Copyright: Sijmen Hendriks

Zien natuurbeschermers door de bomen het bos niet meer?

Gaat het goed of slecht met onze biodiversiteit? Vorige week stelden WWF en partners hun eerste Belgische ‘Living Planet’-rapport voor. De balans blijkt voorzichtig positief. Professoren Hans Van Dyck en Olivier Honnay stellen zich vragen bij het rekenwerk en bij de onhandige communicatie in en over het rapport. Ze wijzen op de achilleshiel van de veel te eenvoudige oefening.

Onlangs presenteerde WWF een nieuw internationaal Living Planet Index (LPI) rapport. De hoofdconclusie liet weinig aan de verbeelding over. De voorbije 40 jaar daalde de LPI, of de grootte van vele populaties vissen, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën, over heel de wereld met gemiddeld 68%. In Europa was het recente verlies (-24%) minder uitgesproken dan in Zuid-Amerika (-94%) of Afrika (-65%). 

De grootschalige impact op biodiversiteit in Europa gaat immers al langer terug in de tijd. Sinds 1998 verschijnt er om de twee jaar een update van de wereldwijde index. Het is geen perfecte barometer voor hoe soorten eraan toe zijn. Ook de Dow Jones zegt niet alles over de economie.

De indicator is slechts een ruwe benadering die ook onder wetenschappers niet helemaal vrij is van kritiek. De methode is immers heel gevoelig aan zowel over- als onderschattingen. Voor wereldwijde analyses is het anderzijds soms roeien met de riemen die je hebt. “Making the best of a bad job” heet dat in het vakjargon. 

Platte curve

Voor WWF is de LPI een sterk merk. De natuurbeschermingsorganisatie wilde er ook graag mee uitpakken op nationaal niveau. Het resultaat van de oefening voor België werd deze week wereldkundig gemaakt. Er werd samengewerkt met de grootste Vlaamse en Waalse natuurvereniging (Natuurpunt en Natagora) en met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Ook enkele individuele experten en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek werden betrokken.

Bij de onlinepresentatie klonk er tevredenheid over de resultaten van het ‘wetenschappelijk onderbouwd’ rapport. Na twee jaar rekenwerk toont de sleutelfiguur een platte curve. Hij gaat zelfs een beetje omhoog. Alleszins geen flagrante achteruitgang van onze biodiversiteit. Dat is nieuws. De licht stijgende curve van de nieuwe index leidt tot bemoedigende woorden en doet de natuurbeschermers op de borst kloppen. Het werd breed opgepikt door diverse media. Voor het brede publiek blijkt de hoofdboodschap helder: het gaat wat beter met de biodiversiteit in België en Vlaanderen.  

In het rapport plooien de auteurs zich echter meermaals in lastige bochten. Zo kiezen ze voor de schijnbare helderheid van een simplistische analyse, maar roepen dan weer op tot nuance en voorzichtigheid. “Deze licht stijgende trend betekent echter niet dat het goed gaat met de biodiversiteit”, schrijven ze.

Dat is vervelend voor een indicator die volgens het rapport de ambitie heeft om een strategisch beleidsinstrument te zijn. Wat kan je daarmee? What you see, is not what you get. Een ongemakkelijke manier van wetenschapscommunicatie voor beleidsmakers en voor het grote publiek.

Verwarrende signalen

Het probleem beperkt zich echter niet tot eerder onhandige communicatie van de resultaten. Er zijn methodologische problemen met hun nieuwe index. Door alleen te kijken naar de periode 1990-2018 zit de index onvermijdelijk opgescheept met het zogenoemde shifting baseline syndroom. De index is uiteraard blind voor belangrijke verliezen voor 1990.

Het rapport erkent dit. Voor de berekening van verandering in ‘de biodiversiteit’ in de periode 1990-2018 wordt alles op een hoopje gegooid. Een beproefd recept om tot een weinig informatieve curve te komen. Men verwacht dat je tussen de lijnen kan lezen om de belangrijkste signalen op te pikken. 

De auteurs missen de kern van de zaak

De auteurs zijn er zich van bewust en melden eerlijk dat door het combineren van erg verschillende gegevens de resultaten met de nodige voorzichtigheid moeten geïnterpreteerd worden. Helaas is van die voorzichtigheid in de conclusies, samenvatting en mediaberichten nauwelijks wat te merken. Zo zijn het vooral vogels die achteruitboeren. Voor de andere groepen valt het beter mee. Wie maalt erom dat er voor de vogels een ander type gegevens wordt gebruikt dan voor de andere soortengroepen.

Gestandaardiseerde tellingen op populatieniveau zijn gevoeliger om veranderingen te detecteren dan opportunistisch verzamelde verspreidingsgegevens. Voor dagvlinders, amfibieën en reptielen beoordeelt het rapport de resultaten als ‘minder eenduidig’ want er gaan zowel soorten vooruit als achteruit en sommige soorten zijn stabiel.

Hier missen de auteurs verrassend de kern van de zaak. Alle biodiversiteitsanalyses in de vakliteratuur tonen zowel winnaars als verliezers in snel veranderende landschappen. Dat is dus niet het punt. Er moet gekeken worden naar het ecologisch profiel van die winnaars en verliezers. 

(lees verder onder de foto)

©Robin Reynders

Het is onvermijdbaar dat de index het verlies van ecologisch gespecialiseerde soorten cijfermatig laat compenseren door het algemener worden van meer generalistische soorten. Met onze huidige ecologische kennis is het jammer dat een nieuwe index voor Vlaanderen en België hiervoor gevoelig is. Het schept onnodig verwarring. Een verhaal van de bomen en het bos.    

Om in de geest te blijven van de mondiale LPI werd er alleen gewerkt met een beperkte selectie van soorten. Dat moet ons informeren over ‘de biodiversiteit’. Biodiversiteit staat voor de variatie waarin het leven zich voordoet op onze planeet.

Naast soortendiversiteit gaat het ook over genetische diversiteit en ecosysteemdiversiteit. Het wordt helder uitgelegd in het rapport, maar helaas niet toegepast. Voor de Belgische index berekent men de gemiddelde verandering in populatiegrootte of verspreidingsgebied van 283 diersoorten.

Er wordt helaas niet gekeken naar veranderingen in de samenstelling van gemeenschappen van soorten. Hoe veranderen gemeenschappen als specialisten vervangen worden door generalisten? Die functionele verschuivingen krijgen in de vakliteratuur veel aandacht omdat ze belangrijke gevolgen hebben voor het functioneren van onze ecosystemen.

De voorgestelde index is helaas ongevoelig voor het homogeen worden van biologische diversiteit. En het is overigens onwaarschijnlijk dat complexe trends in biodiversiteit zich überhaupt kunnen laten samenvatten in één eenvoudige index.

Actie voor biodiversiteit

Het rapport meldt in de samenvatting dat ‘onze inzet voor natuurbescherming vruchten afwerpt’. Als zorgsector voor het biodivers leven op onze planeet verdienen natuurorganisaties erkenning en steun. Dat hun inzet vruchten afwerpt is mogelijk, maar dit aspect werd niet expliciet geanalyseerd in dit rapport. Het lijkt eerder een marketingelement. Het zou nuttig zijn om ook dit aspect helder te analyseren. Voortschrijdend inzicht is van groot belang voor betere beleidskansen voor biodiversiteit.   

Het rapport is teveel bezig met marketing om een goed beleidsinstrument te zijn

Met onze kritische noot, willen we het recente herstel van sommige soorten in België niet onder de mat vegen. Ook positieve biodiversiteitstrends verdienen ruime aandacht. Maar voor ons is het is duidelijk dat de LPI zijn doel voorbijschiet. De index schept meer verwarring dan hij duidelijkheid brengt.

Dat kan niet de bedoeling zijn van een kritisch beleidsinstrument. Het LPI-rapport is zonder twijfel lezenswaardig, maar de belangrijkste boodschap die werd uitgedragen schept zowel bij beleidsmakers als bij het brede publiek onnodige verwarring. Biodiversiteit is een belangrijk en urgent maatschappelijk en wetenschappelijk thema dat ook in Vlaanderen en België een betere aanpak verdient.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen