Dieter Dewulf Photography

Wat is dat eigenlijk: goeie kritiek op het coronabeleid?

Corona is dé periode waarin heel wat mensen herontdekt hebben hoe belangrijk een openbare omroep voor hen is. Zeker in de piekmaanden maart, april en mei waren er nooit zoveel bedankingen en felicitaties. Maar intussen zijn er weer andere mensen die vinden dat VRT NWS “kritischer” moet zijn. Nu heb ik daar zelf ook af en toe vingerwijzingen over gegeven. Maar misschien is het tijd om eens af te lijnen wat dat nu eigenlijk is: goeie kritiek op het coronabeleid.

Natuurlijk was er ook kritiek in de verslaggeving

De redactie moest veel maatregelen uitleggen maar de kritische houding was er zeker ook. Dat had vaak te maken met de overheid die niet altijd even performant was. De gebrekkige communicatie, de traag op gang komende contacttracing om maar twee voorbeelden te noemen. Ik krijg ook reacties dat beleidsmakers en virologen té kritisch werden aangepakt. Maar sommige burgers noemden dat “scratching the surface”. Dat is veel gezegd, want journalistiek moet het overheidsoptreden tegen het licht houden. Maar er is inderdaad meer.

Goeie kritiek vergeet het grote plaatje niet

In april vroeg ik al in "De Zevende Dag" dat er een evaluatie zou komen van het beleid van die eerste maanden van de crisis. Dat is ook gebeurd met de uitstekende "Pano"-reportage "Hotel corona". Ook de artikelenreeks over Early Warners heb ik kunnen waarderen. Er waren wel degelijk mensen die de crisis wél vroeger hadden zien aankomen. Tegelijk heb ik de redactie ook kritiek gegeven omdat op het moment van de vele versoepelingen er naar mijn aanvoelen te weinig is gevraagd of het wel veilig was om al die versoepelingen door te voeren.

Wat is dan nu het grote plaatje?

Vandaag is het grote plaatje dat we een deel van die versoepelingen hebben moeten terugdraaien. De comfortabele, wekelijks wisselende bubbel van 15 moest weer worden ingekrompen naar vijf dezelfde mensen voor weken. Dat vooruit-achteruit-beleid kan je geen succes noemen en vreet aan het draagvlak voor de maatregelen. De voor de hand liggende vraag is of er niet te snel is versoepeld maar vooral: wat leren we daar nu uit voor de toekomst?

Nederland en Zweden maar ook Australië

In mijn mailbox wordt erg vaak verwezen naar Nederland en Zweden als voorbeeldlanden. Het beleid is er inderdaad soms soepeler, maar je gaat er ook niet zomaar naar een rockfestival. Het is opvallend dat er in mijn mailbox vrijwel nooit wordt verwezen naar landen die het strenger doen. Neem nu het grootstedelijke gebied Melbourne, in Australië. De vijf miljoen inwoners van dat gebied krijgen een avondklok opgelegd die al om 20 uur ingaat. Goeie kritiek gaat niet alleen uit van het leuke voorbeeld maar ook van het minder leuke. Maar er mag zeker naar het buitenland verwezen worden. Aan virologen en beleidsmakers om uit te leggen waarom het Belgische beleid volgens hen toch beter is en om de kijker, luisteraar en lezer daarvan te overtuigen. 

Het pijnloze beleid

Maar heel wat mensen die in mijn mailbox naar meer “kritiek” vragen, willen eigenlijk vooral horen dat een pijnloos indammen van het coronavirus mogelijk is. De inspiratie daarvoor is op dit moment opvallend vaker een zekere stemmingmakerij en soms ook wat desinformatie die op sociale media circuleert. Vreemd genoeg krijg ik daar op dit moment meer echo’s van dan in de piek van de crisis, toen de maatregelen nochtans veel strenger waren. Een terugkerend idee is bijvoorbeeld dat we gewoon wat meer doden moeten aanvaarden om de vrijheden en de economie nieuwe kansen te geven. Wat meer “mortaliteit” voor minder economische schade.

“Mortaliteit” aanvaarden om “zuurstof” te geven aan de economie

Om te beginnen is het vreemd dat doden ineens abstracte “mortaliteit” worden als er maar economische belangen op het spel staan. Doden zijn doden, ze zijn altijd wel iemands vader, moeder, broer, zus of vriend. Een overlijden dat vermeden had kunnen worden, is altijd een tragedie. Het is normaal dat journalistiek ervan uitgaat dat het beleid zo veel mogelijk mensenlevens wil redden en het beleid ook op dat punt bevraagt. 

Er is geen meesterlijke draai aan de thermostaat

Maar vooral, het hele frame van de redenering “een zekere mortaliteit aanvaarden om de economie te redden” is nog niet echt aan de orde. Ze veronderstelt namelijk dat we in staat zijn om enkele tientallen (honderden?) doden extra te aanvaarden om onze economie meer ruimte te geven. Dat we dus weten hoe we - bij wijze van spreken - met een meesterlijke draai aan de thermostaat de maatregelen een standje lager kunnen zetten, net genoeg om een kleine maar geen grote toename in het aantal doden te veroorzaken en tegelijk de economie te doen heropleven. De epidemie op waakvlam als het ware. 

Wisten we maar waar die zit: de waakvlamstand

Mensen opofferen voor de economie blijft ethisch lastig, maar we zouden de discussie best wel kunnen aangaan als we tenminste wisten hoe. De waarheid is dat we die meesterlijke draai aan de thermostaat nog altijd niet kennen of beheersen. We zoeken ernaar. Hopelijk vinden we hem snel, maar de eerste pogingen daartoe raakten toch wat in de knoei, met een nieuwe verstrenging van het beleid tot gevolg. Dit virus sluit voorlopig geen deals: een beetje meer van dit in ruil voor wat meer van dat. We zijn nog lang niet toe aan het fijnzinnig afwegen van belangen. We zitten nog altijd in de fase van het krampachtig vermijden van een grote, exponentiële uitbraak. 

Dat dat in deze zomermaanden lijkt te lukken, is geen argument om dan maar geen maatregelen te nemen. Onze relatie met het virus is er nog altijd één van wurgen of gewurgd worden. Wie kritiek wil leveren op het beleid, moet vooral niet de indruk wekken dat we die pijnloze thermostaatstand wél zouden weten zitten, als de virologen of de beleidsmakers dat maar zouden willen. Dat is helaas niet zo.

Virologen in het vizier

Als sommige mensen in het publiek de maatregelen beu worden, dan geldt tot op zekere hoogte natuurlijk ook voor de boodschappers van die maatregelen: de virologen en epidemiologen die hebben aangedrongen op de recente maatregelen. Sommige kijkers vinden dat de epidemiologen te vaak in de studio zitten. De VRT is wat dat betreft niet anders dan andere media en er is ook een heel eenvoudige logica voor. Het probleem is een epidemie en dus vraag je mensen die daar iets van afweten. Als je een lek in de waterleiding hebt, vraag je een loodgieter en geen bakker. 

Virologen weten overigens best wel dat draagvlak voor maatregelen erg belangrijk is. Het kan daarbij helpen dat ze zich ook kwetsbaar durven opstellen en in alle duidelijkheid zeggen wat ze niet weten. Ze weten nog weinig over eventuele gevolgen op lange termijn van COVID-19 en vooral: ze weten nog niet waar de waakvlamstand zit.

Aan de kritiek die ik in mijn mailbox krijg, liggen nog twee andere gedachten ten grondslag die mensen kennelijk graag zouden horen van journalisten: “De slachtoffers zijn toch al wat ouder, nee?” en “Aan griep sterven elk jaar toch ook veel mensen”.  Ik vind niet dat redacties daarin moeten meegaan.

Corona bedreigt alle leeftijden

De meeste slachtoffers zijn inderdaad boven de 65, maar er zijn ook honderden slachtoffers onder de 65 gevallen. Er zijn ook jongere mensen met longschade. Herstellen van COVID-19 is overigens lang niet altijd eenvoudig en de wetenschap ontdekt de mogelijke langetermijngevolgen maar mondjesmaat. De ziekte blijft voor heel wat mensen erg ingrijpend. Het is belangrijk dat media blijven uitleggen waarom het geen optie is om corona gewoon zijn gang te laten gaan, zoals Knack deze week nog deed. Ook als we er nu gelukkig beter in slagen om ouderen en bijvoorbeeld woonzorgcentra beter te beschermen, dan nog is COVID-19 voor heel wat mensen een probleem.

Corona is geen griep

Sommige mensen willen graag van de redactie horen dat COVID-19 alleen maar een wat gevaarlijker soort griep is. Die vergelijking wordt vooral gemaakt in de hoop dat ze leidt tot een pijnloos beleid. Ik som even op waarom die vergelijking echt niet opgaat.

  • Er zijn in België wel degelijk meer mensen gestorven aan COVID-19 dan aan gelijk welke griepepidemie deze eeuw.
  • Die overlijdens zijn er gekomen ondanks zeer verregaande maatregelen. Het is wetenschappelijke onzin om dat te vergelijken met griepepidemieën waar we veel minder maatregelen voor nemen. We weten dat het coronavirus zich razendsnel en exponentieel kan verspreiden. Het echte referentiepunt zijn de doden die er zouden vallen als we geen maatregelen zouden nemen. Alles wijst erop dat dat aantal nog vele malen hoger zou kunnen liggen. 
  • Griep kennen we. COVID-19 nog lang niet.
  • Bij griep kunnen we het kwetsbare deel van de bevolking beschermen met een vaccin, bij COVID-19 niet. 
  • Griep verdwijnt vanzelf in de zomer. Corona duidelijk niet.

Het is belangrijk dat media dat blijven uitleggen. Kritiek op het beleid mag en moet.  Maar corona is geen griep.

Wees kritisch voor de experts

Epidemiologen en virologen zijn geen heiligen en ook geen allesweters. En er is ook kritiek geleverd, bijvoorbeeld in "Pano: Hotel corona".

Vorige week werd epidemioloog Pierre Van Damme in "Het Journaal" nog geconfronteerd met uitspraken van een Franstalige collega die de maatregelen in Antwerpen duidelijk overdreven vond. Dat mag vaker gebeuren.

Nodig ook andere experts uit

Nu zijn er zeker ook andere experts aan het woord geweest. Onlangs zat bijvoorbeeld psycholoog Koen Lowet nog in de studio. Ik zou de redactie willen aanraden om dat vaker te doen.  Maar het is natuurlijk niet zo dat een compleet ander beleid mogelijk zou zijn als de media maar andere experts zouden uitnodigen. Achter de vraag naar andere experts (economen, psychologen) zit een vraag naar beleid dat uitgaat van andere belangen. En dat mag. Uitnodigen dus. Maar wat de redactie niet kan, is het beeld bevestigen dat we al zo ver zijn dat we de maatregelen risicoloos en fijnzinnnig kunnen aan- en uitzetten.

Moet het echt?

Dat neemt niet weg dat het volstrekt legitiem is om te vragen of zo’n avondklok niet overdreven was, als ze blijkbaar on hold kan worden gezet voor de hittegolf. Er mogen ook kritische vragen zijn over absurde situaties zoals het mondmasker dat ook zou moeten tijdens een eenzame wandeling. Moet het nu echt verboden zijn om met je partner een bed of gordijnen te gaan kopen? Als de mensen moe worden, is het des te belangrijker dat de redactie in alle rust die vragen stelt. En dat mag misschien nog ietsje meer zijn. Maar ook hier is het grote plaatje belangrijker.

Welke kritiek moet er dan wel geleverd worden?

Ik lees dat virologen en epidemiologen het aantal besmettingen liefst heel laag willen krijgen. Zo mogelijk nul. Dat betekent dat de maatregelen lang moeten worden volgehouden. Maar ik heb van politici niet gehoord of ze het daarmee eens zijn. 

En heeft een Belgisch beleid intussen wel zin als tegelijk de grenzen open blijven? Hoe volgen we mensen op die gewoon met de auto ons land binnenkomen? 

Als de maatregelen nog heel lang gaan duren, wat doen we dan intussen voor de kleine ondernemingen, voor de horeca, voor de evenementensector? 

Wat is het langetermijnperspectief?

Het is precies het ontbreken van een duidelijk langetermijnperspectief dat mensen gevoelig maakt voor boodschappen die een alternatieve maar onbestaande werkelijkheid aanbieden. Ook critici op het publieke forum moeten ervoor oppassen dat ze niet onbewust een foute indruk geven over onze relatie met het virus. Maar we hebben het lastig met langetermijn­perspectieven in dit land, waar zelfs het vormen van een federale regering een langetermijnproject is.

Er is in de media terecht altijd heel veel begrip en empathie geweest voor de nadelen van de maatregelen. Voor de problemen van ondernemers en artiesten. Ik heb ook persoonlijk een groot hart voor hen en die aandacht moet er blijven. Maar media kunnen de werkelijkheid niet veranderen. Ze kunnen wél de problemen van mensen op de agenda zetten en aan de beleidsmakers vragen waar we nu op lange termijn naartoe gaan. Een langetermijnvisie wordt zeker geen onverdeeld leuke boodschap. Maar journalisten moeten wel de vraag blijven stellen. 

Meest gelezen