Zijn lokale initiatieven dé oplossing om contactopsporing te verbeteren? Of leiden ze alleen tot meer verwarring?

Steeds meer steden en gemeenten nemen initiatieven om de contactopsporing bij besmettingen met het coronavirus te verbeteren. Gisteren nog startte een groot project in Zuid-West-Vlaanderen. Wat zijn de voor- en nadelen van al die lokale initiatieven? Zullen ze de contactopsporing verbeteren of veroorzaken ze alleen nog meer complexiteit?

Het zijn hectische dagen voor Wim Van Rossen (Open VLD), waarnemend burgemeester van Temse. De drukte begon vorige week zaterdag, geheel onverwacht. Viroloog Marc Van Ranst verklaarde toen op televisie dat er nieuwe uitbraken waren in Temse en in Schaarbeek. De officiële cijfers van Sciensano liepen volgens Van Ranst enkele dagen achter.

"Ik had net enkele huwelijken gedaan en was een hapje aan het eten", vertelt Van Rossen. "Toen de naam Temse viel op het VTM Nieuws, was het snel gedaan met de rust. Ik kreeg plots veel berichten van mensen die zich zorgen maakten. We hebben daarom een persbericht uitgevaardigd, om de bevolking gerust te stellen."

Hoe het komt dat Van Rossen op televisie moest vernemen dat er veel nieuwe besmettingen waren? "Dat is een beetje een samenloop van omstandigheden. Het bericht over de nieuwe besmettingen is waarschijnlijk eerst naar de burgemeester gestuurd, maar die was met vakantie. Daarom heb ik het nieuws op televisie vernomen."

Lees verder onder de foto:

In de Oost-Vlaamse gemeente Temse aan de oevers van de Schelde werden de voorbije dagen nieuwe besmettingen vastgesteld.

Huisartsen Temse starten zélf met contactopsporing... of toch niet?

Als er nieuwe besmettingen zijn, dan moeten ook de contacten van mensen die besmet zijn in kaart gebracht worden. Dat is natuurlijk ook zo in Temse. Dit weekend verschenen hierover berichten in verschillende media. De huisartsen in Temse zouden zélf starten met contactopsporing. Ze zouden dat doen uit frustratie, omdat de contactopsporing op nationaal niveau niet goed verloopt. 

"Dat klopt totaal niet", zucht burgemeester Luc De Ryck (CD&V). "Misschien heeft iemand dat fout gecommuniceerd of hebben sommige media het fout begrepen. Ik weet ook niet waar mensen dat halen."

Dokter Yves Rosiers, net op huisbezoek, wil wel even toelichten hoe het dan wel zit. "Wij zijn als huisartsen niet opgeleid om aan contactopsporing te doen. Dat is complex en tijdrovend werk. Daar heeft een huisarts geen tijd voor. We hebben zo al meer dan genoeg werk."

Wij zijn als huisartsen niet opgeleid om aan contactopsporing te doen

Yves Rosiers, huisarts

De huisartsen in Temse helpen wel bij het in kaart brengen van de besmettingen in hun gemeente. "Als huisartsen worden wij gewaarschuwd als een van onze patiënten positief test. Aan de hand van die informatie kunnen we dan onderzoeken waar er clusters van besmettingen zijn. We proberen dus op lokaal vlak het probleem mee in kaart te brengen."

De huisartsen geven de informatie die ze verzamelen door aan de gemeente. "Om privacyredenen zullen we natuurlijk nooit namen van individuele patiënten doorgeven. We zeggen in welke straat er besmettingen zijn, maar niet in welk huis."

De gemeente Temse geeft op haar beurt de informatie door aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. Daar gebeurt de échte contactopsporing. "Dankzij ons voorbereidend werk gaat het sneller en gerichter", zegt Rosiers. "Maar de contactopsporing gebeurt dus nog altijd door mensen die daarvoor opgeleid zijn. En zo hoort het ook."

Lees verder onder de foto:

Huisartsen in Temse geven informatie door aan het Agentschap Zorg en Gezondheid, waar de échte contactopsporing gebeurt.
Belga Image

Steeds meer lokale initiatieven

De voorbije dagen werden ook andere lokale initiatieven gelanceerd. Antwerps provinciegouverneur Cathy Berx (CD&V) maakte zaterdag bekend dat het district Borgerhout start met een lokaal project. "Het is de bedoeling dat huisartsen van personen die positief testen op het virus met hen een gesprek aangaan over zaken als hun contacten en hun werk", zei Berx daarover.

Wouter Arrazola de Oñate is als arts en epidemioloog mee betrokken bij het opzetten van dat nieuwe systeem. Hij woont zelf in een van de zwaarst getroffen wijken en doet al jaren aan contactopsporing, onder andere bij besmettingen met tuberculose. Daarom is hij goed vertrouwd met de voor- en nadelen van de verschillende systemen voor contactopsporing.

"Dit initiatief komt er omdat het huidige systeem nog niet goed genoeg werkt", zegt Arrazola de Oñate. "We merken dat te veel patiënten niet of te laat opgebeld worden. Bij veel mensen zijn er ook sociale problemen, taalproblemen of ze begrijpen het allemaal niet zo goed. Het systeem staat dus zeker nog niet op punt."

Arrazola de Oñate zegt dat het zeker niet de bedoeling is om een nieuw, parallel systeem op te zetten. "Dat is een grote misvatting. Wij willen een aanvulling bij het al bestaande systeem. Het is dus een soort extraatje, geen alternatief."

Dit is een extraatje, geen alternatief systeem

Wouter Arrazola de Oñate

Arrazola de Oñate pleit voor een contactopsporing die toegespitst is op de noden van de buurt. "Op sommige plaatsen is iets meer of iets anders nodig dan een standaard-oplossing. Dat is trouwens een basisprincipe in de epidemiologie en de gezondheidspromotie."

Arrazola de Oñate benadrukt ook dat het initiatief er komt op de uitdrukkelijke vraag van lokale huisartsen. Om de werklast te verlichten, zullen zij geholpen worden door verpleegkundigen. Die zullen lokaal gezocht worden, in buurten met veel besmettingen. "Het helpt als die verpleegkundigen de buurt kennen en de taal spreken van de mensen die ze contacteren. Zo bereik je gemeenschappen die anders moeilijk te bedienen zijn."

Verpleegkundigen zullen dus een belangrijke rol spelen bij de contacten met patiënten. "Als een patiënt positief test, dan volgt altijd een lang gesprek met de huisarts: Wat mag de patiënt nog en wat niet meer? Wat moet er gebeuren met familie en met persoonlijke contacten? Enzovoort. Dat uitgebreide gesprek willen we laten overnemen door getrainde verpleegkundigen, die goed kunnen omgaan met het medisch beroepsgeheim."

Bij sommige patiënten is ook een thuisbezoek nodig. "We hebben dan een rustig gesprek met de patiënt. Samen zoeken we naar oplossingen voor de gezondheid van de patiënt en zijn familie. Soms moet je mensen ook motiveren om in quarantaine of zelfisolatie te gaan."

Arrazola de Oñate doet vandaag zelf een eerste huisbezoek, als een soort test case

Lees verder onder de foto:

Huisartsen hebben een vertrouwensband met hun patiënten.

Lokale initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond

De voorbije dagen werden in heel België gelijkaardige initiatieven gelanceerd. Zo werd maandag gemeld dat ook de gemeente Kortemark start met lokale contactopsporing.

Het huidige systeem werkt te traag", zegt burgemeester Karolien Damman, "Als gemeente krijgen we ook heel weinig informatie over waar de mensen precies besmet zijn. Dat maakt het moeilijk voor ons om snel en doordacht op te treden. Daarom hebben we nu beslist, in overleg met de huisartsenkring van Kortemark en de lokale crisiscel, om zelf te starten met lokale tracing."

Een reportage over de contactopsporing in Kortemark was maandag te zien in Het Journaal:

Video player inladen...

Gisteren was er ook een vergadering om de aanpak in Zuid-West-Vlaanderen te bespreken. Daar werd beslist dat er een regionaal callcenter komt, om de contactopsporing te ondersteunen. Dat callcenter zal vooral bemand worden door gepensioneerde artsen van het AZ Groeninge in Kortrijk. Zij zullen besmette patiënten contacteren. Alles wordt gecoördineerd door de welzijnsintercommunale W13.

Het doel van het project: informatie beter laten doorstromen, zodat je meteen zicht krijgt op nieuwe clusters van besmettingen. Je kan dan sneller en efficiënter schakelen. "We willen ook kijken of mensen persoonlijke ondersteuning nodig hebben", zegt Philippe De Coene (SP-A), voorzitter van W13 en schepen van Zorg in Kortrijk.

Huisartsen kennen hun patiënten

Zullen al die lokale initiatieven de contactopsporing sneller en beter maken? Of zorgen ze voor nog meer complexiteit en verwarring?

Viroloog Marc Van Ranst is alvast gewonnen voor meer betrokkenheid van huisartsen en lokale besturen. Dat liet hij vorige week weten op Twitter.

"Huisartsen en burgemeesters zijn vertrouwd met de lokale situatie", zegt Van Ranst. "Ze kennen hun gemeente door en door. Ze weten welke cafés er zijn en welke evenementen plaatsvinden. Dat maakt het makkelijker om de situatie in kaart te brengen."

Contactopsporing door huisartsen heeft volgens Van Ranst ook een ander voordeel. "Patiënten kennen hun huisarts, er is een vertrouwensband. Mensen zijn dan minder zenuwachtig als hen gevraagd wordt naar hun contacten. Ze zullen meer vertellen dan wanneer ze gecontacteerd worden door een onbekende die belt vanuit een callcenter in Brussel."

Er is wel één uitzondering. Mensen vertrouwen hun huisarts, maar soms zijn er dingen die ze toch liever niet vertellen. Dat ze een buitenechtelijke relatie hebben met de buurman of buurvrouw, bijvoorbeeld. 

"Daarom geloof ik in een combinatie van lokale en nationale  contactopsporing", zegt Van Ranst. "De huisarts kan de eerste contactopsporing doen. Na dat gesprek kan hij aan de patiënt zeggen: Hier is nog een nummer van een callcenter in Brussel. Als je nog delicate informatie hebt die je mij liever niet vertelt, dan kan je daarnaar bellen." 

Hebben huisartsen daar wel tijd voor? En wie gaat dat allemaal betalen?

Dirk Devroey, professor huisartsengeneeskunde aan de VUB, vindt net als Marc Van Ranst dat huisartsen een grotere rol kunnen spelen. "Als nieuwe besmettingen opduiken, kunnen huisartsen vaak goed inschatten waar de bron ligt. Was er een feestje? Een Chirokamp? Komt de besmetting van een familie die net teruggekeerd is van vakantie?"

Toch vindt Devroey niet dat huisartsen de contactopsporing moeten overnemen. "Er zijn natuurlijk huisartsen die zeggen: als we het zelf doen, dan zal het beter zijn, want dan gaat het allemaal sneller. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat het bestaande systeem van contactopsporing dringend moet verbeterd worden, door bestaande problemen weg te werken. Huisartsen kunnen extra ondersteuning bieden, maar ze moeten niet de nieuwe contactspeurders worden."

Lees verder onder de foto:

Dirk Devroey vindt niet dat huisartsen de contactopsporing moeten overnemen.

Ook huisartsenvereniging Domus Medica vindt niet dat artsen aan contactopsporing moeten doen. "Er zijn op dit moment heel wat lokale initiatieven die als paddenstoelen uit de grond schieten", zegt ondervoorzitter Greet Van Kersschaever. "Dat is prima, maar we mogen zeker niet gaan naar twee parallelle systemen."

Van Kersschaever zegt dat huisartsen en huisartsenkringen vooral een ondersteunde rol kunnen spelen, bijvoorbeeld bij het leggen van contacten.

"De contactspeurders in het callcenter in Brussel kunnen mensen soms moeilijk bereiken, bijvoorbeeld omdat iemand niet thuis is of geen oproepen van onbekende telefoonnummers beantwoordt. Op zo'n momenten zou het goed zijn als een contactspeurder even belt met de huisarts. De huisarts kan dan helpen om die persoon toch te bereiken."

Veel huisartsen hebben erg drukke maanden achter de rug

Greet Van Kersschaever

Die extra ondersteuning is zinvol, maar het betekent natuurlijk extra werk. "Veel huisartsen hebben al erg drukke maanden achter de rug. Nu wordt ook dit in hun mandje gelegd, zonder dat ze daarvoor vergoed worden. Dat vinden wij onverantwoord."

Marc Van Ranst bevestigt. "Je kan van die mensen geen extra inspanning vragen, zonder hen daarvoor te vergoeden. De overheid heeft 101 miljoen gereserveerd voor contactopsporing. We kunnen misschien een deel van dat geld gebruiken om hen te betalen."

Om de werkdruk te verminderen, kan je huisartsen ook laten bijstaan door "case managers". "Zo'n case manager is heel zinvol als een patiënt het systeem niet goed begrijpt", zegt Van Kersschaever. "Als hij bijvoorbeeld niet snapt wat quarantaine is of wat bedoeld wordt met de uitdrukking 'nauwe contacten'. Op die momenten is het goed als iemand dat geduldig kan uitleggen."

Lees verder onder de foto:

Contactopsporing vergt een complexe organisatie.

Nood aan een wettelijk kader

Wouter Arrazola de Oñate vindt de vele lokale initiatieven een goede zaak, op voorwaarde dat gecoördineerd wordt met het Agentschap Zorg en Gezondheid. Hij vindt het wel jammer dat men niet van bij het begin heeft gekozen voor een minder gecentraliseerde aanpak.

"Men had de contactopsporing veel lokaler kunnen aanpakken. Zo stond het ook in de werknota die ik heb gemaakt voor de interfederale werkgroep, in opdracht van expert contactopsporing Emmanuel André (KU Leuven). Helaas is het advies in die werknota nooit geïmplementeerd."

Arrazola de Oñate zegt dat hij wel begrip heeft voor de huidige gang van zaken. "Het is allemaal heel snel gegaan. Men moest plots op grote schaal een systeem voor contactopsporing opzetten. Daarom snap ik wel dat het zo gelopen is."

Of ook het Agentschap Zorg en Gezondheid blij is met al die lokale initiatieven? 

"Natuurlijk zijn die lokale initiatieven welkom", zegt communicatieverantwoordelijke Ria Vandenreyt. "Het is wel belangrijk dat ze complementair zijn en dat de gegevens goed aan elkaar gelinkt kunnen worden. We zijn trouwens in overleg met de meeste van die lokale partners, om alles verder te bespreken."

Dat overleg zal wel snel moeten gaan, want de cijfers blijven stijgen. Efficiënte contactopsporing is cruciaal om een tweede golf zo laag mogelijk te houden.

"Ik hoop dat bij iedereen, bevolking én politici, voldoende doordringt dat we in biologische oorlog zijn", zegt Yves Rosiers, de huisarts die mee het systeem in Temse opzette. "Het is daarom enorm belangrijk dat onze defensie werkt. In alle geledingen..."

Meest gelezen