Vluchtelingencrisis in België: 5 jaar later

In de zomer van 2015 steeg het aantal asielzoekers dat in België arriveerde snel. In heel Europa zouden in dat najaar ongeveer een miljoen mensen op de vlucht bescherming zoeken, 39.000 van hen kwamen in ons land terecht. Ongeveer 60 procent kreeg een erkenning als vluchteling en mocht blijven. Zij begonnen aan een nieuw leven. Voor sommigen lukte dat intussen ook, anderen zitten nog steeds in dezelfde situatie als vijf jaar geleden.

Toen er oorlog uitbrak in zijn stad Mosul, vluchtte Zaïd Al-Shamity naar Europa. Hij kwam samen met zijn vrouw begin september 2015 aan in ons land. “We sliepen twee nachten in het Maximiliaanpark, er waren veel mensen. Maar het lukte om te registreren bij Dienst Vreemdelingenzaken en we werden naar de noodopvang in Sijsele gebracht”, herinnert Al-Shamity zich. Hij spreekt intussen vlot Nederlands en woont en werkt nu in Gent.

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

De signalen dat er meer mensen op de vlucht uit oorlogsgebied naar Europa doorreisden, werden in de loop van 2015 alsmaar duidelijker. In Syrië leek de oorlog in die periode uitzichtlozer dan ooit. Steeds meer vluchtelingen stopten niet meer in de buurlanden, maar reisden door naar Europa. Ook Irakezen en Afghanen volgden in dat spoor. Meer dan een miljoen mensen staken in die periode de Middellandse Zee over van Turkije naar Griekenland. 39.064 mensen reisden door naar België om hier asiel aan te vragen.

Lees verder onder de kaart.

Vooral in de zomer van 2015 begonnen de asieldiensten in België te voelen dat er steeds meer asielzoekers aankwamen. In 2014 was het aantal asielaanvragen historisch laag, maar dat aantal verdubbelde in 2015. Om in 2016 dan weer te halveren, zoals je kan lezen in deze grafiek:

(Lees verder onder de grafiek.)

De Belgische asieldiensten waren daar niet op voorbereid. In het Maximiliaanpark voor Dienst Vreemdelingenzaken ontstond een tentenkamp. Asielzoekers wachtten er tot ze zich konden registreren en opvang kregen. In snel tempo moesten er duizenden opvangplaatsen gevonden worden en nieuw personeel aangeworven worden.

“Ik ben toen begonnen als begeleider in dit opvangcentrum in Gent”, vertelt Isabelle De Meyer. “Mijn eerste dossier was die jongen daar”. Ze wijst trots een jonge Syriër aan die twee Afghaanse jongens helpt tijdens een kookactiviteit. “Hij is intussen mijn collega geworden hier in het centrum, hij doet het heel goed.”

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

“Succesverhalen zijn er zeker”, duidt Katrien Herssens van het Gents OCMW. Het zijn mensen die mits wat hulp hun weg vinden in de samenleving. “Maar er zijn ook mensen die nu nog altijd in dezelfde situatie zitten als vijf jaar geleden, die niet vooruit gingen. Dat is vaak omdat de hulpverlening niet is afgestemd op hun noden of soms ook omdat ze hulp weigeren.” 

Huisvesting is groot probleem

Ongeveer een 60 procent van de mensen die toen asiel aanvroegen, bleken ook echt nood te hebben aan bescherming. Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) oordeelt daarover. Topman Dirk Vandenbulck herinnert zich 2015-2016: “Het commissariaat heeft al eerder pieken gekend, maar nu was het zo geconcentreerd, op een paar maanden tijd kwamen er duizenden extra dossiers bij. Maar we kregen extra personeel en we slaagden er toen in om de achterstand bij te werken.”

Wie erkend wordt als vluchteling moet de opvang verlaten en een eigen woning vinden. Vluchtelingen krijgen daar twee maanden de tijd voor. Maar dat is zoeken als naar een naald in de hooiberg, getuigt iedereen in de sector in koor. “Via via lukt het soms, we proberen hen daar ook bij te helpen, en veel te vaak komen ze dan toch terecht in woningen in zeer slechte staat met een zeer hoge huishuur”, zegt Herssens.

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

Het is niet zo dat ze in de sociale huisvesting terechtkomen, vertelt de directeur van de Vlaamse huisvestingsmaatschappijen Bjorn Mallants. “Als je naar Nederland kijkt, dan zie je dat daar 30 procent van de woningmarkt sociale woningen zijn. Bij het begin van de vluchtelingencrisis daar heeft de Nederlandse regering 10 procent van die woningen voorbehouden voor vluchtelingen. In Vlaanderen is 6 procent van de Vlaamse huurmarkt sociale woningen en vluchtelingen worden hier in de praktijk uitgesloten. Het aantal vluchtelingen van 2015 dat nu een sociale woning heeft, is verwaarloosbaar.” Ze moeten net als iedereen achteraan aansluiten op de lange wachtlijsten.

Hoe is het nu 5 jaar later?

Een algemeen beeld van hoe het nu met de asielzoekers van vijf jaar geleden gaat is er niet. Er zijn bijvoorbeeld geen algemene cijfers over hoeveel vluchtelingen aan het werk zijn intussen. “Dat is sowieso moeilijk te zeggen”, vertelt Isabelle De Meyer “de meesten raken wel aan jobs, maar dat zijn bijna altijd interims en tijdelijke contracten. Het is vechten voor een toekomst.”

Sommigen bouwen met succes aan een nieuw leven, bij anderen verloopt dat veel moeizamer. De ene spreekt vlot Nederlands, de andere sukkelt om de taal onder de knie te krijgen. “De verhalen zijn heel uiteenlopend”, zegt Katrien Herssens.

“Ik kan maar één rode draad bedenken”, zegt  De Meyer als we afscheid nemen. “Alle asielzoekers die ik de voorbije jaren in het opvangcentrum leerde kennen, willen zich integreren en een plaats vinden. Ze willen werken en ze zijn bijna allemaal dankbaar om de kansen die ze krijgen hier.  Ze zijn gedreven om daarvoor iets terug te doen en iets te betekenen voor de Belgische samenleving.”

Meest gelezen