Viroloog Steven Van Gucht: "Opletten in secundair onderwijs want tieners kunnen wel degelijk virus verspreiden"

Omdat tieners het coronavirus kunnen verspreiden, zal er komend schooljaar extra aandacht moeten zijn voor de veiligheid in de middelbare scholen. Daarvoor waarschuwt viroloog Steven Van Gucht. “Iedereen is het erover eens dat het heropenen van de scholen absoluut essentieel is voor de opleiding en het welzijn van onze kinderen.” Maar, zo voegt de professor eraan toe: “Dat betekent dat we misschien wat strenger moeten zijn op andere aspecten in de maatschappij, waar we het virus moeten blijven controleren.”

Jonge kinderen werden vorig schooljaar veel minder op school besmet met het coronavirus dan thuis. Dat is één van de conclusies van een grootschalig onderzoek waarvan Steven Van Gucht afgelopen vrijdag nog de onderzoeksresultaten presenteerde. 

De studie riep meteen een aantal vragen op: kunnen de onderzoeksresultaten wel gebruikt worden om iets te zeggen voor het nieuwe schooljaar en ook voor de middelbare scholen?

De cijfers waarop het onderzoek gebaseerd is, werden namelijk verzameld toen een groot deel van de schoolgaande jeugd afstandsonderwijs kreeg. Bovendien bleek dat vooral jonge kinderen minder coronagevoelig zijn, terwijl dat minder blijkt op te gaan voor tieners.

Tieners

Viroloog Van Gucht onderkent dat de conclusies niet zomaar geëxtrapoleerd kunnen worden voor het nieuwe schooljaar, waarbij alle leerlingen weer naar school zullen gaan.

“Het is daarom heel belangrijk dat we ook komend schooljaar maximaal blijven inzetten op allerlei maatregelen om in de scholen het virus zoveel mogelijk inperken.” Van Gucht denkt daarbij aan het respecteren van de klasbubbels en het dragen van mondneusmaskers, “zeker in het secundair onderwijs”.

Naarmate een kind ouder wordt, zien we dat het virus bij hen zich meer en meer gaat gedragen zoals bij volwassenen.
Viroloog Steven Van Gucht

Want, zo merkt Van Gucht nogmaals op, “hoe jonger het kind, hoe minder vatbaar het is voor het virus”. Jonge kinderen - jonger dan 10 jaar - worden minder ziek en blijken minder besmettelijk te zijn als ze het virus toch hebben opgelopen. “Maar naarmate een kind ouder wordt, zien we dat het virus bij hen zich meer en meer gaat gedragen zoals bij volwassenen: tieners kunnen wel degelijk besmettelijk zijn en het virus ronddragen.”

Daarom vraagt Van Gucht om in het middelbaar onderwijs veel aandacht te hebben voor de veiligheid. “Want iedereen is het erover eens dat het heropenen van de scholen absoluut essentieel is voor de opleiding en het welzijn onze kinderen.” Om de heropening mogelijk te maken, zullen we “misschien wat strenger moeten zijn op andere aspecten in de maatschappij, waar we het virus moeten blijven controleren”, zegt Van Gucht zonder verdere precisering. “Maar scholen zijn een absolute prioriteit”, besluit de viroloog.

Bekijk hier de uitleg van viroloog Steven Van Gucht en lees verder onder de video:

Video player inladen...

Speekseltesten?

Van Gucht gaat ook nog in op het nut van speekseltesten in scholen. Professor microbiologie Herman Goossens (UAntwerpen) wil vanaf september deze nieuwe, snelle en eenvoudige testvorm bij minderjarigen onderzoeken. Nu zijn die testen onderzocht bij volwassen en amper bij kinderen en jongeren. 

Het enige wat bij speekseltesten anders is dan bij het swabben met een neus-keelwisser, is de manier van afname, legt Van Gucht uit.  “De test zelf is nog altijd dezelfde PCR-test (voluit polymerase chain reaction-test) in het labo.”

Voor- en nadelen

Een staal afnemen via speeksel heeft een aantal voor- en nadelen aldus Van Gucht: “Het voordeel is dat speeksel heel gemakkelijk afgenomen kan worden -je kan het zelf afnemen- en het doet geen pijn.” Dat laatste is belangrijk bij kinderen. Het nadeel van een speekseltest is echter dat de test minder “gevoelig” is. 

Bij mensen die veel virus aanmaken, zal het duidelijk te zien zijn in het speeksel, maar bij mensen die weinig virus uitscheiden, geeft een speekseltest vaak een negatief resultaat, terwijl een wissertest sneller een positief resultaat oplevert bij besmetting. “De speekseltest geeft in zo’n 50 procent van de gevallen een negatief resultaat, terwijl de neus-keelwisser een positief resultaat geeft", weet Van Gucht.

Preventieve screening

De conclusie van Sciensano luidt: “De speekseltest is waarschijnlijk niet de optimale test om te gebruiken voor de individuele diagnose bij een patiënt die wil weten of hij al dan niet besmet is.” 

Maar mogelijk kunnen deze testen wel gebruikt worden bij preventieve screenings, om grote groepen te testen. Door de speekseltest zo te gebruiken, kan je mensen onderscheppen die veel virus uitscheiden, de zogenoemde superspreaders die vele anderen kunnen besmetten.

Bovendien is het nog maar de vraag of de capaciteit in onze labo’s de komende maanden voldoende zal zijn om op zo’n grote schaal te testen. Tegen september heeft bevoegd minister Philippe De Backer (Open VLD) een testcapaciteit van 70.000 testen per dag beloofd. Die zal zeker nodig zijn als er naast het coronavirus ook een griepepidemie opduikt, waarbij al gauw 70.000 patiënten symptomen vertonen die vergelijkbaar zijn met die van het coronavirus. 

Meest gelezen