Kritiek groeit op coronacijfers van Sciensano: Van Ranst wil dagcijfers, burgemeesters doen zelf navraag

Verschillende virologen, gouverneurs en burgemeesters roepen op om opnieuw dagelijkse coronacijfers te krijgen, en meer en sneller details over de besmette personen te verzamelen. Ook viroloog Marc Van Ranst vond het systeem waar er elke dag werd gecommuniceerd over de cijfers beter. "Ik denk dat we daar misschien moeten naar terug gaan", zegt hij. Daarmee groeit de kritiek op de manier waarop het wetenschappelijk instituut Sciensano op dit moment de coronacijfers rapporteert. 

"De focus zal vanaf nu liggen op de evolutie van de trends, en niet langer op de dagcijfers, zoals tot nu toe het geval was." Met die zin paste het wetenschappelijk instituut Sciensano op 23 juni de manier aan waarop de coronacijfers elke dag worden gecommuniceerd. 

Die verandering was een eigen beslissing van het instituut. Sindsdien wordt enkel over zogenoemde "daggemiddelden" gesproken, zoals het gemiddeld aantal nieuwe besmettingen per dag. Dat gemiddelde wordt berekend over zeven dagen tijd. 

Kaap van 100

Maar nu dat gemiddeld aantal besmettingen al acht dagen op rij stijgt, en vandaag de kaap van 100 besmettingen per dag is gerond, groeit de kritiek op die manier van tellen.

Dat de contactopsporing nog te weinig resultaat oplevert, wisten we al, maar ook Sciensano en het Agentschap Zorg en Gezondheid liggen dus onder vuur voor hun rapportering. 

Ik vond het systeem waar er elke dag werd gecommuniceerd over de cijfers van de dag beter. Ik denk dat we daar misschien naar moeten teruggaan

Marc Van Ranst, viroloog

"Ik vond het systeem waar er elke dag werd gecommuniceerd over de cijfers van de dag beter. Ik denk dat we daar misschien naar moeten teruggaan, en naar de dagelijkse persconferenties. Dat had het voordeel dat de bevolking meer betrokken was", zegt viroloog Marc Van Ranst (KU Leuven). De viroloog zegt dat die vraag ook al verschillende keren is voorgelegd, zonder resultaat. 

Van Ranst geeft wel toe dat die dagcijfers vaak onvolledig waren, omdat ze zo snel werden gecommuniceerd. "We wisten wel dat dat de cijfers van de dag ervoor waren en dat die vaak nog later moesten worden aangepast", zegt hij. "Maar nu lopen we vier dagen achter, en dat is niet goed. Waarom hebben we geen gegevens van de laatste vier dagen? Die cijfers zijn nog onvolledig. Ja, één dag kan ik mij dat indenken, maar dit?", klinkt hij kritisch. 

Deze cijfers zijn wél al beschikbaar via de rapporten van Sciensano: 

  • Het gemiddeld aantal dagelijkse besmettingen, met als laatste betrouwbare cijfer vier dagen geleden. Die cijfers kunnen worden opgedeeld per regio, provincie, geslacht en leeftijdsgroep. 
  • Het gemiddeld aantal overlijdens per dag, met als laatste betrouwbare cijfers vier dagen geleden. De cijfers zijn op gelijkaardige manier op te delen per regio, geslacht en leeftijdsgroep. Sciensano weet ook hoeveel mensen in een woonzorgcentrum, en hoeveel in een ziekenhuis overleden.
  • Het gemiddeld aantal ziekenhuisopnames per dag (laatste meting één dag geleden), het aantal mensen dat werd ontslagen uit het ziekenhuis, het aantal op intensieve zorgen, en hoeveel mensen daarvan beademd worden. Ook die cijfers kunnen worden opgedeeld per regio en provincie. Sciensano weet ook hoeveel daarvan uit een woonzorgcentrum komen. 
  • Een kaart met het aantal besmettingen per gemeente. 
  • Een grafiek over het aantal uitgevoerde tests, opgesplitst in tests die in labo's worden uitgevoerd en tests in woonzorgcentra of triagecentra. 

Ook het Agentschap Zorg en Gezondheid moet cijfers vanop het Vlaamse niveau doorgeven aan Sciensano. Het gaat dan om cijfers uit de woonzorgcentra, en bijvoorbeeld de centra voor gehandicaptenzorg. Maar ook dat verloopt steeds minder vlot. Gaf in volle crisis nog 95 procent van de woonzorgcentra consequent cijfers door, dan is dat nu gezakt tot 85 procent, zegt woordvoerder Joris Moonens. 

Het zit in de details

Dagelijkse cijfers zijn één zaak, maar de cijfers moeten ook meer gedetailleerd zijn, zegt Erika Vlieghe, die aan het hoofd staat van de expertengroep GEES. "Nu weten we letterlijk alleen in welke gemeente het zit en bij welke leeftijdsgroepen. In het geval van Antwerpen is dat wel een heel grote schaal." Vlieghe kijkt dan niet enkel naar Sciensano. Ook moeten er meer contactopspoorders met ervaring worden aangeworven, zegt ze, om meer details van besmette personen te krijgen. 

Bekijk hieronder de reactie van Erika Vlieghe in "Het Journaal" en lees verder onder de video:

Video player inladen...

Ik heb zelf één poging gedaan om via Zorg Vlaanderen aan extra cijfermateriaal te geraken, maar dat lukt van geen kanten

Carl Decaluwé, gouverneur van West-Vlaanderen

"Die informatie stroomt ook onvoldoende door", zegt Vlieghe. En dat bevestigt gouverneur van West-Vlaanderen Carl Decaluwé: "Ik heb zelf één poging gedaan om via Zorg Vlaanderen (sic) aan extra cijfermateriaal te geraken, maar dat lukt van geen kanten", klinkt het daar.

"Ik ben al van bij het begin van de coronacrisis vragende partij om gedetailleerde cijfers over besmettingen te krijgen, als het kan zelfs op straatniveau", zegt Decaluwé. "Maar daar schermt men dan met de privacy, terwijl ik gewoon wil weten hoeveel mensen op welke plaats besmet zijn. Als er enkele besmettingen zijn in pakweg een lokale voetbalclub vereist dat andere maatregelen dan wanneer dat in een woonzorgcentrum gebeurt."

Bekijk hieronder de reactie van Carl Decaluwé in "Het Journaal" en lees verder onder de video:

Video player inladen...

Cijfers voor een stad als Antwerpen, met meer dan 500.000 inwoners is zoeken naar een speld in een hooiberg 

Cathy Berx, gouverneur van Antwerpen

"Eigenlijk vragen we er al van in het begin van de crisis om zo precies en snel info te hebben, op wijkniveau", zegt ook gouverneur Cathy Berx uit Antwerpen, de provincie met de snelste stijging van het aantal besmettingen. De cijfers op stadsniveau noemt ze "zoeken naar een speld in hooiberg". "Het zou echt wel nuttig om die informatie snel en accuraat te krijgen, up to date en liefst zo precies mogelijk." 

In afwachting van meer fijnmazige informatie over nieuwe coronabesmettingen, wil Berx na een crisisoverleg over de toestand de huisartsen meer inschakelen in de contactopsporing. 

"Ik hoop dat artsen de vertrouwensband die zij hebben met hun patiënten ook optimaal gebruiken om door te vragen. Om aan mensen die Covid-positief testen te vragen: waar werkt u, met wie bent u naar uw werk gereden, ben u eventueel op restaurant geweest, waar? Ik weet dat artsen ongelooflijk overbevraagd zijn, het zijn puzzelstukjes, maar in afwachting dat we die fijnmazige informatie hebben, gaan we dat toch wel nodig hebben", zegt Berx. 

"Het is inderdaad vrij moeilijk om een zicht te krijgen op de coronabesmettingen op het lokale niveau", klinkt dan weer bij Michel Carlier, waarnemend gouverneur van de provincie Limburg. "Ik heb sinds enkele dagen een goed contact bij het Agentschap Zorg en Gezondheid. Dat is toch al een vooruitgang. Maar dat zijn nog geen cijfers op wijk- of straatniveau. Zijn die wel gekend? In elk geval worden ze niet gedeeld", zegt Carlier. 

Burgemeesters tellen zelf

We contacteerden daarom ook enkele burgemeesters in gemeenten waar het aantal besmettingen het snelste stijgt. Ook zij klagen over gebrekkige informatie, en doen vaak dan maar zelf een bevraging bij huisartsen. 

De gemeente waar er de afgelopen dagen (relatief) het meeste besmettingen waren, is Ledegem, in West-Vlaanderen. Vorige week waren er 12 gevallen, "maar ik krijg niets door van de mensen van Sciensano, behalve een mail via mijn noodambtenaar dat zij een onderzoek zouden starten omdat wij eruit schieten in de cijfers", zegt burgemeester Bart Dochy (CD&V). "Ik denk dat ze nog steeds aan het starten zijn, want ik heb er nog niets van gehoord."

"Ik heb wel rechtstreeks contacten met mijn huisartsen", zegt Dochy, "en ik kan alle twaalf namen geven, mensen uit de omgeving komen dat gewoon melden, mensen bellen gewoon zelf." De burgemeester verwacht daarom meer van het wetenschappelijk instituut: "Als gemeente zou je toch op zijn minst de deelgemeente van uw getroffen mensen moeten krijgen."

Jurjen Drenth

In buurgemeente Moorslede klinkt het zelfs dat de cijfers van Sciensano niet meer juist zijn. "De cijfers kloppen niet met de informatie die ik krijg, vertrouwelijke informatie, van de huisdokters", zegt liberaal burgemeester Ward Vergote. 

"Als je belt met de huisartsen hoor je meteen dat er zes besmettingen zijn vastgesteld. Maar dan komen die pas drie vier dagen later bij Sciensano? Ik  vind het heel jammer dat dat niet sneller gebeurt", zegt Vergote. "De sfeer rond de cijfers is verkeerd, we moeten echt wel waakzamer zijn, en veel alerter zijn, want het klopt niet met wat er gezegd wordt."

In Heusden-Zolder, de Vlaamse gemeente die op plaats twee staat op vlak van nieuwe besmettingen, zeggen ze dan weer wel details te krijgen van Sciensano. "Zij volgen het van dichtbij op. Zodra er een alarmsignaal moet worden gegeven, krijgen we dat ook binnen," klinkt het positief bij eerste schepen Marleen Hoydonckx. Zo werd ze ingelicht over een besmettingshaard op een verlovingsfeest. 

Bekijk de reportage over Heusden-Zolder uit "Terzake" hier:

Video player inladen...

Ook in de gemeente Boom wil de burgemeester dringend meer informatie. Boom heeft in 1 week tijd 8 nieuwe besmettingen. Bekijk hieronder het verslag van "Het Journaal":

Video player inladen...

Meest gelezen