Laatste monniken verlaten Achelse Kluis maar er zal nog altijd echte trappist gebrouwen worden

Volgende week verlaten de laatste twee trappisten de Achelse Kluis. Broeder Gaby en broeder André verhuizen dan naar de abdij van Westmalle. Maar de bekende Achelse trappist zal nog altijd in de Sint-Benedictusabdij gebrouwen worden en mag ook de benaming trappist behouden.

Sinds 1846 verbleven er monniken in de Sint-Benedictusabdij die iedereen kent als de Achelse Kluis.  In 2004 werd het complex als monument erkend door de Vlaamse overheid en in 2018 als vastgesteld bouwkundig erfgoed. De abdij heeft altijd een grote rol gespeeld in de streek, ook door de gigantische landbouwgronden die er bewerkt werden, later kwam er de brouwerij bij en werd het meer en meer een toeristische aantrekkingspool. 

Nu er een einde komt aan de religieuze bestemming van de abdij zal in de toekomst de nadruk komen te liggen op de toeristische kant en haar functie als toegangspoort tot het omliggende natuurgebied met de wandelroutes. Een deel van het gebouwencomplex wordt sinds eind vorig jaar ingenomen door de uit Brazilië afkomstige christelijke leefgemeenschap Fazenda da Esperança.

Het blijft een echte trappist

De bierproductie zal worden voortgezet - de benaming 'Achelse trappist' mag behouden blijven. Volgens bierspecialist en -auteur Jef Van den Steen voldoet het bier immers aan de drie voorwaarden: het wordt gebrouwen binnen de muren van een trappistenabdij, bovendien moet het gebrouwen worden door of onder toezicht van de monniken, in dit geval die van Westmalle waaronder Achel ressorteert, en tenslotte moet de opbrengst gebruikt worden voor de behoeften van de abdij en gaat de rest naar goede doelen, en ook daarvoor zorgt de abdij van Westmalle.  De benaming trappist - er bestaan er wereldwijd maar 12 - is bovendien belangrijk voor de toeristische uitstraling van de site en het bier. 

Meest gelezen