt het dat het systeem nog altijd niet op punt staat? En hoe belangrijk is die contactopsporing eigenlijk? Vier vragen en antwoorden.

Waarom kijken contactspeurders Netflix tijdens de werkuren?

Viroloog Marc Van Ranst was gisteren duidelijk in de coronacommissie van het Vlaams Parlement: er zijn wel contactspeurders, maar ze zitten vaak met hun vingers te draaien.

"Ze hebben geen werk", zei Van Ranst. "Ze kijken Netflix of lezen een boek. Te vaak hebben mensen positief getest en na dagen is er niemand die hen getelefoneerd heeft. Dat is moeilijk te rijmen met een heel cohort mensen die daar zitten te netflixen."

Een contactspeurder die liever anoniem blijft, bevestigt. "Sommige dagen bellen we en sommige dagen doen we niets. Zo moet ik vandaag heel de dag geen telefoons doen. Ik moet gewoon aanwezig zijn."

Contactspeurders die niets te doen hebben, mogen zich in stilte bezig houden. "Je mag een podcast luisteren, Netflix, kijken, een boek lezen of met collega's babbelen. Dat is allemaal prima."

Hoe het komt dat zoveel contactspeurders weinig om handen hebben? "Er zijn in het begin veel contact tracers aangenomen, maar er zijn op dit moment weinig besmettingen. Bovendien geven de mensen die we bellen weinig contacten op."

Ik hoop dat het Netflixen al wat verminderd is

Karine Moykens

"Ik hoop dat het netflixen al wat verminderd is", zegt Karine Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing. "We  hebben het aantal contactonderzoekers verminderd, omdat er te weinig getelefoneerd moest worden. Anderzijds moeten er wel voor zorgen dat er voldoende mensen zijn wanneer het nodig is."

Het is dus dubbel: het ene moment heb je te veel contactspeurders en kijken die Netflix-reeksen tijdens de werkuren, maar een week later kunnen de kaarten helemaal anders liggen. Biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt en KU Leuven) is daarom niet blij met de afbouw van het aantal contactonderzoekers.

"Ik vind die afbouw geen goed idee", zegt Molenberghs. "Het klopt natuurlijk dat die mensen niet altijd evenveel werk hebben, maar je hebt beter een goede, stabiele basis. Het échte probleem is volgens mij dat het systeem niet goed functioneert. De contactopsporing is niet professioneel aangepakt."

"Ik heb in 6 weken tijd nooit de kans gehad om een telefoontje te doen": bekijk de anonieme getuigenis van een contactopspoorder in "Het Journaal" (en lees voort onder de video):

Video player inladen...

Waarom stroomt informatie zo slecht door?

Gegevens die verzameld worden tijdens de contactopsporing komen terecht in een databank. Ook met die databank liep het de voorbije weken fout. Daarom werden veel mensen niet goed opgevolgd.

"Het liep de voorbije weken vaak fout", zegt Geert Molenberghs. "Zo is er het voorbeeld van iemand besmet bleek en zijn contactgegevens doorgaf aan een contactonderzoeker. Een paar dagen later bleek dat die mensen nog altijd niet gecontacteerd waren. De persoon die besmet was, was ondertussen wél al drie keer opgebeld door een contactspeurder. Dat is natuurlijk absurd, want die persoon wéét al dat hij besmet is. Als zo'n dingen te vaak gebeuren, dan kan je alleen maar concluderen dat het systeem niet goed functioneert."

Dat het vaak fout loopt, komt volgens Molenberghs door onze complexe staatsstructuur. "Die informatiestromen zijn op zich al heel complex, maar de soms Kafkaiaanse ingewikkeldheid van ons land maakt het nog veel ingewikkelder.

Epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen) zegt dat het systeem ook niet flexibel genoeg is. "Je kan het dossier van een besmette patiënt niet koppelen aan de dossiers van de personen waarmee hij of zij contact heeft gehad. Ook de dossiers van die contactpersonen kan je niet aan elkaar koppelen. Dat is nochtans de enige manier om zicht te krijgen op clusters van besmettingen."

Van Damme heeft begrip voor de problemen, maar hij vindt dat het allemaal te lang duurt. "Het is al een aantal weken dat ik hoor zeggen dat men er aan sleutelt. En dat gebeurt ook, maar het zou sneller en efficiënter moeten gaan."

Lees voort onder de foto.

Epidemioloog Pierre Van Damme vindt dat het allemaal te traag gaat.
James Arthur Photography

Waarom mogen de contactspeurders belangrijke vragen niet stellen?

Contactopsporing is maar zinvol als je ook de juiste vragen kan stellen. Waar ben je de voorbije dagen geweest? Met wie heb je gesproken toen je die pint ging drinken? Met welke mensen heb je nauw contact gehad?

Dat zijn heel persoonlijke vragen, die niet iedereen graag beantwoordt.  Mensen liegen soms of ze weigeren te antwoorden

"Mensen zijn inderdaad niet snel geneigd hun contacten door te geven",  zegt Karine Moykens.  "Dat op zich is al een strijd. Een oproep die ik daarom wil doen naar de bevolking: wanneer je gecontacteerd wordt, geef dan aub je contacten correct door."

Een anonieme contactspeurder bevestigt. "Er zijn veel mensen die niet willen meewerken. Sommigen zeggen dat ze helemaal niemand gezien hebben de voorbije dagen. Op zich kan dat natuurlijk. Misschien hadden ze schrik en zijn ze daarom niet buiten geweest, maar het kan ook zijn dat ze liegen. Dat kunnen wij onmogelijk te weten komen. "

Toch ligt het probleem niet alleen bij de mensen die gebeld worden. Er zijn ook juridische obstakels. Er zijn nu eenmaal regels om onze privacy te beschermen en die regels moeten gerespecteerd worden, ook tijdens een pandemie.

Lees voort onder de foto.

De GDPR bepaalt welke persoonlijke gegevens mogen bewaard worden.

Dat heeft vooral te maken met de Algemene Verordening Gegevensbescherming, beter gekend onder zijn Engelse titel: General Data Protection Regulation (GDPR)Die Europese verordening regelt de verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsinstanties. Ze bepaalt dus ook welke gegevens mogen bewaard bij de contactopsporing.

"De GDPR is heel strikt als het gaat om medische gegevens", zegt professor Bart Preneel (KU Leuven). "Er zijn wel uitzonderingen mogelijk op die strenge regels, bijvoorbeeld als dat nodig is voor de volksgezondheid. Het is dus een beetje afwegen. Je moet je altijd de vraag stellen: hoeveel privacy willen we opgeven om de gezondheid te beschermen?"

En daar wringt blijkbaar het schoentje. Sommigen willen meer uitzonderingen, anderen zijn minder bereid om te versoepelen. "Sommigen binnen de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) zijn eerder pragmatisch", zegt Preneel. "Anderen willen een veel striktere interpretatie van de regels. Niet iedereen zit op dezelfde lijn."

Dat is volgens Preneel jammer. "We zitten met een enorm probleem en er staan mensenlevens op spel. Ik vind daarom dat we daarom gerust wat meer in de richting van de gezondheid mogen opschuiven."

Biostatisticus Niel Hens (UHasselt en KU Leuven) is het daar helemaal mee eens. "Ik begrijp niet waarom in België niet kan wat in andere landen blijkbaar wél mogelijk is. Dat is een heel vreemde vaststelling, wanneer je midden in zo'n grote crisis zit."

Ik begrijp niet waarom in België niét kan wat in andere landen blijkbaar wél mogelijk is

Niel Hens

David Stevens, voorzitter van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), wil toch wat nuanceren. "De voorbije weken werd soms gezegd dat contactonderzoekers niet mogen vragen waar iemand geweest is.  Dat is niet correct. Natuurlijk mogen ze dat wél. Volgens een Koninklijk Besluit mogen ze vragen naar verplaatsingen. Ze kunnen dus perfect te weten komen waar iemand geweest is."

Stevens waarschuwt wel tegen het automatisch verzamelen van locatiegegevens, bijvoorbeeld via een app. "Het kan niet de bedoeling zijn dat de overheid van iedereen, besmet of niet besmet, systematisch locatiegegevens gaat bijhouden. Of dat massaal gsm-verkeer wordt binnengehaald om te achterhalen waar mensen geweest zijn. Dat is wél een schending van de privacy."

Er is volgens Stevens vooral verwarring. "Dat komt omdat het plots heel snel moest gaan. Iedereen loopt dan op de tippen van zijn tenen. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft een advies gegeven en dat heeft helaas voor onduidelijkheid gezorgd. Ik hoop dat die verwarring nu kan uitgeklaard kan worden."

Lees voort onder de foto.

David Stevens is geen voorstander van het massaal verzamelen van locatiegegevens.

Krijgen we een tweede golf als de contactopsporing niet snel verbeterd wordt?

Het kan beter met de contactopsporing, daar is iedereen het over eens. Maar hoe belangrijk is die contactopsporing eigenlijk? En wat als de cijfers de komende weken weer stijgen?

Niel Hens is duidelijk: "Goede contact tracing is enorm belangrijk als je de curve laag wil houden. Het zorgt voor een sterke reductie van het aantal nieuwe besmettingen."

Geert Molenberghs  bevestigt. "In sommige modellen zie je een immens verschil tussen een situatie met of zonder goede contactopsporing. Zonder goede contactopsporing schiet de curve pijlsnel weer omhoog."

Contactopsporing is ook van cruciaal belang wanneer je andere maatregelen versoepelt. Zo staat het letterlijk in een studie die Hens vorige week publiceerde met collega's van de universiteiten van Hasselt en Antwerpen: "Contactopsporing is essentieel voor een gecontroleerde afbouw van lockdown-maatregelen."

(De studie kan je hier raadplegen. Let wel: het gaat om een voorlopige versie, die nog niet onderworpen werd aan "peer-review" door collega-wetenschappers.)

Goede contact tracing zorgt voor een enorme reductie van het aantal nieuwe gevallen

Niel Hens

Wanneer je maatregelen versoepelt, moet je dus extra inzetten op contactopsporing. Alleen zo voorkom je een nieuwe opstoot. 

De contactopsporing moet daarom snel beter, zeker als we een tweede golf willen vermijden.  "Het risico op een tweede golf is aanzienlijk als we die contactopsporing niet snel in orde krijgen", zegt Hens. "Het is moeilijk om er een cijfer op te plakken, maar het risico is zeker groot. Het moet snel beter."

Ook Marc Van Ranst is er niet gerust in. "Ik ben niet zeker dat het met deze manier van werken zal lukken om een tweede golf te vermijden."

Of we met betere contactopsporing die tweede golf wél kunnen vermijden? "Dat kan niemand garanderen", zegt Geert Molenberghs. "Maar het maakt de kans op een tweede piek wel veel kleiner."

Meest gelezen