Video player inladen...

Nog 10 dagen en het nieuwe schooljaar begint, maar wat met de klas als een leerling positief test op corona?

Nog tien dagen en dan begint het nieuwe schooljaar, op volle kracht ondanks de corona-epidemie. Het is (bang) afwachten welke impact die heropening zal hebben op de verspreiding van het coronavirus. In elk geval zal niet iedereen getest worden bij een positief geval in de klas, zeker niet in de lagere school. De Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) zullen dan weer een belangrijke rol spelen bij de contactopsporing, maar zij vrezen voor de werklast. 

Dat de scholen weer zo normaal mogelijk moeten draaien, daar zijn vrijwel alle experts het over eens. Een sluiting van de scholen zoals tijdens de eerste coronagolf zou erg nefast zijn, zeker voor de meer kwetsbare leerlingen, klinkt het. Bovendien weegt afstandsonderwijs ook zwaar op de werkende ouders.

Maar evident is de heropening van de scholen niet in deze coronatijden. Wat als het misgaat en er positieve gevallen uitbreken op school? "Dat zal hier en daar ongetwijfeld het geval zijn. En daar hebben we draaiboeken voor uitgewerkt", zei Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) gisteren in de Onderwijscommissie van het Vlaams Parlement.

Een belangrijke rol is weggelegd voor het CLB. Het is namelijk de CLB-arts die het contactonderzoek binnen de schoolcontext zal moeten doen. "Die rol hebben we ook voor de vakantie opgenomen", zegt Stefan Grielens, algemeen directeur van het Vrij CLB Netwerk. Maar Grielens is wel bezorgd over de werking dit najaar, met name over de werklast.

"Voor ons is het heel belangrijk dat het uitgeklaard wordt op welke manier wij de totaliteit van onze opdrachten als CLB kunnen gecombineerd krijgen met de opdrachten rond COVID-19. Voor ons is het niet mogelijk om al onze reguliere opdrachten te realiseren en met dezelfde equipe ook nog eens de hele verantwoordelijkheid rond contactopsporing op ons te nemen. Het is cruciaal dat we vanuit de overheid duidelijke richtlijnen krijgen van waar we dan concreet moeten prioriteren."

Het is voor ons niet mogelijk om al onze gewone opdrachten te realiseren en dan ook nog eens de contactopsporing

Stefan Grielens, algemeen directeur Vrij CLB Netwerk

Bekijk hier het verslag van "Het Journaal" en lees voort onder de video:

Video player inladen...

Testen van leerlingen

Volgende week dinsdag is er nog een overleg gepland met onder meer de CLB-sector, het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en verschillende experten om een en ander uit te klaren. Het zal daarbij ook gaan over de teststrategie wanneer er iemand besmet blijkt op school.

"Er is in extra testcapaciteit voorzien voor het onderwijs voor wanneer het nodig zou zijn. De vraag is nog hoe we dat gaan uitrollen. En vooral: testen is nog altijd een medische handeling en dan moet je zorgen voor medische capaciteit", verklaarde minister Weyts in de Onderwijscommissie gisteren.

Of en welke rol het CLB daarin zou kunnen spelen, daarover bestaat nog veel onduidelijkheid, zegt CLB-directeur Stefan Grielens. "Er is daar een eerste keer over gesproken, maar het is bijvoorbeeld nog niet onmiddellijk duidelijk of we dat vanuit het CLB zelf moeten opnemen of eerder zullen moeten begeleiden. Ik weet ook niet welk soort testen men op school wil afnemen."

Bekijk de reportage in "Het Journaal" over de bezorgdheden van de CLB's (lees verder onder de video):

Video player inladen...

Laag- of hoogrisicocontacten?

Hoe dan ook zal niet iedereen zomaar getest worden wanneer er een positief geval in de klas zit. Het federaal wetenschappelijk instituut Sciensano heeft op 14 augustus een update gegeven aan de gevalsdefinitie voor het testen. "Het hangt ervan af of het gaat om kinderen in de lagere school of in het middelbaar", legt viroloog Steven Van Gucht uit.

"We weten dat kinderen in het lager onderwijs, jonger dan 12, wat minder besmettelijk zijn. Als daar een kind positief test, moet dat kind natuurlijk naar huis. Maar de rest mag verder doen en hoeft niet standaard getest te worden, hen beschouwen we als laagrisicocontacten." Ook de leerkracht is een laagrisicocontact volgens Sciensano.

Anders is het in het middelbaar. "Dan wordt er gekeken naar met wie de positieve leerling in dicht contact is geweest. Dat zijn alle vrienden met wie de besmette leerling langer dan 15 minuten binnen een afstand van anderhalve meter is geweest. Dat zal soms een vrij groot deel van de klas zijn. Zij worden dan gezien als een hoogrisicocontact, moeten 14 dagen thuis blijven en worden getest."

Bekijk de volledige uitleg van viroloog Steven Van Gucht en lees verder onder video:

Video player inladen...

Er kunnen vragen gesteld worden bij die teststrategie, en met name bij het feit dat leerlingen en leerkrachten in de lagere school niet systematisch zullen worden getest wanneer een klasgenootje COVID-positief blijkt. Testen en opsporen is in het algemeen de beste aanpak om een uitbraak de kop in te drukken.

Dat jonge kinderen een stuk minder besmettelijk zouden zijn, daarover zijn er ook nu al studies te vinden die de wetenschappelijke consensus tegenspreken, zoals steeds in de wetenschap. En met name vanuit de Verenigde Staten komen steeds meer berichten over uitbraken op school. Bovendien zijn heel wat Vlaamse schoolgebouwen slecht geventileerd, waardoor virusdeeltjes makkelijker kunnen blijven hangen in de klaslokalen.

Volgens sommigen zou het dan ook verstandig zijn om ook bij de jongere kinderen breder te gaan testen wanneer de scholen weer open gaan, om toch maar op zeker te spelen. "Testen, testen, testen", luidt in dat licht het advies van microbioloog Herman Goossens in De Morgen.

Meest gelezen