De coronacijfers vergeleken met de eerste golf: waar staan we vandaag?

Met 591 nieuwe coronabesmettingen afgelopen donderdag zitten we momenteel al een eind boven de cijfers van voor de lockdown in maart. Toch wat het aantal nieuwe besmettingen betreft. Maar wil dat ook zeggen dat de situatie vandaag even ernstig is als toen? Wat vertellen de cijfers ons precies, en hoe moeten we die interpreteren? We vroegen het aan biostatisticus Geert Molenberghs.

Amper 4,5 maanden na het losbarsten van de corona-epidemie in ons land, bevinden we ons al in een tweede golf. Gemiddeld komen er nu 491 nieuwe besmettingen per dag bij. Een stijging met bijna 70 procent tegenover de week ervoor. Afgelopen donderdag, het meest recente cijfer dat volledig is, zaten we zelfs aan 591 nieuwe besmettingen.

Om te weten hoe ernstig de situatie vandaag is, halen we de cijfers van maart erbij. Die kan iedereen raadplegen op de interactieve tool van Sciensano. In de week van 9 tot 15 maart, de week voor de lockdown dus, werden er 1.348 nieuwe besmettingen geregistreerd. Ofwel gemiddeld 193 besmettingen per dag. Iets minder dan vandaag dus. Op 17 maart, de dag dat de lockdown werd afgekondigd, werden er al 422 besmettingen geteld. 

Er kwamen half maart, bij het begin van de eerste golf, iedere dag dus zelfs minder nieuwe besmettingen bij danvandaag. Wil dat zeggen dat deze tweede golf dan nog erger is dan de eerste?

"Dat niet," zegt biostatisticus Geert Molenberghs van de UHasselt en KU Leuven. "In maart werd er veel minder getest dan nu, waardoor we nu sowieso meer besmettingen tellen. We schatten dat we begin maart slechts 1 op de 30 besmettingen ontdekten, terwijl er dat nu 1 op de 3 zijn."

2 op de 3 besmettingen blijven nog altijd onopgemerkt
Geert Molenberghs, professor biostatistiek (KU Leuven - UHasselt)

Dat zou betekenen dat er half maart in werkelijkheid geen 400 besmettingen per dag bij kwamen, maar wel 30 keer meer. 12.000 dus. Terwijl er vandaag omgerekend elke dag "slechts" 1.500 besmettingen zouden zijn. "Al zijn dat natuurlijk schattingen", benadrukt professor Molenberghs. "Er zitten wat onzekerheden op. De verhouding kan ook 1 op de 20 versus 1 op de 5 zijn, we hebben die berekening met verschillende modellen gedaan."

"Dat maakt dat we vandaag nog wel een beetje ademruimte hebben om in te grijpen. We kunnen nog iets doen, maar dan moet het nú gebeuren." Want, zo zegt Molenberghs: "Een van de gevaren is dat we gaan denken dat het niet zo erg is als toen, dat er in maart oneindig veel meer gevallen waren, en dat is natuurlijk niet zo. Die factor 1 op de 30 is ook geëvolueerd in de loop van de tijd. In april of mei konden we al veel meer testen dan in maart."

Als vandaag 1 op de 3 besmettingen wordt gedetecteerd, betekent dat ook dat nog altijd  2 op de 3 besmettingen onopgemerkt blijven. "We schatten dat ongeveer 40 procent van de besmette personen geen enkel symptoom vertoont", zegt professor Molenberghs. "Daar komen nog de mensen bij met enkel lichte symptomen. Zij gaan niet altijd naar de dokter, omdat ze denken dat ze gewoon een beetje verkouden zijn."

Begin maart lag het werkelijke aantal besmettingen wellicht 30 keer hoger
Geert Molenberghs, professor biostatistiek (KU Leuven - UHasselt)

Ziekenhuisopnames

Een accurater beeld krijgen we wellicht als we naar het aantal ziekenhuisopnames kijken. In de week van 27 juli tot 2 augustus zijn er elke dag gemiddeld 24 mensen opgenomen in het ziekenhuis met een coronabesmetting. Van 16 tot 22 maart (de eerste volledige week met beschikbare cijfers over de ziekenhuisopnames, red.) belandden er maar liefst gemiddeld 211 mensen per dag in het ziekenhuis.

"Dat bewijst dat de situatie momenteel nog iets minder ernstig is. Maar het toont ook aan dat het virus momenteel nog niet veel onder de oudere bevolking en in de woonzorgcentra circuleert", zegt Molenberghs. "Dat zijn de meest kwetsbare groepen. Het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens zal pijlsnel stijgen als het virus ook bij hen weer toeslaat."

Andere omstandigheden

De situatie vandaag is ook niet helemaal vergelijkbaar met die van begin maart. "Toen was het vooral de reizende middenklasse die de epidemie in ons land op gang heeft getrokken", zegt professor Molenberghs. "Nu zijn dat vooral de jongeren tussen 18 en 30 jaar, die lakser zijn beginnen omspringen met de maatregelen. Zij weten dat ze minder risico lopen om ernstig ziek te worden, maar ze kunnen het virus wel makkelijk doorgeven naar de oudere generaties."

Maar ook lokale gemeenschappen, vaak met een etnische achtergrond, worden nu meer getroffen. "Vaak zijn dat mensen die minder reizen, maar die wel in groep samenkomen en cultureel de gewoonte hebben om wat dichter bij elkaar te komen", zegt Molenberghs. "Dat verschil zie je bijvoorbeeld ook tussen bijvoorbeeld Finnen, die van nature uit al wat afstandelijker zijn, en Italianen, die vaak in grote families samenkomen en rond elkaar hangen."

Als we niet opletten krijgen we een tweede golf die veel hoger wordt, zoals in de Verenigde Staten

Geert Molenberghs, professor biostatistiek (KU Leuven - UHasselt)

Tot slot, de fameuze R-waarde, het reproductiecijfer.  Momenteel bedraagt dat cijfer 1,11, volgens het nieuwste rapport van Sciensano. Dat betekent dat 1 besmet persoon het virus doorgeeft aan 1,11 nieuwe mensen.

"In het begin van de epidemie lag de R-waarde wellicht hoger, rond de 3", zegt professor Molenberghs. "Maar in de provincie Antwerpen hadden we twee weken geleden zelfs even een R-waarde van bijna 2. Dat was dus zeer zorgwekkend. Als we niet opletten, belanden we in Amerikaanse toestanden waar het aantal besmettingen in bepaalde staten 10 tot 15 keer hoger ligt dan in de eerste piek."

Ook Steven Van Gucht van Sciensano benadrukt dat we nu véél meer testen dan in maart. "Toen testten we alleen de hele zieke mensen. Nu is dat anders, nu testen we ook jonge mensen, mensen die in contact geweest zijn met iemand die besmet is, reizigers die terugkeren uit een rood gebied. Dat is goed, dat is nodig." Maar, het feit dat we nu zoveel meer kunnen testen, zorgt er ook voor dat we anders naar de cijfers kijken: "Toen baseerden we ons voornamelijk op de ziekenhuisopnames, nu op het aantal besmettingen. Het virus was toen gewoon al te ver verspreid in de bevolking en konden we het niet goed genoeg opsporen."

Meest gelezen