De weg naar de Wetstraat 16 en het premierschap: als er geen regels bestaan, worden ze wel uitgevonden

Na 15 maanden politiek getouwtrek zitten 7 partijen eindelijk aan één tafel om het te hebben over de vorming van een nieuwe federale regering. Onder leiding van preformateurs Egbert Lachaert (Open VLD) en Conner Rousseau (SP.A) moet onder meer worden uitgemaakt wie formateur kan worden, en uiteindelijk ook premier. Sommigen voelen zich geroepen, anderen worden uitverkoren. Een ding is duidelijk: er zijn geen echte regels, en dus wordt de zoektocht naar een regeringsleider een politieke discussie.

Vroeger gold de ongeschreven wet dat de grootste politieke partij de premier leverde en indien nodig op zoek ging naar een coalitiepartner. In de naoorlogse periode was de unitaire Christelijke Volkspartij (CVP) lang de grootste, en dus meestal de leverancier van de regeringsleider. Het zijn de jaren van de CVP-staat, met figuren als Gaston Eyskens, Theo Lefèvre en Paul Vanden Boeynants als premier. 

Voor de federalisering speelde de discussie niet over wie de premier mocht opeisen

Historicus Emmanuel Gerard (KU Leuven)

Vanaf de jaren 70 wordt de toestand wat ingewikkelder. Dat heeft te maken met de hervorming van de staat en met het uiteenvallen van de unitaire partijen. Zo is de socialist Edmond Leburton in de periode 1973-74 premier van een tripartite. Nochtans is de christendemocratische familie dan de grootste in de regeringsploeg, maar omdat die al is gesplitst in de Vlaamse CVP en de Franstalige PSC is het gewicht van de nog unitaire BSP-PSB groter. En dus mogen de socialisten de premier leveren. 

"Voor de federalisering speelde de discussie niet over wie de premier mocht opeisen", zegt historicus Emmanuel Gerard (KU Leuven). In de vooroorlogse jaren waren er echter wel ongewone constructies. Zoals in 1937, toen de extra-parlementaire liberaal Paul-Emile Janson premier werd, hoewel de liberalen niet de grootste meerderheidsformatie waren. "Dat is de periode dat de socialisten de grootsten waren", weet Gerard. "Die werden toen beschouwd als het voorgeborchte van het communisme. Voeg daarbij het succes van extreme partijen als Rex of VNV en je krijgt een versnipperd landschap waarin het voor partijen moeilijker wordt om het leiderschap te claimen." 

Ook vandaag is er sprake van een versnipperd politiek landschap, dat dan nog eens in twee taalgroepen is opgesplitst. Voer voor een spelletje politiek pokerspel met als inzet "de 16", dus.  

Vlaams of Franstalig?

Volgens sommige (Vlaamse) politici moet het premierschap deze keer naar een Vlaming gaan, en wel hierom: de vorige drie premiers waren Franstalig (Elio Di Rupo, Charles Michel en Sophie Wilmès) en een Vlaamse premier kan ook een soort compensatie zijn voor de Vivaldi-coalitie van Open VLD, CD&V, SP.A, Groen, PS, MR en Ecolo, die aan Vlaamse kant geen meerderheid heeft. In dat geval komen Alexander De Croo (Open VLD) en Koen Geens (CD&V) in beeld.

Ik ben beschikbaar

PS-voorzitter Paul Magnette

Het argument van de Vlaamse minderheid refereert aan de Zweedse coalitie, die tijdens de vorige legislatuur geen meerderheid aan Franstalige kant had. Dat MR-voorzitter Charles Michel toen uiteindelijk premier werd, heeft echter ook te maken met CD&V, die in 2014 liever Marianne Thyssen afvaardigde als Europees Commissaris, in plaats van Kris Peeters als federaal premier. 

Anderzijds zou je ook kunnen argumenteren dat het premierschap wel degelijk de Franstaligen toekomt, namelijk de PS als grootste partij in de Vivaldi-coalitie. "Ik ben beschikbaar, uiteraard", gaf Paul Magnette al te kennen in "Terzake". "Ik ben voorzitter van de grootste Franstalige partij en de socialisten zijn de grootste politieke familie",

Grootste partij of grootste familie?

Als je ervan uitgaat dat het premierschap de grootste politieke familie toekomt, komt PS-voorzitter Paul Magnette hoe dan ook in beeld. Dat hij ook nog eens de kopman van de grootste partij in de coalitie is, is mooi meegenomen.

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die met de PS van Magnette strijdt om het leiderschap aan Franstalige kant, schuift huidig premier Sophie Wilmès (MR) naar voren. Zijn doel is duidelijk: Wilmès scoort momenteel goed in de peilingen, en zo'n "kanseliersbonus" kan de MR bij toekomstige verkiezingen goed uitkomen.

We moeten dat eens rustig in kaart brengen

CD&V-voorzitter Joachim Coens in "De Standaard"

Het argument van de grootste partij kan een rol spelen bij de rivaliteit tussen Koen Geens (CD&V) en Alexander De Croo (Open VLD). CD&V claimt de grootste partij in de coalitie te zijn aan Vlaamse kant, in stemmen (niet in Kamerzetels). Partijvoorzitter Coens laat zich ook graag ontvallen dat CD&V de partij van de synthese is. Lees: in het centrum van de coalitie staat. Coens brengt ook aan dat de huidige Europese commissaris een Franstalige is: MR-kopstuk Didier Reynders. "We moeten dat eens rustig in kaart brengen ", zegt hij in "De Standaard", een subtiele verwijzing naar 2014, toen CD&V het premierschap aan de MR liet in ruil voor een Europees Commissariaat voor Marianne Thyssen (CD&V). 

Beluister hier het gesprek met wetstraatwatcher Rik Van Cauwelaert in "De wereld vandaag" op Radio 1:

Man of vrouw?

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez schuift uitdrukkelijk Sophie Wilmès naar voren als kandidate om zichzelf op te volgen in de Wetstraat 16. Een Franstalige liberaal als premier kan electoraal lonen bij de strijd met de PS om het politieke marktleiderschap ten zuiden van de taalgrens.

Bovendien is Sophie Wilmès nu al de eerste vrouwelijke premier van het land, hoewel dat maar als invaller is voor Charles Michel, die naar de Europese Unie is verhuisd. Mocht ze nu ook écht premier kunnen worden, kan alleen maar positief zijn voor haar.

Die discussie over een vrouw als premier is puur theoretisch

Politicoloog Nicolas Bouteca (Universiteit Gent)

SP.A-voorzitter Conner Rousseau liet zich zondag in "De zevende dag" trouwens ontvallen dat hij het idee van een vrouw als premier niet ongenegen is. Al is het niet duidelijk of hij daarbij toen ook aan Sophie Wilmès dacht. 

"Die discussie over een vrouw als premier is puur theoretisch", zegt politicoloog Nicolas Bouteca (UGent). Hij wijst erop dat de MR niet de grootste partij is, noch tot de grootste politieke familie behoort. Bij de andere partijen ziet hij niet onmiddellijk een vrouw die voor de Wetstraat 16 in aanmerking zou kunnen komen, tenzij misschien Hilde Crevits bij CD&V. "Naar verluidt blijft Crevits zelf liever Vlaams minister, maar strategisch zou zij misschien een betere keuze zijn dan Koen Geens." 

"Er is maar één regel"

"Eigenlijk is dit een lachwekkende discussie pour le besoin de la cause", vindt historicus Emmanuel Gerard. "Wat maakt het begrip grootste politieke familie eigenlijk uit als je weet dat partijen enkele decennia geleden net zijn opgesplitst in een Vlaamse en een Franstalige vleugel?"

Eigenlijk bestaat er maar één regel: degene die uit een politiek akkoord komt, wordt premier

Docent politieke geschiedenis Frederik Verleden (KU Leuven)

"Soms willen journalisten en academici zo graag regels uitvinden", mijmert docent politieke geschiedenis Frederik Verleden (KU Leuven). "Eigenlijk bestaat er maar één regel: degene die uit een politiek akkoord komt, wordt premier. Meestal komt die dan uit de grootste partij omdat de figuur van premier interessant is omwille van de zichtbaarheid en de agendamacht (wie de agenda bepaalt, kan beslissingen in een richting sturen, red.)."

"Het kan ook dat een partij het opportuun acht om de post van premier niet te claimen", zegt Verleden. "Een partijvoorzitter zal altijd afwegen of het hem goed uitkomt en als hij het niet doet, zal hij er iets in ruil voor vragen." De prijs opdrijven, heet zoiets. 

Wie wordt de volgende bewoner van de Wetstraat 16? Later deze week volgt het antwoord. Als het politiek akkoord voor de volgende federale regering tenminste rond raakt.

Meest gelezen