Viroloog UGent wil meer aandacht voor virussen die van dier op mens overspringen. “Af en toe kan het eens gebeuren, ook bij ons”

Viroloog Hans Nauwynck wil dat er meer onderzocht wordt welke virussen en bacteriën bij mens en dier de ronde doen. Het zal dan  sneller opvallen als een virus overspringt tussen dier en mens. Dan kan er sneller ingegrepen worden en is een epidemie te vermijden. Hij zegt dat samen met enkele collega’s in een open brief. Want het kan ook bij ons gebeuren, vooral wilde knaagdieren zijn een bron van gevaar. De virussen opsporen kan door bloed- of andere stalen op meerdere ziekteverwekkers te testen. “Dat gebeurt bij dieren, maar niet bij mensen.” 

Hans Nauwynck is diensthoofd van het laboratorium voor virologie van de faculteit diergeneeskunde aan de Universiteit Gent. “We zouden meer moeten testen,” zegt Nauwynck, “ook bij wilde dieren. Dat gebeurt hier bijna niet en in China wel. Dankzij dat onderzoek hebben ze indertijd het verband kunnen leggen tussen vleermuizen en de SARS-virussen.”

Ratten en muizen

Bij ons zouden ratten en muizen overdrager kunnen zijn van virussen. “Er zitten overal knaagdieren, ook al weten we dat niet altijd. Het zijn allemaal verschillende subsoorten dieren en die dragen verschillende virussen, maar we hebben er geen weet van. 

Er is een natuurlijke barrière waardoor die virussen niet overspringen van dier op mens, maar af en toe kan het eens gebeuren. Het is ook al gebeurd, een bètacoronavirus is ooit via een wild dier via een rund op een mens overgegaan. Godzijdank was het een rustig coronavirus en geen COVID-19.”

Onvoldoende onderzoek

Volgens Hans Nauwynck wordt er bij de wetenschappelijke testen niet breed genoeg gekeken naar welke virussen en bacteriën er allemaal in een staal zitten. “De diagnoses worden te beperkt gedaan omdat er maar naar 1 ding wordt gekeken bij een test. Er zou moeten gekeken worden naar alle virussen en bacteriën die in een staal zitten.”

Een kind heeft een snotneus, de dokter zegt “het is griep”, maar er zijn verschillende virussen die griepsymptomen geven. Er wordt niet onderzocht welke het precies zijn."

De verschillende virussen, en ook bacteriën in een staal zijn onvoldoende in kaart gebracht, stelt Nauwynck. “We doen dat wel voor diergeneeskunde, maar niet voor de mens.” 

Het zou interessant zijn, vindt de viroloog, als bijvoorbeeld een kind met een snotneus naar de dokter gaat en de dokter zegt ‘het is griep’ om al die virussen te onderzoeken. “Er zijn verschillende virussen die griepsymptomen geven, maar het kan ook een bacterie zijn die de symptomen veroorzaakt. Er wordt niet onderzocht welke virussen het precies zijn. Hetzelfde geldt voor bacteriën bij diarree.” 

“Als we dit monitoren kunnen we meten welke virussen voorkomen bij de mens en of die ook bij dieren voorkomen. En dan kunnen  we kijken of er een uitwisseling is. Zo kunnen we snel problemen bekijken, verstaan en ingrijpen.” 

Meest gelezen