Directeur Genks woonzorgcentrum richt zich tot collega's: "Versoepel onmiddellijk bezoekregeling, sociale welzijn wordt aangetast”

De Vlaamse overheid gaat onderzoeken waarom een aantal woonzorgcentra nog steeds zo weinig bezoek toelaat. Ook Jos Aben, de directeur van Zorgbedrijf Ouderenzorg in Genk, heeft daar vragen bij. Hij schreef een open brief om andere woonzorgcentra op te roepen meer bezoek toe te laten. Bij hen is dagelijks bezoek toegelaten sinds de opheffing van de lockdown. 

“Ik denk niet dat wij per se meer bezoek hebben dan in andere woonzorgcentra”, vertelt Jos Aben in “Start Je Dag” op Radio 2 Limburg. “Een bewoner heeft hier gemiddeld twee tot drie keer bezoek per week. Het grote verschil is dat bezoekers bij ons gewoon in de wagen kunnen springen en op bezoek kunnen komen. Op voorwaarde dat ze op voorhand snel het afsprakenregister checken om te zien of er nog plaats is. Iedere bewoner mag bij ons dagelijks twee bezoekers krijgen.”

Rond de bezoekregelingen in verschillende woonzorgcentra heerst de jongste dagen heel wat discussie. “De hele regelgeving in de woonzorgcentra staat in een negatief daglicht”, vertelt Aben. “Sommige woonzorgcentra hebben heel strenge regels. De logische en gemakkelijke oplossing is om snel bezoek te beperken wanneer nodig. Maar we moeten er slim mee omgaan. Je kan niet het ene probleem uitsluiten om dan een ander te creëren. Het sociale welzijn van de bewoner wordt aangetast.”

Een woonzorgcentrum moet een nieuwe thuis zijn voor de bewoners. En thuis heb je ook inspraak in wat er gebeurt

We hebben tijdens de lockdown gezien dat de gezondheid van heel wat bewoners fel achteruit ging”, verklaart Aben. “De dag dat het bezoek dan weer mocht en ze hun familie weer mochten zien, leefden die mensen weer helemaal op. Daarom hebben we beslist om de bezoekregeling nooit meer zo streng te maken. We weten dat een nieuwe uitbraak in het woonzorgcentrum mogelijk is. Als dat gebeurt, zullen we ook enkel maatregelen nemen in de woongroep waar het gebeurt. We hebben ook een aparte woongroep voor eventuele besmette bewoners. Zo kunnen andere bewoners het dagdagelijkse leven verder zetten.”

“Een woonzorgcentrum moet een nieuwe thuis zijn voor de bewoners”, vindt de directeur van het Genks woonzorgcentrum. “En thuis heb je ook inspraak in wat er gebeurt. Daarom proberen we telkens in overleg te gaan met de bewoners. Als je de bewoners én bezoekers verplicht om een mondmasker te dragen, kan je de veiligheid garanderen. Zo maak je hen ook mee verantwoordelijk voor het goede verloop van de bezoekregeling.”

Lees hier de open brief van Jos Aben, directeur van Zorgbedrijf Ouderenzorg in Genk: 

Hemelse dagen in een woonzorgcentrum? 
Ja, dat kan.

Als je de verhalen leest van bewoners die dagen, weken, maanden, niet van hun kamer mogen dan is dat terecht. Als je alleen maar één of twee keer per week een uurtje bezoek mag krijgen in de buiten, dan is kritiek terecht. Het woonzorgcentrum lijkt dan eerder een gesloten instelling dan een nieuwe thuis voor de bewoners.

Als de moed, de inventiviteit, de betrokkenheid, de creativiteit, de luisterbereidheid, het vertrouwen, er zijn dan is er echter veel meer mogelijk dan dit om het leven in deze coronaperiode alsnog fijn te maken en leuke belevingsmomenten te creëren.

Ik weet wel dat vele maatregelen met goede bedoelingen worden genomen om de bewoners te beschermen tegen het Covid 19-virus. Hierbij wordt steeds vertrokken van wat er mis kan gaan en proberen directies en besturen alle wegen af te sluiten langs waar ook maar enige besmetting kan optreden want… onze bewoners zijn zo fragiel.

Deze redenering houdt echter geen rekening met enig risicobesef van bewoners en familieleden. Akkoord dat bewoners met cognitieve problemen de draagkracht van de gevaren van het virus niet begrijpen maar kunnen we dit dan ook zo maar stellen voor de naaste familieleden, vrienden? Er bestaat nog zoiets als goede afspraken maken en dan verwachting mogen koesteren dat die ook worden nageleefd. Bewoners en familie aanspreken op de afspraken, maar ook rekenen op sociale controle, mekaar responsabiliseren. Als we hiervoor open staan, dan kan veel, ook in een woonzorgcentrum omgeving.

Na de wekenlange lock-down van de woonzorgcentra is het psycho-sociale welzijn van de bewoners erg aangetast. Het lichtpunt dat ze kregen bij de opheffing van de lock-down was snel weer weg toen het bezoek terug werd ingekrompen bij de opmars van de 2de golf. De soms erg drastische veiligheidsmaatregelen die leiden tot erg strikte bezoekregelingen creëren een ernstig risico naar aantasting van het psycho-sociaal welzijn waarbij bewoners apathisch worden voor wat er nog rond hen gebeurt. Medewerkers van woonzorgcentra kunnen dit alleen niet opvangen. Hun eigen draagkracht is al erg op de proef gesteld tijdens de eerste Coronagolf. Vandaar dat bezoek én de inzet van vrijwilligers in deze periode zo belangrijk zijn.

Binnen de woonzorgcentra Toermalien en Mandana laten we sedert de opheffing van de lock-down dagelijks bezoek toe. Bewoners mogen elke dag tot 2 bezoekers ontvangen tussen 11u en 16u30. Wel hebben we hen gevraagd om net zoals in de brede samenleving een bubbel van 5 mogelijke bezoekers samen te stellen. Dagelijks kunnen bewoners uit wandelen gaan met hun bezoek, maken ze kleine uitstapjes. In samenspraak vindt soms een familiebezoekje plaats.

Bewoners leven samen in een woongroep van 15 of 8 bewoners die we als hun bubbel beschouwen. Ook tijdens de lock-down leefden ze op deze wijze samen. Kamerisolatie werd/wordt weinig of niet toegepast, enkel in afwachting van een testuitslag bij verdachte symptomen en ook dit is meestal beperkt tot maximaal één dag. Allicht misten ze binnen hun bubbel ook hun familie en hun vertrouwde regelmatige bezoekers, maar ze vonden troost en aanspraak bij elkaar, bij de vast groep van medewerkers.

We moeten opletten dat we de woonzorgcentra vandaag niet verketteren, net zoals we kinderopvang niet mogen verketteren of voorzieningen voor personen met een beperking. Vroeger, ja vroeger, werd iedereen thuis opgevangen. Maar was het toen altijd beter? Onze samenleving is nu éénmaal erg gewijzigd en we moeten vaak oplossingen zoeken buiten de gezinscontext. De samenleving heeft hierin mee geïnvesteerd. Ik ben ervan overtuigd dat vele zorgvragers in deze oplossingen een stukje hemel of toch zeker af en toe hemelse momenten beleven.

Waar de samenleving minder voor gezorgd heeft is een differentiatie van het aanbod in ouderenzorg. Ouderenzorg is ook de enige zorgvorm waar de bewoner dergelijk groot aandeel in de zorg zelf moet betalen. Ouderenzorg is de enige zorgvorm waar de zorg zo gecommercialiseerd is. Waar sommige kaders zo onduidelijk zijn voor de zorgvragers. Ouderenzorg is de zorgvorm met de laagste personeelsnorm die nog dateert uit een periode dat bewoners vitaal en gezond naar het rusthuis vertrokken.

Het woonzorgcentrum van vandaag kan voor bewoners de beste oplossing zijn in zijn/haar situatie. Een oplossing die zorgt voor een mooie oude dag waarbij de waardigheid en de integriteit van de bewoner ten volle gerespecteerd wordt. Wat we niet mogen doen is alle woonzorgcentra over dezelfde kam scheren. Naast de negatieve beelden die zo vaak aandacht krijgen is het goed om ook de positieve verhalen te brengen van woonzorgcentra die samen met familie en bewoners werken aan een fijne woon-en leefomgeving die echter nooit hetzelfde zal zijn als vroeger thuis… Immers, thuis blijven is niet altijd zaligmakend als je zorgafhankelijk bent. Dan is het vaak ook uitkijken naar het korte zorgmoment om even wat aanspraak te hebben.

Kinderen mogen geen schuldgevoelens krijgen aangemeten als ouders verhuizen naar een woonzorgcentrum, ouders ook niet als ze hun kinderen naar de opvang brengen of als de persoon met een beperking naar een voorziening verhuist. Het is fijn als oplossingen binnen gezinscontext kunnen gevonden worden waar iedereen zich goed bij voelt. Het is fijn dat we als samenleving oplossingen creëren als dit binnen gezinscontext niet kan. Als samenleving hebben we dan wel de verantwoordelijkheid om die zorg kwaliteitsvol en betaalbaar te organiseren en daar ook op toe te zien.

Jos Aben, Directeur Zorgbedrijf Ouderenzorg Genk

Meest gelezen