Xinhua News Agency

Chinese beursindex krijgt zwaarste klap sinds februari ondanks onverwachte groeicijfers

Vanochtend kondigde China een onverwacht herstel van de economische groei aan in het tweede kwartaal. Een technische recessie is daarmee vermeden, maar vreemd genoeg krijgt de belangrijkste index op de aandelenbeurzen de grootste klap in een dag sinds het uitbreken van de coronacrisis in februari. Probleem: de Chinezen consumeren niet. 

In de eerste drie maanden van het jaar was de economische groei in China met 6,8 procent teruggevallen, het eerste negatieve kwartaal sinds het begin van de statistieken in 1990. Dat was uiteraard het gevolg van de coronacrisis en van de strikte lockdown die China had ingesteld.

Vanochtend was er dan goed nieuws te rapen: in het tweede kwartaal was de Chinese economie verrassend gegroeid met 3,2 procent en dus werd een technische recessie -twee opeenvolgende negatieve kwartalen- vermeden. Op de eerste jaarhelft was er nog een negatieve groei van 1,6 procent. 

Normaal zouden de aandelenbeurzen dan opveren, maar niet vandaag, want de CSI-300-index van de belangrijkste beurzen in Shanghai en Shenzhen sloot vandaag met een verlies van 4,8 procent naar het laagste peil in tien dagen tijd. Dat is het grootste dagverlies sinds 3 februari, toen de coronacrisis China in zijn greep had.

Consumptie is de achilleshiel

Hogere groei en lagere beurskoersen, het lijkt tegenstrijdig, maar volgens veel waarnemers is er toch een logica. Zo is de verrassende groei van het voorbije kwartaal vooral toe te schrijven aan de fiscale maatregelen die het Chinese regime genomen heeft om de economie en de bedrijven aan te zwengelen. 

Er was bij die groeicijfers wel een grote negatieve uitschieter en dat was de terugval van de consumptie in China. Die consumptie viel met bijna 4 procent terug het voorbije kwartaal. De Chinese consument houdt dus zijn of haar geld op zak, overheidsstimulus of niet, en dat weerspiegelt wantrouwen. (Lees verder onder de foto).

Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved.

De CSI-300-index van de Chinese beurzen staat nu nog altijd 10 procent hoger dan in het begin van het jaar, maar het grootste deel van die winst is er gekomen nadat de epidemie onder controle leek sinds maart. Nogal wat waarnemers her en der vinden die beursstijging eerder op een zeepbel lijken die drijft op de overheid die geld pompt in de economie. Vreemd genoeg kan het nieuws over de herpakkende groei die overheid net aanzetten om die stimulansen wat terug te schroeven, waarna de beleggers eieren voor hun geld kiezen en hun winst willen verzilveren, of anders gezegd: hun aandelen verkopen. Overigens staat ook de Hang Seng-index in Hongkong op het laagste peil in een maand, maar dat vooral te maken met de spanningen in die regio.

Intussen woedt nog altijd een handelsconflict met de Verenigde Staten en houden steeds meer landen de deur dicht voor Chinese technologiereuzen zoals Huawei en anderen. Zo boycot India Chinese software sinds een kort grensconflict in de Himalaya. Ook de crisis in Hongkong doet de Chinese economie geen goed.

Meest gelezen