Onbeantwoorde vragen in zaak-Chovanec: waren er niet voldoende alarmbellen? En waar bleef informatie hangen?

Gisteren beantwoordden Vlaams minister-president Jan Jambon, de voormalige politiebaas Catherine De Bolle en commissaris-generaal van de federale politie Marc De Mesmaeker vijf uur lang vragen in het parlement over de zaak-Chovanec. Toch blijven er nog heel wat vragen onbeantwoord. We lijsten ze voor u op.

Wat wisten de drie getuigen in 2018 en hadden ze toen niets meer kunnen en moeten doen? Het waren vragen waarop gisteren twee zeer duidelijke antwoorden kwamen. “Wij hebben persoonlijk geen enkele fout gemaakt. We wisten niet hoe ernstig het was en hadden dus niets meer kunnen doen.”

Alarmbellen, of toch niet?

In de vijf uur die volgden op die verklaringen, werd in de commissiezaal hevig gediscussieerd. Bijvoorbeeld over de verdedigingslijn van Jan Jambon (N-VA). De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken zei dat hij wel degelijk tuchtrechtelijk had kunnen optreden, maar dat er in 2018 geen enkele aanwijzing was dat er iets ernstigs aan de hand was.

“Er is een man gestorven na een politie-interventie in een cel, is dat geen ernstige aanwijzing?”, klonk het bij alle partijen, op N-VA en Vlaams Belang na. Of nog: “Er was een gerechtelijk onderzoek opgestart en de Slovaakse ambassade deed er alles aan om de ernst van de feiten te benadrukken, zijn dat dan geen alarmbellen?" Terechte vragen of een politieke afrekening, zoals N-VA-fractieleider Peter De Roover het noemde in "Terzake"?

Doofpotoperatie?

Ook de verklaringen van de huidige en vorige politietop deden heel wat nieuwe vragen opborrelen. Marc De Mesmaeker, die in 2018 als verbindingspersoon tussen het kabinet en de federale politie op de hoogte was (van het incident, niet van de beelden), zei dat hij toen alles had gedaan wat hij moest doen. Moest hij drie maanden later, toen hij zelf commissaris-generaal werd, met wat hij wist, niet ingrijpen? “Ik ging er op dat moment van uit dat iedereen zijn werk had gedaan” en “als commissaris-generaal moet je niet als een monnik in alle dossiers alles feitelijk gaan uitpluizen”, verweerde hij zich.

De meeste vragen kwamen er misschien wel na de tussenkomst van de vorige politiebaas, Catherine De Bolle. “Ik wist van niets, noch van de beelden, noch van het incident”, klonk het. Opvallend, zeker als je weet dat de pers in maart 2018 al schreef over het incident, dat het ook werd opgenomen in het eigen persoverzicht van de politie én dat er een nota van de Slovaakse ambassadeur naar de federale politie werd gestuurd. Is het niet opvallend dat een commissaris-generaal daar niets, maar dan ook niets over verneemt?

Is het niet vreemd dat een commissaris-generaal niets, maar dan ook niets verneemt, van een overlijden na een politie-interventie in een cel? Zeker als er in de pers over werd geschreven?

Eén ding werd gisteren pijnlijk duidelijk: cruciale informatie geraakte niet tot waar ze had moeten geraken. Op de vraag hoe dat kon, of informatie bewust werd achtergehouden en wie daar verantwoordelijk voor was, kregen we voorlopig geen antwoord. Het woord "doofpotoperatie", is gisteren meermaals gevallen bij sommige parlementsleden.

Wie schreef dat summiere politieverslag waarop Jambon zich baseerde? Waarom stond daar niet in dat meerdere agenten minutenlang op Chovanec gingen zitten? Wie wist wat er gebeurde in de cel en waar bleef die informatie haperen? Waarom speelden de politiediensten van Charleroi de beelden niet door naar hun tuchtoverheid? Ze hadden die zeker, want justitie nam enkel een kopie van de beelden in beslag. 

“Een intern politie-onderzoek moet daar snel duidelijkheid over scheppen”, viel te horen. Dat mogen we hopen, want de reputatie van de federale politie staat op het spel. Al zal er allicht meer nodig zijn dan een intern politie-onderzoek om, wat ex-politiecommissaris Jinnih Beels (SP.A) gisterenavond in "De afspraak" de "zwijgcultuur bij de politie" noemde,  aan te pakken.

De reputatie van de federale politie staat hier op het spel.

En wat met het parket en de onderzoeksrechter?

Maar er zijn nog veel onbeantwoorde vragen, bijvoorbeeld over de rol van het parket. De parketmagistraat kreeg de bewakingsbeelden meteen te zien en wist dus perfect wat er in de cel was gebeurd. Waarom heeft de procureur niets gesignaleerd aan de bevoegde tuchtoverheid bij de politie, zodat er meteen tuchtmaatregelen konden worden genomen tegen de agenten?

Artikel 26 van de wet op het tuchtstatuut van de politie geeft het parket nochtans duidelijk de mogelijkheid om feiten die mogelijks een tuchtvergrijp uitmaken, te signaleren aan de tuchtoverheid. Het parket ging er volgens de minister van Justitie van uit dat iedereen bij de federale politie al op de hoogte was. Een foute inschatting, zo blijkt. 

Waarom heeft de procureur niets gesignaleerd aan de bevoegde tuchtoverheid bij de politie, zodat er meteen tuchtmaatregelen konden worden genomen?

Ook over de manier waarop het gerechtelijk onderzoek werd geleid, zijn er nog vragen. Waarom besliste de onderzoeksrechter pas vorige week dat er een reconstructie moest komen? De advocaat van de familie-Chovanec had dit al meer dan een jaar geleden gevraagd, maar botste toen op een njet.

Nog een vraag. Dat snelheid en strafonderzoek in dit land niet altijd even goed samen gaan, weten we al langer, maar waarom duurt het meer dan twee jaar en een half om iets te onderzoeken dat volledig werd opgenomen via bewakingscamera’s?

En dan hebben we het nog niet gehad over de artsen. Over de arts die bijna vier uur op zich liet wachten, de cel die vol urine en uitwerpselen lag niet binnenging en van op de gang oordeelde dat er geen enkel medisch bezwaar was om Chovanec een nachtje op te sluiten. Of over de verpleegster die hem een injectie gaf zonder goed te weten wat zijn medische achtergrond was en luidop zei dat hij "geen groot verlies zou zijn".

Meest gelezen