Wat is het fijn om proefkonijn te zijn

Louis van Dievel schrijft elke week een tikkeltje sarcastisch over de kleine en grote actualiteit. Vandaag beschrijft hij zijn wedervaren als proefkonijn voor het coronavirus.

‘Lowie,’ toeterde de burgemeester door zijn megafoon onder mijn raam, ‘Zoerle-Parwijs is megatrots op u. Alreeds heeft de gemeenteraad eenstemmig besloten om u het ereburgerschap toe te kennen. En mocht gij toch komen te overlijden, wat de hemel verhoede, dan zal er in de nieuwe verkaveling een straat naar u genoemd worden.’

Waarna de burgervader de rechterhand op het hart legde, de fanfare begon te spelen en de opgetrommelde oud-strijders beverig salueerden. Ik zwaaide eens naar de verzamelde menigte onder mijn venster en hervatte mijn bezigheid: die van proefkonijn.

Gezwollen hongerbuikjes

Het was allemaal begonnen met die annonce in het Kempens reclameblad: “Universiteit van Oxford zoekt proefpersonen voor coronavaccin. Interessante vergoeding. Extra-legale voordelen. Zich onthouden indien niet ernstig.” Wat doet een mens als hij door corona zijn job is kwijtgespeeld en van geen hout pijlen meer weet te maken? Als moeder de vrouw u dag in dag uit verwijtend aankijkt en de kinderen met gezwollen hongerbuikjes de vuilnisbakken van de geburen doorzoeken? De beslissing was rap gevallen. 

You speak English?

Afijn, een week later stonden er drie professoren in witte jassen aan mijn deur.

‘You speak English?’ wilden ze weten.

‘Yes, yes!’heb ik geantwoord.

 Ik spreek Engels gelijk iedere Vlaming: met veel haar op.

Van de rest van hun uitleg  heb ik niet veel begrepen, wel dat ik mijn broek moest laten zakken voor een spuit met het vaccin dat ze aan het uittesten waren. Amai, die spuit deed geen deugd. Mijn rechterbil werd direct knalrood en begon op te zwellen. Mijn hartslag klom naar 150 en ik moest dringend naar de koer.

‘Is that normal?’ vroeg ik, toch een weinig verontrust.

De professoren van de universiteit van Oxford  keken mij een beetje ontgoocheld aan. Zo van: we zijn nog maar juist begonnen en de proefpersoon heeft al klachten.

‘There may be some minor side effects,’ gaf de middelste van de drie toe.

‘Till next week,’ zeiden ze, ‘cheerio!’

‘What do I have to do?’ riep ik ze achterna.

‘Nothing. Just stay alive, if you please.’

Hoeveel schuift dat?

Ge kunt in dit land niks maar dan ook niks stilhouden. Een dag later stond TV-Kempen al aan mijn deur voor een interview.

‘Hoeveel schuift dat?’ wilde ik weten, want een mens moet het ijzer smeden als het heet is.

‘Daar hebben wij geen budget voor,’ beweerde de reporter van de lokale televisie.

Nu, bij VTM hadden ze dat wél. En dus werd ik voortaan van ’s morgens tot ’s avonds gevolgd door een cameraploeg. Als ik de vuilbak buitenzette, als ik de gazet ging kopen, als ik naar de Delhaize ging voor de commissies. VTM wilde ook graag camera’s in ons huis zetten, tot in de slaapkamer toe, maar daar wilde die van ons niet van weten. Ik werd iedere middag en iedere avond live geïnterviewd in het VTM-nieuws. Hoe ik mij voelde, of er al veranderingen merkbaar waren, of mijn stoelgang nog oké was, of ik besefte dat miljoenen besmette mensen op mij rekenden, dat soort dingen. Eigen lof stinkt, ik weet het, maar ik deed dat lang niet slecht. 

Van heinde en verre

Op den duur kwamen de mensen van heinde en verre om mij – de bekende proefpersoon – eens van dichterbij te bekijken. De politie moest onze straat afsluiten voor het verkeer. En als ik buiten kwam, werd ik voorafgegaan en gevolgd door een combi met zwaailicht. Schoolkinderen zwaaiden met vlaggetjes. Er werd voor mij gebeden in de zondagsmis en in café De Donderwolk kreeg ik de ene na de andere gratis pint onder mijn neus geschoven. Ik vond dat plezant, een bekende Vlaming zijn.  

Of course not

Een week later kwamen die professoren van de universiteit van Oxford terug. Ik werd letterlijk binnenste buiten gekeerd, al mijn organen wilden ze controleren.

‘Am I immune now?’ wilde ik weten.

‘Of course not,’ zei de oudste van de professoren.

Ze moesten alle drie hartelijk lachen.

‘We have given you a placebo, you know.’

‘Thank you for your cooperation. Cheerio!’

‘We hebben denkelijk een historisch moment meegemaakt,’ zei de blonde reporter van VTM in de camera, ‘Lowie, zijt gij nu immuun voor volksvijand nummer één?’

Toen kreeg ik dat hoestje.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen