Fragment van een afbeelding van een middeleeuwse latrine, illustratie bij de Decamerone van Boccacio.

Onderzoek oude beerputten: Brusselaars uit 14e tot 17e eeuw werden geplaagd door diarree

Onderzoek van middeleeuwse en postmiddeleeuwse beerputten toont aan dat de Brusselse bevolking tussen de 14e en de 17e eeuw te kampen had met infecties door een resem darmparasieten, waaronder ook twee eencellige organismen die dysenterie, hevige diarree, veroorzaken.   

Dysenterie of hevige diarree is in ons land een zeldzaamheid en blijft doorgaans beperkt tot een paar rugzaktoeristen die met de 'wraak van Montezuma' terugkomen uit tropische gebieden.

Dat was in een niet zo ver verleden wel anders, zo blijkt uit een studie van wetenschappers van onder meer de universiteit van Cambridge en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). 

De onderzoekers hebben in archeologische resten van drie beerputten uit Brussel, daterend van de 14e tot de 17e eeuw, eitjes gevonden van verschillende parasitaire wormen zoals spoelworm, zweepworm, lintworm, kleine en grote leverbot en haarworm. Ze vonden ook sporen van de amoebe  Entamoeba histolytica en van het eencellige zweepdiertje Giardia duodenalis, die beide dysenterie veroorzaken. 

Eitjes van verschillende darmparasieten uit de onderzochte beerputten.
Graff A. et al. in Parasitology 2020

Archeologische schatkamers

"Oude beerputten zijn een schatkamer", zei Koen Deforce, archeoloog aan het KBIN en mede-auteur van de studie.

"De resten van planten en dieren die werden opgegeten maar niet volledig verteerd zijn, zoals pitten en andere zaden, kleine botjes en visgraten, kunnen vaak nog worden geïdentificeerd. Ze leveren ons informatie over het dieet en voedingspatroon van vroegere bevolkingsgroepen. We vinden in die beerputten vaak ook resten van darmparasieten waarmee die vroegere bevolking geïnfecteerd was."

De volledige illustratie van bovenaan: een middeleeuwse latrine. Illustratie van de Decamerone van Boccacio.

Van akker tot rivier

Het voorkomen van die parasieten zegt ons hoe het met de hygiëne en de leefomstandigheden was gesteld in (post)middeleeuws Brussel.

"Infectie met de meeste van de geïdentificeerde soorten is het gevolg van contaminatie van eten of drinken met fecaal materiaal", zei Deforce. "Dat komt omdat ze hun moestuinen en akkers toen bemestten met de inhoud van beerputten."

Maar ook de Zenne was vermoedelijk een belangrijke bron van infectie. "De Zenne fungeerde als riool tot in de 20e eeuw, en overstroomde geregeld de lagergelegen buurten van de middeleeuwse en postmiddeleeuwse stad. Daardoor konden de infectieziekten zich er makkelijk verspreiden."

Een eitje van een spoelworm (Ascaris sp.) uit een van de onderzochte beerputten.
KBIN

Kinderen en ouderen

Een infectie met de meeste van deze parasieten, zoals spoelworm en zweepworm, leidt meestal niet tot ernstige medische complicaties, maar kan soms bij kinderen vitaminetekort, bloedarmoede en groeiachterstand veroorzaken.

Infecties met de eencellige parasieten Giardia duodenalis of Entamoeba histolytica hebben vaak grotere medische gevolgen. Ze veroorzaken dysenterie, een ernstige vorm van diarree, die aanleiding kan geven tot uitdroging en in sommige gevallen fataal kan zijn, voornamelijk voor jonge kinderen en ouderen. 

De studie van de onderzoekers van Cambridge, het KBIN, Brussel Stedenbouw en Erfgoed, het Centre de Recherches en Archéologie et Patrimoine van de Université libre de Bruxelles is gepubliceerd in Parasitology. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het KBIN.

Meest gelezen