Foto van een huidige potvis
© 2011 James R.D. Scott

Voorouder potvis zag er heel anders uit: "Extreem lange snuit om kleine, vinnige prooien mee te vangen"

Wetenschappers hebben één van de oudste potvissen ooit beschreven, aan de hand van opgravingen enkele jaren geleden. Het dier leefde zo'n 18 miljoen jaar geleden in de Stille Oceaan, in de buurt van waar nu Peru is, en moet er heel anders hebben uitgezien dan de potvis vandaag. Deze voorouder was veel kleiner en had een extreem lange snuit met smalle, gepunte tanden.

Het Pisco-bekken in Peru: het is één van de belangrijkste vindplaatsen van fossielen van walvissen wereldwijd. Door erosie komen er heel wat van de fossielen bloot te liggen. In 2016 werden hier een schedel, gehoorbeenderen, kaakbenen, wervels, borstbeen en ribben opgegraven van één van de oudste potvissen ooit: de Rhaphicetus valenciae.

Doordat de fossielen uitstekend bewaard zijn gebleven, hebben paleontologen (wetenschappers die fossielen of sporen van organismen bestuderen, red.) nu een beschrijving kunnen maken van hoe de diersoort er moet hebben uitgezien. En die verschilt behoorlijk van de soorten die vandaag nog leven.

Andere jachttechniek

De Rhaphicetus valenciae was tussen 4,7 en 5,7 meter lang. Dat is drie keer kleiner dan de potvis vandaag. "Wat ons meteen opviel, is de extreem lange en smalle snuit", zegt paleontoloog Olivier Lambert van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), dat heeft meegewerkt aan het onderzoek. "Potvissen vandaag hebben een brede snuit".

Reconstructie van de kop van één van de oudste potvissoorten, met opvallend lange snuit (Foto: KBIN)

En er zijn nog meer verschillen. Deze uitgestorven soort had smalle gepunte tanden in zowel boven- als onderkaak, terwijl bij de potvissoorten van vandaag de bovenste tanden zijn verdwenen.

"We vermoeden dat het dier daarmee in ondiepe wateren joeg op relatief kleine en vinnige prooien. Om ze met de smalle punttandjes naar binnen te spelen en relatief intact door te slikken", zegt Lambert. "In tegenstelling tot de levende potvissoorten. Zij 'zuigvoeden' zich op grote diepte met inktvissen."

De manier van jagen verschilt ook met die van latere, uitgestorven potvissen. "Zoals Livyatan melvillei bijvoorbeeld, een superroofdier ontdekt in jongere lagen van dezelfde Peruviaanse woestijn, dat met joekels van tanden op grote prooien zoals walvissen joeg", zegt het KBIN.

"Deze vondst geeft ons een mooie inkijk in het evolutionaire begin van deze fascinerende familie", besluit Lambert.

De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Systematic Palaeontology.

De schedel van Rhaphicetus (rug- en zijaanzicht). (Foto: KBIN)

Op 25 juni 2019 gaf bioloog Dirk Draulans meer uitleg over de evolutie van de walvisachtigen in "De afspraak". Dat gesprek kunt u hieronder herbekijken:

Video player inladen...

Meest gelezen