Tot midden 2021 zullen we minder in de file staan en dit is waarom 

De filedruk op de snelwegen is volgens het Verkeerscentrum momenteel nog steeds 32 procent lager dan op hetzelfde moment in september 2019. Het ziet ernaar uit dat dit niet wezenlijk zal veranderen tot er een coronavaccin is, misschien pas midden volgend jaar. Hoe komt dat? VRT NWS verkent.

expert
Hajo Beeckman
Hajo Beeckman is verkeersexpert bij VRT NWS.

September kondigt zich op de snelweg altijd drukker aan dan de zomermaanden, maar dit jaar valt het voorlopig redelijk mee. In de eerste week was er volgens het verkeerscentrum nog steeds 8,5 procent minder autoverkeer dan in dezelfde week van 2019. Dat lijkt weinig, maar voor de files betekent dit een groot verschil. Het vrachtverkeer heeft zich wel weer helemaal hersteld.

Vorige week nam het autoverkeer zelfs nog verder af, tot 10 procent minder dan in de vergelijkbare periode vorig jaar. Intussen groeiden de files wel, van -53 procent tot -32 procent in vergelijking met 2019. De specialisten van het verkeerscentrum hebben daar geen verklaring voor, maar veel wijst erop dat de langere files vooral te maken hebben met ongevallen en werkzaamheden. Het is redelijk uitzonderlijk dat er in september nog op zoveel plekken op de snelweg gewerkt wordt.

Grote verschillen tussen regio's: de helft minder files rond Brussel, 40 procent in de omgeving van Antwerpen maar wel een verdubbeling rond Gent

Er bestaan wel grote verschillen tusen de regio's. Vorige week stonden er in de omgeving van Brussel de helft minder files dan vorig jaar, rond Antwerpen was dat 40 procent. Rond Gent verdubbelde de filedruk. Dat is zeker te wijten aan de werkzaamheden op de E17 in Gentbrugge en op de R4 in Merelbeke.

Het verkeerscentrum communiceert cijfers over de hoofdwegen maar niet voor de lokale wegen. In sommige steden, zoals Oostende, Gent, Kortrijk, Aalst en Brussel, zagen we op de verkeersredactie wél grote vertragingen. Het beeld is dus niet overal hetzelfde.

We verplaatsen ons minder, maar wat zijn de specifieke oorzaken? En is dit een zeer tijdelijke trend of zal die nog het hele jaar duren?

Mensen vermijden in september ook nog steeds het openbaar vervoer. Het aantal reizigers bij de NMBS bedroeg in de eerste week van september 54 procent van het niveau van vorig jaar. Bij de Lijn was dat ook nauwelijks hoger dan 50 procent. Bij de MIVB is het iets beter: op vrijdag 4 september waren er op het metronet 60 procent van de reizigers in vergelijking met 2019 en voor tram en bus was dat 70 procent.

We verplaatsen ons dus veel minder, maar wat zijn de specifieke oorzaken? En is dit een zeer tijdelijke trend of zal die nog het hele jaar duren?

Telewerk: minder files en wellicht ook na corona

Vandaag zijn we weer in het werkseizoen aanbeland. De relatieve rust op de wegen moet dus zeker met pendelverplaatsingen te maken hebben. De cijfers van Attentia, een grote hr-dienstverlener in België, spreken boekdelen.

Voor de coronacrisis lag het aantal geregistreerde telewerkprestaties bij bedienden en kader- of directieleden op 1 tot 5 procent van de gepresteerde uren. Op het hoogtepunt van de coronamaatregelen in april van dit jaar was dat gestegen tot 40 procent voor bedienden en 61 procent voor kaderleden. Voor arbeiders – die in de bedrijven fysiek nodig zijn – was de evolutie verwaarloosbaar. Dit cijfer is gebaseerd op een steekproef bij 70.000 werknemers. Ook de tijdelijke werkloosheid deed het aantal verplaatsingen verdampen: in functie van de presteerbare tijd waren in april 38 procent van de arbeiders, 22 procent van de bedienden en 7 procent van de kaderleden tijdelijk werkloos.

Pixabay

Er zijn nu nieuwe cijfers voor augustus. De tijdelijke werkloosheid is flink gedaald. Het gaat nog om 5 procent van de arbeiders, 5 procent van de bedienden en 3 procent van het kader. “Dat is een samenloop van de vakantieperiode met het weer aantrekken van de economische activiteit,” zegt Katrien Nijs van Attentia. Bovendien gelden vanaf 1 september strengere regels voor het toekennen van tijdelijke werkloosheid. In de grafiek hieronder zie je hoeveel mensen sinds maart 2020 tijdelijk werkloos waren.

Evolutie van de tijdelijke werkloosheid sinds begin 2020 voor arbeiders, bedienden en kader (c) Attentia

Bedrijven blijven echter massaal telewerk toepassen: 40 procent van het kader werkt thuis maar ook 22 procent van de bedienden. Dat scheelt een slok op de borrel voor de bezetting van wegen en treinen. In sommige centraal gelegen kantoorzones met veel hoogopgeleide kenniswerkers – zoals de Europese wijk in Brussel – werkt nog steeds meer dan de helft van de mensen thuis. 

Maaike Van Coppernolle van Attentia duidt wel: “Het aantal telewerkers is sterk gestegen. Echter, voor de coronacrisis hielden bedrijven niet altijd steeds goed bij hoeveel mensen aan het telewerken waren, het was zeker nog niet overal structureel geregeld. Corona heeft voor veel bedrijven telewerk in een stroomversnelling gebracht. De registratie van het aantal thuiswerkers is dan ook voor bedrijven belangrijker, omdat dit relevant is voor bijvoorbeeld het toekennen van bepaalde vergoedingen n.a.v. telewerk en woon-werkverkeer.” Het is dus goed mogelijk dat de cijfers van begin dit jaar een onderschatting zijn. Om die reden is een vergelijking met 2019 ook moeilijk.

De grafiek hieronder toont de evolutie van het telewerk sinds het begin van dit jaar.

Evolutie van telewerk (arbeider, bedienden, kader) sinds begin 2020 (c) Attentia

Omdat de coronacrisis nog minstens een jaar kan aanslepen, komen er bij hr-dienstverleners zoals Attentia nu veel vragen van werkgevers binnen: hoe kunnen we dat in de organisatie en financieel goed regelen? Bedrijven willen graag mee maar het moet wel leefbaar blijven: woon-werk- én telewerk­vergoedingen dubbelop betalen is niet haalbaar, zegt Katrien Nijs. “Er is vooral nood aan flexibele oplossingen afhankelijk van het afgesproken thuiswerkregime per werknemer. Waarom moet een bedrijf bijvoorbeeld een voltijds abonnement op het openbaar vervoer betalen voor een personeelslid dat een deel van de tijd telewerkt?” Klinkt logisch maar cao's en de regels in veel paritaire comités staan dat soms in de weg.

Attentia en andere bedrijven werken momenteel oplossingen uit, en als die in de loop van dit jaar hun beslag zouden krijgen, dan kan dat het “nieuwe normaal” voor een belangrijk deel van de werknemers worden. Als telewerk echt ingebed raakt, dan zal dat ook gevolgen hebben op de pendelmobiliteit na het coronatijdperk.

Economische conjunctuur hapert: minder verplaatsingen

Naast telewerk spelen er nog andere factoren. België beleeft net zoals andere landen een economische krimp en het aantal vacatures bij de VDAB daalt. Dat bleek uit cijfers van vorige week. Macro-economische tendensen hebben doorgaans een vertraagd effect op verplaatsingen. Dat was ook in 2008 zo: door de kredietcrisis liquideerden bedrijven hun stocks en lieten ze minder goederen aanleveren. De vrachtsector zakte in elkaar en dat leidde zelfs tot een tijdelijke dip in de filecurves.

Hoelang gaat dit nog allemaal duren? En zal ik volgend jaar mijn job nog hebben?

Geert Langenus, Nationale Bank van België

De Nationale Bank van België (NBB) publiceerde afgelopen week op het eerste zicht hoopvolle cijfers. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) zou in het derde kwartaal van 2020 naar verwachting opveren tot 8 procent, nadat de economische activiteit in de eerste twee kwartalen met respectievelijk 3,5 en 12,1 procent was teruggevallen. Geert Langenus van de NBB waarschuwde zondag in De Ochtend op Radio 1 echter voor overdreven optimisme. “Na het initiële herstel na afloop van de zwaarste corona­maatregelen zien we in de laatste conjunctuurindicatoren dat de relance weer begint te haperen. Dat komt door de recente heropflakkering van het virus maar vooral door de onzekerheid bij mensen: zal ik mijn job kunnen houden, hoelang gaat dit nog allemaal duren?" Veel Belgen houden nu al de vinger op de knip en geven minder geld uit, en dat is op termijn nog eens slecht nieuws voor veel bedrijven en de overheid. 

Momenteel worden veel werknemers door de overheid beschermd via regimes zoals tijdelijke werkloosheid, waardoor de globale schade voor de werkgelegenheid nog beperkt is. “Een aantal beschermingsmaatregelen werden al verlengd tot eind dit jaar,” aldus nog Langenus, “maar je kan dat niet eindeloos volhouden.” Sommige waarnemers vrezen dan ook nog voor een extra klap voor de economie in 2021.

Als de economie hapert en het consumentenvertrouwen daalt, dan is dat direct voelbaar op de weg

Als de economie en het consumentenvertrouwen sputteren, dan is dat voelbaar op de weg. Bovendien: oktober en november zijn normaal hoogdagen voor binnenlandse zakenverplaatsingen, beurzen en studiedagen. Dit soort evenementen zal dit jaar niet doorgaan of vervangen worden door online events, ofwel met veel minder mensen die fysiek aanwezig zijn. De kans dat we in de volgende weken spitsen met 300 kilometer file of meer moeten ondergaan, is nagenoeg onbestaande.

Deze grafiek van Johan Van Gompel, docent bij de Universiteit Antwerpen, toont perfect aan hoe de files sinds 2007 meegolven met de economische conjunctuur. 

Minder files omdat we meer fietsen? Er is nog geen bewijs

In de afgelopen weken waren er positieve berichten over meer fietsers, vooral in de steden. Al zijn die cijfers nog niet sluitend en is het moeilijk om te bepalen of deze evolutie ook echt een impact heeft op de files op de weg. VAB berichtte over meer fietsers onder middelbare scholieren maar ook over meer tieners die met de auto naar school gebracht werden, allemaal uit angst voor besmetting op het openbaar vervoer. Vraag is hoe representatief deze bevraging is en of er ook geen seizoenseffect speelt: hoeveel scholieren stappen vanaf oktober of november alsnog over op de bus of auto? 

In Brussel steeg het aantal fietsers op 1 september met 44 procent in vergelijking met dezelfde dag in 2019, zei Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt. Haar bericht was gebaseerd op 7 meetpunten. In de andere grote steden Gent en Antwerpen was die toename niet te zien. Veel steden hebben telpunten op de grote fietsassen. In Antwerpen is bij het kabinet van schepen van Mobiliteit Koen Kennis te horen dat er momenteel maar twee telpunten 100 procent betrouwbaar zijn. Volgens schepen Filip Watteeuw in Gent was er in de eerste week van deze maand bij de telpunten op grote assen sprake van toenames én dalingen van 10 procent.  

Radio 2

Het is simpel: betrouwbare en gebiedsdekkende metingen over fietsverplaatsingen zijn er in België gewoon nog niet. In de volgende jaren zullen die er wel komen wanneer bedrijven en overheden gaan experimenteren met het verzamelen van gegevens via ‘crowdsourcing’. Dat zijn bijvoorbeeld de locatiegegevens van de smartphones van fietsers.

Het is simpel: er zijn in ons land gewoon nog geen betrouwbare metingen over fietsverplaatsingen

Ondanks de gebrekkige cijfers weten we wel dat de fiets al een paar jaar flink aan populariteit wint. Dat blijkt uit eerdere enquêtes van de FOD Mobiliteit en Vias. Gewesten, steden en gemeenten leggen steeds betere fietspaden aan en de provincies investeren aan een recordtempo in fietssnelwegen. 

Sinds 2016 en 2017 vliegen de elektrische fietsen over de toonbank, waarmee pendelaars de autofiles ontwijken. Het grotere fietsgebruik tijdens de piek van de coronacrisis in de lente was echter vooral recreatief. De vraag is nu of corona ook het gebruik van de fiets voor functionele verplaatsingen kan versnellen. Daarvoor moeten we wachten op nieuwe onderzoeksresultaten.

De overheid kan dat proces echter wel vooruithelpen. Gent heeft sinds 20 jaar een circulatieplan en biedt al langer extra ruimte voor fietsers. Steden als Kortrijk, Mechelen en Leuven voerden in hun binnenstad zones 30 en fietszones in. Dergelijke maatregelen kunnen het fietsgebruik in en naar de steden ook na corona vasthouden.

Brussel nam sinds maart 2020 de vlucht vooruit en versnelde de aanleg van al geplande nieuwe fietspaden. Op minder dan een half jaar tijd kwamen er 40 kilometer paden bij. Waar in Vlaamse steden sprake is van een evolutie, tekent zich in Brussel een kleine revolutie af. Dat is mogelijk ook een verklaring voor de recente berichten over verkeersagressie tussen automobilisten en fietsers in de hoofdstad: het gaat zodanig snel dat sommige automobilisten zich in hun relatieve vrijheid bedreigd voelen.

Spitsen op de weg zullen nog het hele jaar rustiger zijn

De essentie is dat we ons minder zullen blijven verplaatsen zolang er geen breed beschikbaar en betrouwbaar vaccin tegen corona is. Volgens de laatste inschattingen komt dat er midden 2021. En dan is er nog een hele tijd nodig om het vaccin te verdelen. 

Tot die tijd zal het virus een impact op alle aspecten van ons leven blijven hebben. We kunnen bijna met zekerheid stellen dat het effect op het autoverkeer op de wegen en het aantal reizigers op het openbaar vervoer nog minstens tot midden 2021 zal duren. Sophie Dutordoir, CEO van de NMBS, verklaarde eerder al dat het zakencijfer van haar bedrijf pas in 2024 hetzelfde niveau van 2019 zal bereiken.

Het wordt een rustige winter op de weg

Door de start van het hoger onderwijs en een voorzichtige relance van de economische activiteiten zal het wegverkeer in oktober en november wellicht nog toenemen, maar de files op de wegen zullen nergens het niveau van vorige jaren bereiken.  Meer nog, na oktober gaan de meeste grote wegwerkzaamheden in een winterslaap, zoals op de E314 bij Wilsele en op de E17 bij Gentbrugge. Dat betekent dat de vertragingen op het wegennet plaatselijk nog zullen afnemen. Het wordt dus een rustige winter op de weg.

Vanaf 2022 naar het “oude normaal” of het “nieuwe normaal”?

Gaan we vanaf 2022 dan naar het oude of het nieuwe normaal? Dat hangt af van de vraag hoelang de coronacrisis precies zal duren en in welke mate wijzelf, bedrijven en overheden nieuwe praktijken die we nu omarmen, kunnen vastklikken. Hoe langer de crisis duurt, des te groter die opportuniteit is.

Hoe langer de crisis duurt, des te groter de opportuniteit

Stedenbouwkundige Jan Vilain (Infopunt Publieke Ruimte – Voetgangersbeweging vzw) merkt in dit artikel op apache.be op dat dankzij de crisis mensen veel beter nadenken over het begrip ‘essentiële verplaatsing’. “Vroeger werd daar niet bij stilgestaan, maar vandaag worden mensen echt gedwongen om na te denken over hun verplaatsing. We zien dat de crisis vandaag een aantal zaken heeft versneld,” aldus Vilain. Hij wijst er ook op dat de verkeersluwe maatregelen in veel steden in het tijdsperk na corona vaak behouden zullen blijven. 

Jelle Jansegers

Als we op die manier – al is het maar een beetje – opschuiven naar het “nieuwe normaal”, is ons mobiliteitssysteem dan beter in balans? Neen. De coronacrisis heeft vooral een impact op maatschappelijke activiteiten en de economie. De effecten op mobiliteit zijn afgeleiden. We managen dat zo goed en kwaad als het gaat, al is het maar tijdelijk.

Als we denken dat corona voor onze mobiliteit de grootste game changer sinds de Tweede Wereldoorlog is, dan zitten we fout

Als we denken dat corona voor de manier waarop we ons verplaatsen de grootste game changer sinds de Tweede Wereldoorlog is, dan zitten we fout. De echte katalysatoren voor die verandering liggen vervat in de Europese klimaatdoelstellingen en in de ‘Green Deal’ van de EU. Zo moet de uitstoot van koolstofdioxide door transport tegen 2030 alvast met 35 procent omlaag. De maatregelen in die plannen zullen in de volgende jaren en decennia een rechtstreeks effect op onze mobiliteit hebben, onder meer via de fiscaliteit, de ruimtelijke ordening en de energieconsumptie in het personenverkeer en in het goederentransport. De echte verandering is dus nog maar net begonnen.

Meest gelezen