Iza Habur (Iza Habur (Photographer) - [None]

Vrijwilligers horen niet thuis in een commerciële omgeving

Vrijwilligerswerk dreigt door de coronacrisis in commercieel vaarwater te komen. Vooral twee maatregelen baren het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk zorgen: de mogelijkheid om vrijwilligers in commerciële rusthuizen in te zetten, en het loslaten van het plafond voor de onkostenvergoeding. Vrijwilligerswerk mag niet misbruikt worden om structurele personeelstekorten op te vangen, vindt het steunpunt in een open brief aan minister van sociale zaken Maggie De Block (Open VLD).

opinie
Eva Hambach en Tom Lemahieu
Eva Hambach is directeur, Tom Lemahieu is voorzitter van vzw Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk

Beste minister De Block, beste leden van de Commissie Sociale Zaken, beste federale regering,

U ondertekende als parlementslid destijds het wetsvoorstel betreffende de rechten van de vrijwilliger en hielp zo de langverwachte vrijwilligerswet tot stand te brengen. Dat was een wet waaraan hard gewerkt was, hoewel er nog enkele oneffenheden in zaten. Ze bood wel houvast aan het werkveld en duidelijkheid aan de talloze vrijwilligers die dit land telt. Die leidraad – die zekerheid - dreigt als gevolg van recente aanpassingen echter een onontwarbaar kluwen van onduidelijkheid te worden, waar niemand nog aan uit kan.

Als minister van Sociale Zaken valt het vrijwilligerswerk onder uw bevoegdheid. We stelden vanuit het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk en vanuit de Hoge Raad voor Vrijwilligers meer dan eens vast dat u het vrijwilligerswerk in al zijn diversiteit en de inzet van die talrijke vrijwilligers altijd genegen was.

We zagen bij u als voogdijminister een degelijke én effectieve betrokkenheid in de werkzaamheden van de Hoge Raad voor Vrijwilligers, een adviesorgaan dat ondanks schaarse middelen poogt het vrijwilligerswerk(beleid) te verdedigen, op te volgen, te adviseren.

(lees verder onder de foto)

Copyright Maskot

Meer nog, u hebt tijdens de route naar verbeteringen in de vrijwilligerswet die recent werden gerealiseerd, die Hoge Raad voor Vrijwilligers zelfs versterkt, een uitgebreidere bevoegdheid gegeven. Dat juichen wij toe omdat het alleen maar goed kan zijn, voor het beleid, voor de sectoren die met vrijwilligers werken en niet in het minst voor de vrijwilligers zelf.

Dat was echter voordat COVID-19 toesloeg. Sindsdien zien wij in vrijwilligersland tal van veranderingen, jammer genoeg niet alle ten goede.

Half maart zagen we in heel het land een explosie van vrijwillige energie: mensen die stonden te popelen om iets te betekenen voor anderen: uit sympathie,  om grip te krijgen op de eigen situatie, omdat ze noodgedwongen meer tijd hadden. 

De federale regering heeft ter ondersteuning een aantal maatregelen uitgewerkt, ter bescherming van die vrijwilligers. Dank daarvoor.

Daarnaast zagen we dat heel wat vrijwilligers hun activiteiten moesten staken: wegens de lockdown, omdat hun vereniging de deuren sloot, omdat ze tot een risicogroep behoorden… Hopelijk starten die vrijwilligers straks hun vrijwilligerswerk gezwind en vol passie weer op, in een landschap dat nog steeds getekend wordt door de duidelijkheid van de vrijwilligerswet.

Vrijwilligerswerk is enkel mogelijk in organisaties zonder winstoogmerk

De federale regering, minister De Block, lijkt dit jammer genoeg niet te waarborgen. Laat ons toe twee kwesties van formaat aan te halen.

Ten eerste, de mogelijkheid die geboden wordt aan commerciële rusthuizen om ‘tijdelijk’ een beroep te doen op vrijwilligers. De motivatie daarvoor klinkt op het eerste gezicht logisch: het is immers coronatijd. Maar deze redenering – als de nood hoog is kunnen vrijwilligers in commerciële organisaties het personeel ondersteunen – is een fundamentele aantasting van een van de basisprincipes van de vrijwilligerswet die vrijwilligerswerk terecht enkel toelaat in organisaties zonder winstoogmerk. Bovendien, zo lezen we in de toelichting, zijn die vrijwilligers essentieel gezien de personeelstekorten…. En daar wringt het schoentje natuurlijk: vrijwilligers mogen geen pasmunt zijn om personeelstekorten op te vangen.

Het spreekt voor zich dat dergelijke regeling, ook al is ze zogenaamd beperkt in tijd, nefaste gevolgen heeft voor het vrijwilligerswerk, en de bescherming van de individuele vrijwilliger aantast, terwijl er zoveel alternatieven zijn om personeelstekorten op te vangen….

Er zijn geen twee soorten vrijwilligers

We verslikten ons echter nog een keer in onze koffie toen op 20 juli werd aangekondigd dat de corona-vrijwilligers een verhoogde kostenvergoeding konden ontvangen. Immers, zo schreef u: door hun extra inzet tijdens de coronacrisis bereikten vrijwilligers vroeger dan anders het wettelijke plafond voor de forfaitaire onkostenvergoedingen die in de wet voorzien zijn. U wilde hen daar niet voor straffen. Nog uit het nieuwsbericht: door het plafond op te trekken wil u de goede werking verzekeren en onzekerheid bij veel vrijwilligers wegnemen. Welke onzekerheid? Die van een wet die duidelijke grenzen stelt die voor iedereen gelden?

Dat baart ons opnieuw zorgen. Het impliceert immers dat er onderscheid gemaakt wordt tussen vrijwilligers onderling, waarbij de enen belangrijker, essentiëler, of wat dan ook worden geacht dan de anderen. In feite bevinden we ons weer in dezelfde nachtmerrie als op het moment dat één van uw collega’s het nodig vond artikel 12 van de vrijwilligerswet in te vullen, ondanks negatief advies van de Hoge Raad voor Vrijwilligers. Dat artikel – laat het ons hier een achterpoortje noemen – maakte het mogelijk om voor specifieke categorieën vrijwilligers een afwijkende regeling voor terugbetaling van onkosten te voorzien. 

Echte vrijwilligers worden niet gemotiveerd door geld

Behoudens vergissing van ons, was u zelf geen fan van die uitzonderingsregeling van artikel 12, die in de feiten het concept van een vorm van betaald vrijwilligerswerk regelt, wat in de context van het onbezoldigde karakter van vrijwilligerswerk, meer dan een contradictie in terminis is. Daarenboven zorgen dergelijke afwijkingen ervoor dat er in de feiten verschillende soorten vrijwilligers ontstaan: zij die meer onkosten terugbetaald kunnen krijgen dan anderen.

De talloze mensen die zich willen inzetten, zijn bovendien niet op zoek naar een extra financiële verdienste. Er zijn verschillende wetenschappelijke bronnen die bevestigen dat (echte) vrijwilligers niet gemotiveerd worden door geld. Wie wil bijverdienen, kan bijklussen, een bijverdienste zoeken, zelfstandige in bijberoep worden.

We komen toch ook even terug op het feit dat zoveel vrijwilligers verplicht aan de kant moesten blijven staan: veel van hen zijn trouwe vrijwilligers, die misschien eerder ook al op ‘de grensbedragen’ stootten. Zij kunnen geen beroep doen op de uitzondering die u nu toestaat. En laat ons ook de organisaties niet vergeten die onvoldoende financiële middelen hebben om hun vrijwilligers een hogere onkostenvergoeding te betalen. Voor die organisaties biedt de aanpassing van 20 juli hoegenaamd geen oplossing.

(lees verder onder de foto)

Radio 2

Dat de Hoge Raad voor Vrijwilligers opnieuw niet betrokken werd, noch om advies gevraagd werd over deze en de vorige kwestie, baart evenveel zorgen. De Hoge Raad voor Vrijwilligers stelde geen enkele vraag tot versoepeling, andere kostenvergoedingen, of wat dan ook. Integendeel.

Dit adviesorgaan heeft toch een duidelijk doel, meer dan beslissingen die instrijken tegen de vrijwilligers(werk)haren te akteren, te slikken zonder meer?

Het staat bovendien in schril contrast met de werkwijze die we van u gewend zijn. De bereidheid tot samenwerking vanuit het werkveld is nochtans ongewijzigd gebleven.

We zien de voorbije tijd – en telkens onder het mom van goedbedoeld beleid en begrip - stelselmatig een uitholling van de vrijwilligerswet. Dat is geen goede evolutie, druist in tegen de eigenheid van het vrijwilligerswerk, de fierheid van vrijwilligers, maar ook tegen het Gecoördineerd Vlaams Vrijwilligersbeleid dat op 10 juli 2020 door de Vlaamse Regering werd geactualiseerd en verfijnd. We lezen daarin duidelijk dat ‘het zuiver houden van het vrijwilligerswerk’ een essentieel onderdeel is om het vrijwilligerswerk te waarderen. En daar wringt het schoentje de laatste tijd. Steeds meer.

Deze bezorgdheden zijn niet enkel Vlaams, ze leven ook sterk bij onze Franstalige collega’s. 

We willen u dus oproepen om geen aanpassingen, versoepelingen noch uitzonderingen op de regelgeving meer toe te laten, als ze niet vooraf afgetoetst worden met het werkveld, noch als er geen meerderheid voor bestaat. Dat is volgens ons de grootste waardering die u aan vrijwilligers, het vrijwilligerswerk en de maatschappij kunt geven.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen