wolhandkrab: bron: Ecoscape, Rollin Verlinde

De stierkikker is niet alleen: ook deze vijf uitheemse diersoorten ontregelen de natuur in ons land

Niet alleen de Amerikaanse stierkikker, die Antwerpen nu wil bestrijden, kan schade aanrichten aan de natuur in ons land. andere uitheemse diersoorten zijn ook gevaarlijk. Sommige, zoals de muskusrat, zijn hier al zo lang dat ze definitief ingeburgerd zijn. Andere zoals de nijlgans hebben stilaan hun plaats veroverd. Het enige dat er tegen gedaan kan worden, is hun aantallen onder controle houden. 

1. De muskusrat

Video player inladen...

De muskusrat is van oorsprong een knaagdier uit Amerika. De soort is niet toevallig in Europa beland. Ze werd ingevoerd in het begin van de twintigste eeuw om te voldoen aan de vraag naar pels en vilt. De eerste muskusrat dook op in de buurt van Praag in 1905. Maar het dier is later op verschillende plaatsen in Europa uitgezet. Het leeft in meren, rivieren en beken waar het graaf-en knaagschade toebrengt aan de oevers en de begroeiing. Professionals bestrijden de verspreiding van de soort met fuiken en klemmen in opdracht van openbare besturen.

2. De Canadese gans

Video player inladen...

De Canadese gans behoort tot de zomerganzen, dat zijn ganzen die het hele jaar door hier blijven. Kenners noemen dit gedrag onnatuurlijk. De meeste ganzen overwinteren en trekken dan in het voorjaar verder. De Canadese ganzen die hier blijven zouden verwilderde sier-of neerhofvogels zijn. Met de jaren hebben ze steeds meer leefgebieden van planten en dieren ingepalmd. Ze hebben nagenoeg geen vijanden en leven in vrij grote groepen die behoorlijk wat kunnen kaalvreten.

Daarnaast produceren ze veel mest en vernielen ze oevers en jonge gewassen. Genoeg redenen om de populatie te beheersen. Dat gebeurt door gecontroleerde jacht en het rapen van eieren. Een andere manier is de ruivangst. Gedurende een paar weken in de zomer verliezen de ganzen hun slagpennen. Ze kunnen dan niet vliegen en komen in groten getale bijeen op vijvers. Dat is het moment dat instanties zoals het Agentschap Natuur en Bos ingrijpen om de aantallen onder controle te houden. De dieren worden verdoofd en vergast.

3. De nijlgans

nijlgans, bron: Ecopedia: Yves Adams

De nijlgans komt oorspronkelijk uit Jordanië. Het is voor ons land een vrij jonge exoot. De vogels begonnen hun loopbaan in Europa eerst als siervogel, daarna als ontsnapte siervogel. In 1984 spotte een vogelaar voor het eerst een nijlgans in het wild in ons land. Vandaag zijn er in Vlaanderen alleen al 2.000 broedparen en die houden net als de Canadese gans van een Belgische zomer. Het gevolg is vraatschade voor de landbouw en overbemesting in natuurgebieden. Een nijlgans produceert zo’n halve kilo mest per dag.  De aantallen worden onder controle gehouden door de jacht, het prikken van eieren of de vangst met kooien en netten.  Maar tijdens de rui zijn ze niet zo gemakkelijk te vangen als de Canadese gans.

4. De Chinese wolhandkrab

Video player inladen...

Deze krabbensoort is als verstekeling vanuit Azië via het ballastwater van schepen in de havens van Europa binnengekomen. De eerste krab zou zijn waargenomen in 1912 in de Weser bij Duitsland. De wolhandkrabben beginnen en eindigen hun leven in zee. Ze beginnen als larven in zout water en als ze sterk genoeg zijn zwemmen ze via de waterlopen het binnenland in. Daar doen ze zich te goed aan zowat alles wat ze tegenkomen: aas, larven, vissen en hun prooidieren.

Ze bedreigen niet alleen de soortenrijkdom, ze vernielen ook visnetten, fuiken en oevers. Op het einde van hun leven trekken ze terug naar zee om er zich voort te planten en te sterven. Tijdens die trektocht worden vallen en fuiken gezet om de aantallen binnen de perken te houden. En de schade. In Duitsland alleen al wordt de schade van de Chinese wolhandkrab op 80 miljoen euro geschat voor de voorbije jaren. 

5. De roodwangschildpad

Video player inladen...

Nog zo’n alleseter is de roodwangschildpad. Deze soort komt uit het zuiden van de Verenigde Staten en Mexico en was ooit hét huisdier voor aquaria. Na Tweede Wereldoorlog was de vraag zo groot dat er in Amerika grote kweekboerderijen ontstonden. Jammer genoeg werd de schildpad vaak ook té groot voor de eigenaar waardoor deze overging tot het dumpen van het dier in de natuur. Zo’n schildpad kan 40 jaar worden en als ze met veel zijn kunnen ze flink wat schade aanrichten. In ons land mogen de dieren verwijderd worden door afvangst of afschot. 

Meer informatie vindt u op: www.ecopedia.be  

Meest gelezen