Bloedige plekken: de gruwelijke slag aan de Sinte-Ludwinakerk in Bonheiden

Louis van Dievel leest onze reeks "Bloedige plekken", en herinnert zich hoe bloedig de blauwe plekken uit zijn jeugd waren.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist

Niet één maar drie keer waren de banden van de fiets van Georges Verbuiten plat gezet. En de derde keer was bovendien zijn zadel losgevezen, zodat Georges een lelijke en pijnlijke smak maakte met zijn nog jonge edele delen tegen het frame, bij ons “de buis” geheten. Toegegeven, hij had zijn voornaam tegen, wie heette er nu in godsnaam Georges?

Maar dat was nog geen reden om de wandaden van Eddy Verbueren en zijn trawanten ongewroken te laten. Want dat hij de dader was, stond buiten twijfel. Eddy Verbueren, die al op zijn twaalfde sigaretten smoorde (die hij pikte van zijn vader Dolf), voor geld met de kaarten speelde en wist hoe kinderen gemaakt werden. 

De ridders van het Zellaerbos

Wij konden dat niet over onze kant laten gaan want Georges Verbuiten was lid van ons geheime genootschap, “De nobele ridders van het Zellaerbos”. Georges was weliswaar slechts een meeloper, maar hij had evengoed de eed afgelegd en die eed met zijn eigen bloed bekrachtigd. Bloed dat geplengd was door een snede met een verroest aardappelmesje in de onderarm.

“De nobele ridders van het Zellaerbos”, dat waren verder Ludo Donckers, Ludwig Goovaerts, Pierre Jacobs, Hugo Van Bosstraeten, Eddy Van Essche, Willy Maes en ik. Wij hadden een geheim kamp onder de rododendrons van het Zellaerkasteel, waar wij oefenden met zelfgemaakte houten zwaarden, en, als we dat beu waren, voetzoekers ofte “fusees” naar elkaar gooiden. De échte ridder verpinkte niet wanneer zo’n ding voor zijn voeten ontplofte. Moeilijk hoor.

Een blauw oog

Wij stuurden, na beraad in ons geheime kamp, Ludwig Goovaerts als gezant uit naar de bende van Eddy Verbueren. Een eerlijk gevecht zou eens en voor altijd uitmaken wie de wet stelde aan onze kant – de vergeten kant - van het dorp Bonheiden: de nobele ridders - wij dus - of de laaghartige struikrovers van de Oude Putse Baan, de sigaretten rokende, voor geld kaartende en vroegrijpe volgelingen van Verbueren.

Ludwig kwam terug met een blauw oog, een gescheurde trui en met de mededeling dat de slag zou worden uitgevochten in “de hof” van de Sinte-Ludwinakerk, een mager bosje waar de kleintjes van de Chiro op zondag verstoppertje speelden. Ludwig zou overigens de historische veldslag niet meemaken: hij was met huisarrest gestraft wegens die gescheurde trui.

Houten stokken

Wij van de nobele ridders dachten in onze naïviteit dat het gevecht met de blote vuisten zou worden geleverd. Eddy Verbueren en zijn rabauwen verschenen evenwel op de afspraak met stevige houten stokken. Ze wilden tot onze verbijstering ook geen regels afspreken maar togen onverwijld ten aanval. Pierre Jacobs kreeg meteen een knal op zijn kop en bloedde als een rund, Georges Verbuiten ging er als een bange haas vandoor.

Ikzelf kreeg een suizende klap tegen mijn rechteroor die mij tijdelijk doof maakte, maar ook een vreemde razernij in mij los maakte. Razernij die aanstekelijk werkte op mijn mederidders. Onder het slaken van ijzige kreten wierpen wij ons met ware doodsverachting op onze tegenstanders. Hun houten stokken waren van geen nut meer, zodra wij als dolle honden over elkaar in het zand rolden. 

Laffelijk uit de voeten

Daar hadden onze vijanden niet van terug. Alreeds sloeg er een met tranen in de ogen en met een bijtwonde, aangebracht door Willy Maes, op de vlucht. Een tweede riep dat hij zich overgaf. De anderen vochten met de moed der wanhoop verder, tot zij beseften dat hun aanvoerder zich laffelijk uit de voeten had gemaakt. Per fiets bovendien, zodat wij hem niet konden achtervolgen.

Het was de enige domper op onze glorieuze overwinning. We zouden later wel met Eddy Verbueren afrekenen. Ondertussen bonden wij de verslagenen vast aan de dunne boompjes van de hof van de kerk, tot het etenstijd was, en wij ons onzeker naar huis begaven. Onzeker, omdat onze kleren niet ongehavend uit de strijd waren gekomen. Onze hoofden en ledematen ook niet, maar daar maakten onze moeders in de regel geen problemen over.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen