Opgravingen in de Border Cave met een zicht op Swaziland.
Public domain

Mensen sliepen 200.000 jaar geleden ook al liever in bedden

Een internationaal team van onderzoekers heeft in de Border Cave in Zuid-Afrika aanwijzingen gevonden dat mensen 200.000 jaar geleden al gras gebruikten om een comfortabel plekje te maken om te slapen en te werken. Volgens de onderzoekers legden ze de bundels gras op een laag as om kruipende insecten weg te houden. Marine Wojcieszak van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium maakte deel uit van het team. 

De Border Cave is een rotsschuilplaats - een niet al te diepe grot - op de steile westelijke helling van het Lebombo-gebergte in KwaZulu-Natal, vlakbij de grens tussen Zuid-Afrika en Eswatini, het vroegere Swaziland. 

De grot is een zeer bekende archeologische site, het is zelfs de enige site in Afrika waar men sporen van permanente menselijke bewoning heeft gevonden in gedateerde afzettingslagen die van 38.000 jaar geleden teruggaan tot minstens 200.000 jaar geleden.

Het was bij opgravingen in die oudste laag, dicht bij de bodem van vast gesteente van de grot, dat professor Lyn Wadley witte vlekken opmerkte in de aarde waarin ze aan het graven was. "Ik keek er naar met een vergrootglas en realiseerde me dat het overblijfselen van planten waren", zo zei ze aan Science. Wadley is professor aan de University of the Witwatersrand en de belangrijkste onderzoeker en auteur van de studie. 

Vandaag zijn de planten nog slechts moeilijk zichtbare sporen van gras die 'verkiezeld' zijn, die fossielen zijn geworden die silicium bevatten. Dankzij microscopisch onderzoek en chemische analyses kon men vaststellen dat het om bundels gras ging van de onderfamilie Panicoideae, een grote groep van grassen met brede bladeren waartoe onder meer ook maïs en suikerriet behoren.  

Bij opgravingen in de buurt van de bodem van de grot merkte professor Wadley witte sporen op in de aarde.
Lyn Wadley

Een laag as

De bedden lagen in de buurt van de achterkant van de grot en de bundels gras waren op een laag as gelegd. 

"We denken dat het een opzettelijke strategie was om de bundels gras op as te leggen, niet alleen om een geïsoleerde onderlaag zonder vuil te creëren voor de matras, maar ook om kruipende insecten weg te houden", zei Wadley. ""Soms was de onderlaag van as voor de matras een overblijfsel van ouder gras dat in brand was gestoken om de grot schoon te maken en insecten te verdelgen. En soms werd ook as van verbrand hout uit vuren gebruikt als de propere onderlaag voor een nieuwe laag ligstro."

Verschillende culturen hebben as gebruikt als insectenwerend middel omdat insecten niet gemakkelijk door fijn poeder kunnen kruipen. As blokkeert de organen waarmee insecten ademhalen en bijten en uiteindelijk dehydradeert het hen. 

Bovenop het gras van de oudste bedden in de Border Cave werden sporen gevonden van de Tarchonanthus-plant. Die medicinale plant wordt in het Afrikaans canforbos genoemd en verspreidt een sterke kamfergeur. Hij wordt in landelijke gebieden in Oost-Afrika nog steeds gebruikt om insecten af te weren. 

Overigens gebruikten de mensen de knusse plekjes in de grot niet alleen om te slapen. "We weten dat mensen zowel werkten als sliepen op het gras, aangezien er afval van het maken van stenen werktuigen vermengd zit tussen de overblijfselen van het gras. Ook hebben we veel kleine, afgeronde korrels van rode en oranje oker gevonden in de plantenresten, die mogelijk losgekomen zijn van de huid van mensen of van gekleurde voorwerpen", zei Wadley. 

De ingang van de Border Cave.
Wits University

Vuur maken naar believen

Kampen van moderne jager-verzamelaars hebben vuren als verzamelplaats. De mensen slapen regelmatig rond de vuren en ze voeren er huishoudelijke taken rond uit in een sociale context. De mensen die in de loop van de geschiedenis in de Border Cave verbleven, staken ook regelmatig vuren aan, zoals blijkt uit de opeenvolging van vuren in de reeks afzettingslagen die gedateerd zijn tussen zo'n 200.000 en 38.000 jaar geleden. 

Hoewel jager-verzamelaars de neiging hebben rond te trekken en zelden meer dan enkele weken op dezelfde plaats blijven, bood het schoonmaken van de kampen hen de mogelijkheid om ergens langer te blijven. 

"Ons onderzoek toont aan dat meer dan 200.000 jaar geleden, kort na het ontstaan van onze soort, mensen naar believen vuur konden maken, en dat ze vuur, as en geneeskrachtige planten gebruikten om hun kampen proper en vrij van plagen te houden. Die strategieën zullen gunstige effecten op de gezondheid gehad hebben, wat een voordeel was voor deze vroege gemeenschappen", zo zei professor Wadley.

Niet iedereen is het echter eens met de vroege datering van het team van de bedden. De laag waarin de oudste bedden gevonden werden, is gedateerd op basis van twee tanden. Met de elektronspinresonantie-methode is de ene tand gedateerd als iets ouder dan 200.000 jaar, de andere als iets jonger. Sommige archeologen vinden die dateringen echter niet al te zeker.

Als de datering blijkt te kloppen, gaat het wel degelijk om het oudste voorbeeld van mensen die planten gebruiken om bedden te maken. Tot nu was het oudste geval, in de Sibudu-grot, eveneens in Kwazulu-Natal, gedateerd op 77.000 jaar oud, al zijn er ook vage aanwijzingen voor het gebruik van planten voor rustplaatsen uit de Misliya-grot in Israël van zo'n 185.000 jaar oud. 

De studie van het team van de University of the Witwatersrand, het CNRS (Université de Bordeaux), de Université Côte d’Azur, het Instituto Superior de Estudios Sociales in Argentinië en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium is gepubliceerd in Science. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of the Witwatersrand en een bespreking van de ontdekking door Cathleen O'Grady in Science.

Een video van de University of the Witwatersrand over de ontdekking. 

Meest gelezen