AFP or licensors

Laat president Trump de stem van Jan Soldaat uit zijn handen glippen? De strijd om de militaire stem is losgebarsten

De Amerikaanse president Donald Trump begon aan zijn eerste ambtstermijn met drie generaals op topposities in zijn regering. Hij trok het defensiebudget op tot een ongeziene hoogte en voegde een militaire parade toe aan de festiviteiten voor de nationale feestdag. Allemaal signalen dat de president de strijdkrachten heel erg waardeert. Toch duiken er telkens weer berichten op over laatdunkende uitspraken en gebaren van de president tegenover generaals of gesneuvelde soldaten. Bij cruciale beslissingen over buitenlands beleid botste hij met de militaire top. En alle generaals zijn intussen uit zijn regering verdwenen. Is Trump de militaire stem aan het verliezen? Joe Biden ruikt in elk geval een kans. 

analyse
Bert De Vroey
Bert De Vroey is buitenlandjournalist voor VRT NWS. Hij specialiseerde zich in de VS en de regio rond de Middellandse Zee, en in internationale migratie.

"Niemand heeft meer voor de strijdkrachten gedaan dan ik." Het is een uitspraak die Donald Trump graag en geregeld herhaalt. Als je afgaat op het defensiebudget dat hij liet goedkeuren, heeft hij een punt. Voor het  begrotingsjaar 2020 werd het recordbedrag vrijgemaakt van 738 miljard dollar (624 miljard euro). Toen Trump in januari 2017 zijn intrek nam in het Witte Huis, nam hij bovendien de gewezen generaal Michael Flynn mee als nationaal veiligheidsadviseur (kort daarna op die positie opgevolgd door generaal Herbert McMaster), terwijl generaal-buiten-dienst James Mattis minister van Defensie werd. Nog een andere gewezen generaal, John Kelly, begon als minister van Binnenlandse Veiligheid en werd later stafchef in het Witte Huis. Her en der werd al, half voor de grap en half uit bezorgdheid, gewag gemaakt van een militaire junta rond de president. 

Slaapkoppen

Aan het einde van zijn eerste ambtstermijn zijn die generaals alle vier opgestapt - gedwongen of uit eigen beweging, of iets daar tussenin. In elk geval stapelden de wrijvingen en botsingen tussen Trump en zijn generaals zich geleidelijk op. Minister Mattis leek een tijdlang bij machte om de soms wat impulsieve keuzes van de president in veilige banen te leiden (denk aan de beperkte raids tegen doelwitten van het Syrische leger), tot ook hij er de brui aan gaf. Aanleiding was de onverwachte beslissing van Trump, na een telefoontje met zijn Turkse collega Erdogan, om de Amerikaanse troepen in zeven haasten uit het noorden van Syrië terug te trekken.

De beelden van Amerikaanse militaire konvooien die bij hun terugtocht uit Syrië door ontgoochelde Koerdische bewoners bekogeld werden met tomaten en vuilnis, zullen voor veel topgeneraals een steek in het hart zijn geweest. Voor Mattis, die de beslissing een geopolitieke blunder vond, was het de spreekwoordelijke druppel. Een duidelijker teken van de vertrouwensbreuk die was gegroeid tussen de militaire top en het Witte Huis was nauwelijks denkbaar. Mattis werd in binnen- en buitenland gezien als de stem van de redelijkheid en tegelijk als een garantie dat de levens en belangen van de Amerikaanse militairen niet onnodig of onbezonnen op het spel zouden worden gezet. 

Trump van zijn kant bleek steeds minder onder de indruk van zijn generaals. Volgens het boek "A very stable genius" zou hij hen ooit de les hebben gelezen: "Jullie zijn een stelletje slaapkoppen en baby's. Met jullie zou ik niet naar de oorlog willen gaan."

President Trump met voormalig minister van defensie Jim Mattis
AFP or licensors

Reusachtig stemmenreservoir

De vraag is nu met wie de militairen zelf het liefst naar een oorlog zouden willen gaan: wie verkiezen zij als hun commander in chief? Voor de presidentsverkiezingen van 3 november is die vraag van groot belang. Er zijn bijna 1,4 miljoen militairen in actieve dienst bij de landmacht, de luchtmacht, de zeemacht of het marinierskorps. Tel daarbij nog ongeveer 860.000 mannen en vrouwen bij de reservetroepen. Bovendien mag je ook de stemmen van hun partners en misschien zelfs hun ouders en/of kinderen bij dat militaire stemmenreservoir rekenen: alles samen een paar miljoen kiezers die redenen hebben om bezorgd te zijn om hoe de strijdkrachten op korte termijn worden ingezet en hoe ze door de regering worden bejegend.

Nog veel groter is de groep van veteranen: Amerikanen die in actieve dienst zijn geweest en daar doorgaans trots op zijn. Hun aantal zou nu rond 18 miljoen schommelen. Het Pentagon heeft bovendien ook nog  zo'n driekwart miljoen burgers in dienst. En dan zijn er nog de wapen- en technologie­bedrijven die wapensystemen produceren voor de strijdkrachten.

Een ruwe berekening: er zijn ongeveer 250 miljoen kiesgerechtigde Amerikanen. Daarvan is bijna één op tien persoonlijk of via het gezin verbonden met de strijdkrachten.

(c) Copyright 2008, dpa (www.dpa.de). Alle Rechte vorbehalten

Wie is er weak on defense?

Traditioneel stemmen militairen makkelijker voor Republikeinse kandidaten. De Republikeinse partij werd de voorbije decennia sterk geassocieerd met Amerikaans leiderschap in de wereld en met een machtig en krachtig defensiebestel. In verkiezingscampagnes moesten Democratische kandidaten zich voortdurend verdedigen tegen de kritiek dat ze militaire dienst ontdoken hadden (Bill Clinton), dat ze hun militaire prestaties hadden aangedikt (John Kerry) of gewoon dat ze geen enkele ervaring hadden met het leger (Barack Obama). Voeg daarbij de kritiek die vanuit de linkervleugel van de Democratische partij gelanceerd werd op Amerikaanse militaire operaties in het buitenland (in Irak, Afghanistan of Midden-Amerika) en het werd bon ton voor Republikeinen om Democraten voor te stellen als weak on defense.  

Met Donald Trump liggen de kaarten lang niet meer zo eenvoudig. Kritiek op militaire operaties in de wereld komt nu net zo goed uit Republikeinse hoek, vanuit een versterkte isolationistische reflex. Trump zelf doet schamper en sceptisch over nodeloze bemoeienis met verre buitenlanden. De president schimpt ook herhaaldelijk op de NAVO, terwijl het vooral de Democraten zijn die nu openlijk in de bres springen voor die alliantie. 

Daar komen dan de respectloze uitspraken bovenop, die Trump over gesneuvelde, gewonde of gevangengenomen militairen zou hebben gedaan. In het artikel van vrijdag in The Atlantic werd beweerd dat hij gesneuvelden uit W.O. I "losers" had genoemd. Het Witte Huis ontkent dat, maar er zijn al wel vaker berichten verschenen met gelijkaardige verhalen. Bovendien kan Trump onmogelijk ontkennen wat hij ooit over de Republikeinse senator en Vietnamveteraan John McCain zei: "Ik hou niet van soldaten die zich laten gevangennemen."

John McCain

Trumps spagaat

Dat alles doet de vraag rijzen waarom Amerikanen met een hart voor het leger nog voor de president zouden willen kiezen. Eén antwoord is het reeds vermelde defensiebudget: Trump draait genereus de geldkraan open voor de strijdkrachten. Hij creëerde met de US Space Force zelfs een gloednieuw krijgsmachtonderdeel - prestigieus en tot de verbeelding sprekend. Een tweede antwoord is zijn gespierde en nationalistische America First-retoriek, die vooral lijkt aan te slaan bij veteranen. Trump houdt dan wel niet van buitenlandse avonturen, hij wil wel een machtig en ongenaakbaar leger dat elke tegenstander - als puntje bij paaltje komt - verpletterend de baas kan. 

In die dubbelzinnige spagaat zoekt president Trump zijn positie tegenover de strijdkrachten: tuk op militair vertoon, maar wars van een hogere Amerikaanse roeping in de wereld. Gebrand op overmacht, maar schijnbaar gespeend van begrip voor militaire offers of verlies. Voor kiezers met een militaire achtergrond maakt dat de keuze niet bepaald eenvoudig. 

AFP or licensors

De militaire swingstem

In 2016 kon Trump in elk geval rekenen op de steun van de meerderheid van veteranen. In die groep van vaak oudere kiezers verwierf hij tweemaal zoveel stemmen als Hillary Clinton. De vraag is of dat ook dit jaar zo zal zijn. Een peiling van eind augustus bij militairen in actieve dienst wees uit dat de steun voor de president aan het afbrokkelen is. 

In beide partijen houden de campagnestrategen de stemming onder de militairen nauwkeurig in de gaten. Want in sommige strijdstaten of swingstates gaat het om een omvangrijk kiezerssegment. In North Carolina bijvoorbeeld, waar Fort Bragg gelegen is, vaak "de grootste militaire basis ter wereld" genoemd. Daar zijn meer dan 50.000 militairen gelegerd. Voeg daarbij hun partners en gezinnen, plus de tienduizenden veteranen van de basis die in de staat zijn blijven hangen, en het belang van de militaire stem wordt overduidelijk. In de laatste peilingen heeft Joe Biden in North Carolina een kleine voorsprong op Donald Trump; een schommeling of swing in de politieke voorkeur van de militaire gemeenschap kan de balans daar in de éne of andere richting doen doorslaan.

Ook in strijdstaten als Florida, Arizona en Wisconsin zijn grote bases gevestigd. Stuk voor stuk staten waar Trump vier jaar geleden als overwinnaar uit de bus kwam, maar waar hij nu door Biden in het defensief wordt gedrongen. Wil Trump die swingstates opnieuw binnenhalen, dan mag hij de stem van Jan Soldaat niet uit zijn handen laten glippen. 

Meest gelezen