Getty Images

Moeite om op tijd te gaan slapen? Weet dat uw "opblijfwraak" vervelende gevolgen kan hebben

Na 23 uur 's avonds nog naar een serie beginnen te kijken, een hobby beoefenen of iets uitpluizen voor een van uw vele projecten. Klinkt herkenbaar? Dan hebt u mogelijk last van "opblijfwraak", het uitstellen van uw bedtijd om meer tijd voor uzelf te hebben, en dat kan op termijn vervelende gevolgen hebben. 

"Opblijfwraak", "revenge bedtime procrastination" of uitstelgedrag vertonen wanneer het eigenlijk bedtijd is, is een internationaal bekend fenomeen.  Annelies Smolders, psycholoog, slaapspecialist en auteur van "Start to sleep", kent het fenomeen maar al te goed, vertelde ze vanmiddag in "Nieuwe feiten" op Radio 1. 

"Ik kom dit heel vaak tegen en in deze coronatijden nog meer", zegt Smolders. Al wil ze meteen nuanceren dat we dit gedrag enkel bij de zogenoemde avondtypes zien. "De meeste mensen zijn neutrale types (zij  worden wakker rond 6 à 7 uur en worden moe en gaan slapen rond 22 à 23 uur). Avondtypes daarentegen voelen pas heel laat slaperigheid, en vlak daarvoor, gemiddeld tussen 20 en 22 uur, hebben ze zelfs een zeer alerte fase waarin ze alles uit de kast halen en oppikken wat overdag is blijven liggen, ze zijn op dat moment ook heel creatief en vrolijk." 

Vooral avondtypes zijn dus gevoelig voor opblijfwraak en een van hun partners in crime daarbij is vaak de smartphone, de tablet of de televisie. "We zijn de maker van onze eigen slaap", legt Smolders uit, "en daarom moeten we vanaf 20 uur ’s avonds in principe de dag beginnen af te bouwen. Avondtypes daarentegen beginnen dan zelfs nog opnieuw op te bouwen . En als je die periode ook nog vult met je blootstellen aan blauw licht (het licht van onze smartphones), dan heb je nog meer kans dat je je brein klaarwakker maakt en helemaal niet meer kunt slapen." 

Slaaptekort loert om de hoek

Rechtstreekse negatieve gevolgen van die opblijfwraak zijn slaaptekort en een verstoord bioritme. "Als je je dag langer maakt, en pas midden in de nacht in je bed kruipt wanneer je er ’s ochtends op tijd uit moet, dan heb je een opgebouwd slaaptekort. Als je telkens laat naar bed gaat, dan merk je ’s ochtends dat je te weinig hebt geslapen. Denk je na een tijdje: ik wil er wel eens vroeger in, dan merk je dat je bioritme verschoven is en dat je niet meer zo vlot in slaap geraakt. Je gaat je negatieve slaappatroon conditioneren. En je raakt hierdoor ontregeld."

We stellen fijne dingen blijkbaar vaak uit tot 's avonds laat en nemen dan pas tijd voor onszelf. "Je moet je dag inderdaad anders invullen", stelt Smolders. "Maar een avondtype staat nooit fris op, zij zijn wel lichamelijk aanwezig op de werkvloer, maar vaak niet mentaal. Ze denken vaak ook: ik werk er vanavond wel aan, dan presteer ik 10 keer beter."

Maar volgens Smolders is er wel een oplossing om je dag- en nachtritme onder controle te houden. "Ik ben zelf een grote voorstander van gebruik van licht en lichttherapie in de ochtenduren.  Als je 's ochtends blauw licht gebruikt, bijvoorbeeld je  computerscherm, dan ga je je sneller wakker en alerter maken en dan ga je ook sneller functioneel bezig zijn. Maar ook als ochtendtype kan je dan wat schuiven en dat licht in de namiddag gebruiken om slaperigheid uit te stellen naar een later uur."

Beluister hier het gesprek uit "Nieuwe feiten": 

Meest gelezen