De onderzoekers dalen af in de Chiquihuite-grot in centraal Mexico.
Devlin A. Gandy

"Eerste mensen bereikten Amerika 15.000 jaar eerder dan gedacht"

Mensen hebben Amerika hoogstwaarschijnlijk meer dan 30.000 jaar geleden bereikt, 15.000 jaar vroeger dan tot nu toe gedacht werd. Dat blijkt uit archeologisch onderzoek in de Chiquihuite-grot in noordelijk centraal Mexico en statistische modellen van data van 42 archeologische sites. De bevindingen stellen het algemeen aanvaarde idee in vraag dat de Clovis-mensen 15.000 jaar geleden de eerste menselijke bewoners van de Amerika's waren en ze roepen veel nieuwe vragen op. 

"Algemeen wordt aangenomen dat de eerste Amerikanen het continent bereikt hebben tussen 16.000 en 13.000 jaar geleden", zei doctor Lorena Becerra-Valdivia. "Onze vondsten tonen aanwijzingen voor mensen zo'n 15.000 jaar eerder." Becerra-Valdivia is de eerste auteur van de studie over de statistische modellen, een andere studie bespreekt de archeologische vondsten in de grot. 

In de Chiquihuite-grot, waar al bijna tien jaar lang opgravingen plaatsvinden, zijn zo'n 1.900 stenen werktuigen gevonden en kleine fragmentjes, steensplinters of afslagen. Die lagen in een 3 meter dikke laag sedimenten die verdeeld was in verschillende lagen. De werktuigen behoren tot een type materiële cultuur dat nergens anders in Amerika gevonden wordt, wat wijst op een tot hiertoe onbekende lithische (steen-) industrie volgens de onderzoekers. 

De onderzoekers gebruikten radiokoolstofdatering om de ouderdom te bepalen van stalen uit de site, zaken als beenderen, houtskool en DNA in de sedimenten. Voor sommige stalen gebruikten ze daarnaast de luminescentiedatering. 

Op het DNA van de overblijfselen van planten en dieren in het sediment dat rond de werktuigen zat, voerden ze ook een analyse uit om de ouderdom te bepalen en dat gaf een resultaat tussen 25.000 en 30.000 jaar geleden. 

"We hebben DNA geïdentificeerd van een groot aantal dieren, waaronder zwarte beren, knaagdieren, vleermuizen, woelmuizen en zelfs kangoeroeratten", zei doctor Mikkel Winther Pedersen, een geneticus van de Universiteit van Kopenhagen en een van de eerste auteurs van de studie over de opgravingen. 

In totaal verkreeg men meer dan 50 dateringen voor de site en de oudste daarvan vallen in en zelfs voor het Laatste Glaciale Maximum, de periode waarin wereldwijd het grootste volume aan water als ijs was opgeslagen, het hoogtepunt van de laatste ijstijd.  Het Laatste Glaciale Maximum wordt gedateerd tussen 26.000 en 18.000 jaar geleden. 

Maar schattingen uit de statistische modellen geven aan dat mensen de site zelfs nog vroeger kunnen bewoond hebben. "De aanwezigheid van mensen vindt plaats voor er een archeologische site gecreëerd wordt", zei doctor Becerra-Valdivia, die vroeger aan de University of Oxford werkte en nu archeologe en expert in radiokoolstofdatering is aan de University of New South Wales in Australië. 

"Door gebruik te maken van archeologische aanwijzingen en Bayesiaanse ouderdomsmodellen - een krachtig instrument dat data en archeologische aanwijzingen met elkaar verbindt door middel van statistiek - kunnen we inschatten dat mensen al zo vroeg als 33.000 tot 31.000 jaar geleden in de Chiquihuite-grot arriveerden. Deze bevindingen helpen ons de oorspronkelijke bewoning door mensen van de Amerika's in meer details dan ooit tevoren te begrijpen", zei Becerra-Valdivia.

De onderzoekers verzamelen stalen in de grot voor DNA-analyse.
Devlin A. Gandy

Geen menselijk DNA

Hoewel er in de sedimenten - de afzettingen - in de grot DNA gevonden is van verschillende dieren, is er geen menselijk DNA aangetroffen. 

De onderzoekers hebben daar een verklaring voor, namelijk dat de grot waarschijnlijk niet permanent bewoond werd maar enkel dienst deed als tijdelijke schuilplaats, mogelijk maar eens in tientallen jaren.  

Volgens de leider van de opgravingen, doctor Ciprian Ardelean van de Autonome Universiteit van Zacatecas in Mexico, was de Chiquihuite-grot goed geïsoleerd en kan ze tijdens koude winters beschutting geboden hebben. Op het hoogtepunt van de laatste ijstijd, 26.000 jaar geleden, moet Noord-Amerika immers een gevaarlijke plaats geweest zijn. "Er moeten vreselijke stormen geweest zijn, hagel, sneeuw", zo zei hij. 

Geneticus Pedersen denkt dat de grot mogelijk als een basiskamp voor jagers gediend heeft. "We denken dat deze vroege mensen waarschijnlijk enkele maanden per jaar teruggekeerd zullen zijn naar de grot om te profiteren van jaarlijks weerkerende natuurlijke hulpbronnen en vervolgens verder te trekken. Waarschijnlijk als er kuddes grote zoogdieren in het gebied waren die nog niet veel ervaring met mensen hadden gehad en dus een makkelijke prooi zullen geweest zijn." 

Zijn collega professor Eske Willerslev van de Universiteit van Cambridge en de Universiteit van Kopenhagen noemt de grot zelf het oudste hotel in de Amerika's. "Deze vroege bezoekers bewoonden de grot niet constant, we denken dat de mensen een deel van het jaar er doorbrachten en de grot gebruikten als een zomer- of een winterschuilplaats, of als een basis om te jagen tijdens migraties. Dit zou het oudste hotel ooit in de Amerika's kunnen zijn", zo zei hij.  

Doctor Lorena Becerra-Valdivia (midden) bereidt in de grot materiaal voor voor radiokoolstofdatering samen met haar collega's professor Joaquín Arroyo-Cabrales (links) en doctor Juan I. Macías-Quintero (rechts).
Devlin A. Gandy

Mislukte kolonisatie

De opgravingen die in 2012 begonnen zijn, roepen meer vragen op over de vroege bewoners van de Amerika's dan ze oplossen. 

"Het bevolken van de Amerika's is de laatste heilige graal van de moderne archeologie", zei doctor Ardelean. "Deze site lost niets op, ze toont enkel aan dat deze vroege sites bestaan. We hebben hier te maken met een handvol mensen van duizenden jaren geleden, dus we kunnen niet verwachten dat de aanwijzingen erg duidelijk zijn." 

"We weten niet wie ze waren, waar ze vandaan kwamen of waar ze naartoe zijn gegaan. Ze zijn een compleet raadsel", zei Ardelean.

"We hebben ten onrechte aangenomen dat de huidige inheemse populaties in de Amerika's directe afstammelingen zijn van de eerste Amerikanen, maar nu denken we dat dit niet het geval is."

"Tegen de tijd dat de beroemde Clovis-populatie Amerika binnentrok, waren de zeer vroege Amerikanen al duizenden jaren verdwenen. Er kunnen veel verschillende mislukte kolonisaties geweest zijn die verloren zijn gegaan in de nevelen van de tijd en die geen genetische sporen hebben achtergelaten in de huidige populatie." 

Aangezien er in de Chiquihuite-grot geen menselijk DNA is gevonden, blijft de datering van het oudste menselijk DNA in de Amerika's staan op 12.400 jaar geleden. Volgens de onderzoekers slaat die datering echter niet op de eerste mensen maar op een enorme groei van de bevolking in de Amerika's. 

"We hebben aangetoond dat de vroeger gekoesterde datering voor de menselijke aanwezigheid niet de oudste datum is voor het bevolken van de Amerika's", zei Ardelean. "Het is de datum van een bevolkingsexplosie in de Amerika's." 

Volgens de onderzoekers waren er mensen aanwezig in Amerika voor, tijdens en onmiddellijk na het Laatste Glaciale Maximum, van zo'n 26.500 tot 19.000 jaar geleden, maar is er pas sprake van een aanzienlijke bevolking vanaf een periode van plotselinge opwarming die Greenland Interstadial 1 genoemd wordt en liep van zo'n 15.000 tot 13.000 jaar geleden. 

Een argument daarvoor zien de onderzoekers in het feit dat die data samenvallen met het verdwijnen van 18 nu uitgestorven geslachten van dieren, vooral zogenoemde megafauna, grote zoogdieren. Volgens de onderzoekers speelde de grootschalige verspreiding van de mensen doorheen Noord-Amerika een sleutelrol bij het uitsterven van die grote landzoogdieren, onder meer mammoeten, paarden en kamelen. 

Zicht vanuit de Chiquihuite-grot op de vallei in het Astillero-gebergte. De grot ligt op 2.750 meter boven het zeeniveau.
Thomas L.C. Gibson

2.750 meter boven zeeniveau

De Chiquihuite-grot is zeer moeilijk te bereiken en moet de vroege bewoners een goed uitzichtpunt geboden hebben en de mogelijkheid om zich te verdedigen op mogelijke aanvallers. Vanuit de grot kan je immers kilometers ver in de vallei kijken zonder zelf gezien te worden. 

Opvallend is dat de grot 2.750 meter boven het zeeniveau ligt, wat erg hoog is in vergelijking met andere archeologische sites in de Amerika's. De meeste daarvan zijn open sites, plaatsen waar megafauna gedood werden of ondiepe schuilplaatsen onder rotsen. 

"De locatie van de Chiquihuite-grot herschrijft onmiskenbaar wat er aangeleerd werd in de geschiedenis en de archeologie en ze toont aan dat we opnieuw moeten bekijken waar we gaan zoeken naar sites van de vroegste bewoners van Amerika", zei geneticus Pedersen. 

"Onconventionele sites moeten ernstig genomen worden en we moeten er op uittrekken en er bewust naar zoeken", voegde doctor Ardelean daar aan toe. 

De onderzoekers hopen dat meer archeologische onderzoeken in Centraal- en Zuid-Amerika zullen toelaten een vollediger beeld te schetsen van de vroegste geschiedenis van de mens in het continent. 

"Een combinatie van nieuwe opgravingen en de allernieuwste archeologische wetenschap laat ons toe een nieuw verhaal bloot te leggen over de kolonisatie van de Amerika's", zei professor Tom Hingham van de Universiteit van Oxford die samen met doctor Becerra-Valdivia de studie over de statistische modellen heeft geschreven. 

Doctor Ciprian Ardelean gaat de grot binnen.
Devin A. Gandy

Drugkartels

De Chiquihuite-grot ligt in het Astillero-gebergte in noordelijk centraal Mexico, in een gebied dat nu gecontroleerd wordt door drugkartels. De onderzoekers kregen een escorte van gewapende politieagenten tot aan de voet van de berg en ze klommen vervolgens te voet naar de grot. 

"Het was een onvergetelijke ervaring", zei doctor Pedersen. "Het is een erg onveilige plaats om te reizen en we werden dan ook begeleid door Mexicaanse politieagenten in gewapende auto's naar de voet van de berg. Vandaar vertrokken we voor zonsopgang om naar de grot te klimmen, zodat we niet gezien zouden worden." 

De DNA-specialisten die op bezoek kwamen, sliepen in de grot tijdens hun onderzoek en doctor Ardelean heeft een aantal maanden in de grot geleefd tijdens zijn bijna tien jaar durende opgravingen. 

Een van de kalkstenen werktuigen uit de grot.
Ciprian Ardelean

Zijn het wel werktuigen?

Algemeen wordt aangenomen dat de eerste mensen zo'n 16.000 tot 15.000 jaar geleden vanuit Oost-Azië Amerika zijn binnengetrokken en dat idee is gebaseerd op genetische aanwijzingen bij de inheemse bevolking van de Amerika's en voorwerpen die gevonden zijn op verschillende archeologische sites, onder meer de 14.000 jaar oude Monte Verde II-site in Chili. 

De bevindingen van de nieuwe studies verdubbelen de ouderdom van de eerste kolonisatie en ze worden dan ook niet door iedereen aanvaard. 

In een stuk van Colin Barras dat de studies in Nature bespreekt, stelt archeoloog en antropoloog François Lanoë van de University of Arizona in Tucson dat het team goede argumenten heeft voor een vroege menselijke bewoning, maar hij voegt eraan toe dat data uit grotten 'berucht' zijn omdat ze zo moeilijk te interpreteren zijn. 

De stenen werktuigen kunnen verschoven zijn naar diepere lagen door geologische of biologische activiteit, bijvoorbeeld door dieren die holen graven, zodat ze ouder lijken dan ze in werkelijkheid zijn, zo zei Lanoë, die niet meegewerkt heeft aan de nieuwe studies.

Doctor Ardelean geeft toe dat sommige werktuigen misschien in lager gelegen lagen kunnen terechtgekomen zijn, maar hij wijst erop dat de 239 oudste werktuigen van de 1.900 die in de grot gevonden zijn, onder een ondoordringbare laag van modder liggen die gevormd is tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd en dat die werktuigen dus minstens zo oud moeten zijn. De kiezellagen waarin die 239 werktuigen gevonden zijn, zijn met de radiokoolstofmethode gedateerd tussen 32.000 en 25.000 jaar oud. 

Niet iedereen is er overigens van overtuigd dat het wel degelijk om werktuigen gaat. Archeoloog Kurt Rademaker van de Michigan State University in East Lansing en zijn collega Ben Potter van de Liaocheng Universiteit in China vinden dat er in de foto's van werktuigen in de studie geen duidelijke bewijzen te zien zijn van het feit dat de artefacten bewerkt zouden zijn om er werktuigen van te maken.

"Als een artefact een stenen werktuig is, zie je dat er talrijke schilfers verwijderd zijn van de rand", zei Rademaker. 

Ardelean blijft erbij dat het om stenen werktuigen gaat en hij denkt dat je zelfs kan zien dat sommige werktuigen gemaakt zijn door beginnelingen die les kregen van experten. "Iemand was iemand anders les aan het geven op deze site", zo zei hij. 

Nog een stenen artefact uit de Chiquihuite-grot.
Dr. Ciprian Ardelean

Niet iedereen overtuigd

Ook de studie met de statistische modellen ontsnapt niet aan kritiek: sommige experten vinden dat er data in zijn opgenomen van sites waarvan niet onomstotelijk vaststaat dat er menselijke bewoning is geweest. Mede-auteur Becerra-Valdivia geeft toe dat sommige sites omstreden zijn, maar ze voegt eraan toe dat de informatie van de meest controversiële site niet opgenomen is in de modellen om de uitkomst ervan geloofwaardiger te maken. 

Een ander bezwaar is dat er geen overtuigend genetisch bewijs is voor een menselijke aanwezigheid in de Amerika's voor 15.000 jaar geleden. Daarop antwoordt Ardelean dat er een eenvoudige reden is waarom genetische studies uitwijzen dat de mens zich pas redelijk recent over de Amerika's verspreid heeft, namelijk dat de vroege populaties zoals die in de Chiquihuite-grot niet lang genoeg overleefd hebben om een bijdrage aan de moderne genenpool geleverd te kunnen hebben.

Sommige archeologen denken dan weer dat het tijd wordt om deze nieuwe ideeën ernstig te nemen. "Het groeiende aantal aanwijzingen voor mensen in Beringië voor 15.000 jaar geleden, maakt het opduiken van mensen in Mexico 20.000 of 30.000 jaar geleden minder verrassend", zei John Hoffecker, een archeoloog aan de University of Colorado Boulder. Beringië is de landbrug die Alaska en het oosten van Siberië verbond op verschillende tijdstippen tijdens de ijstijden.  

De studie over de opgravingen van het internationale team onder leiding van Ardelean is gepubliceerd in Nature, net zoals de statistische studie van Beccera-Valdivia en Higham. Nog in Nature is een begeleidend artikel verschenen over de implicaties van een herziening van de tijdlijn voor de kolonisatie door de mens van de Amerika's, en een artikel dat vragen stelt bij de bevindingen. Dit artikel is gebaseerd op een perstekst van de University of New South Wales/University of Oxford, een persbericht van de University of Cambridge en het artikel van Colin Barras in Nature

Video player inladen...

Een video over de nieuwe studies. ( 'All rights Magus Film' and 'Cinematographer Mads Thomsen')

Meest gelezen