Weg met het thuiswerken!

Louis van Dievel, schrijver en journalist, schrijft elke week over de kleine en grote actualiteit, met een satirische blik. Vandaag heeft hij het over privacyproblemen. Door corona. En door everzwijnen. En door zijn Betty. Enfin, hij legt het beter zelf uit.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is journalist en auteur. Hij was journalist voor VRT.

Dat is nu al een half jaar dat ik niet meer op mijn werk in Brussel ben geweest. Als het aan mij lag, ik ging morgen al terug. Daar verschiet ge van hé? Gelijk iedereen wild enthousiast doet over dat thuiswerken, ik word er depressief van.

Ik werk voor ’t ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, ik tel de Vlaamse everzwijnen. Niet écht natuurlijk, ik bedoel, ik zit niet met een verrekijker in de bossen of zo. Ik moet er niet aan denken. Ik heb nog nooit een everzwijn van dichtbij gezien. Wat ik doe, is bellen met het Agentschap voor Natuur en Bos en vragen hoeveel zij er gezien hebben. En dat vul ik dan in op een excel sheet. Ik vergelijk dat met de vorige waarnemingen. Ik maak een grafiek. Ik zuig prognoses uit mijn duim. Dat soort van werk. En dat zit ik dus al van einde maart van thuis uit te doen.

In het waskot

Hoewel, van thuis uit. Ik weet niet hoe gij woont, maar ons huis is maar juist groot genoeg voor ons gezin. We zijn met vier: ons Betty, onze Kevin en ons Mira. En we hebben nog een hond ook, onze Bongo. Voor de coronacrisis hadden wij allemaal ons plek in huis. Het was nipt, maar het lukte. De kinderen gingen ‘s morgens naar school, ik ging naar Brussel en ons Betty had het rijk voor haar alleen. Ik moet u niet vertellen wat er in maart gebeurd is.

Ineens veranderde onze wereld in een griezelfilm, gelijk we die tot dan alleen op Netflix hadden gezien. De kinderen lastig tot onuitstaanbaar, ons Betty voor een scheet op haar paard, onze Bongo die de hele dag aan de keukendeur stond te blaffen en te krabben omdat hij niet meer in de zetel kon liggen snurken, en ik veroordeeld tot thuiswerken. In het waskot, want daar heb ik nog juist internet. Ik had mij liever in ons tuinhuis geïnstalleerd, maar daar is geen bereik.

Knorren gelijk een zwijn

Ik weet niet hoe ze dat klaarspelen, maar mijn collega’s op het Vlaams ministerie hebben dus allemaal een eigen bureau. Ik zie dat als er ’s morgens vergaderd wordt via Zoomit. Ik zit daar altijd voor spek en bonen bij. Soms, als hij vindt dat er aan het eind van de vergadering eens mag gelachen worden, zegt mijn chef: “Allez, en tot slot laten we Louis in Zoerle-Parwijs aan het woord. Hoeveel everzwijnen hebt gij gisteren geteld, Louis?’ En terwijl ik dan voorlees wat iedereen op mijn excel sheet kan lezen, begint er altijd eentje te knorren gelijk een everzwijn in de strips van Asterix en Obelix. Grappig! Ge hebt er geen gedacht van.

En altijd moet er ook een collega over de was van ons Betty beginnen. Dat komt omdat ons Betty, helemaal in het begin van de lockdown, met een mand vol vuile was binnenkwam, juist toen ik over mijn everzwijnen bezig was. Ik had het haar nochtans uitdrukkelijk verboden. En als ge denkt dat ze zich zou excuseren en zich rap uit de voeten maken… Terwijl ik zo rood als een tomaat de cijfers dooreen aan het slaan was, propte ons Betty op haar dooie gemak de wasmachine vol. En toen ze klaar was, gooide ze kushandjes naar mijn collega’s! Dolle pret!

Een enkelband

En dan de geburen…

‘Zijt ge uw werk kwijt, Louis?’ kreeg ik al na een week thuiswerken te horen. Uit de manier waarop ze dat vroegen kon ik opmaken dat ze er eigenlijk niet verbaasd over waren.

‘Kunt ge uw huis nog wel afbetalen van de dop alleen?’

Dat zeggen de mensen dus recht in uw gezicht.

Of die keer dat ik mijn voet had verstuikt op het koertje en ik met een dik verband rondliep. Toen deed in de straat het gerucht de ronde dat ik mijn enkelband probeerde te camoufleren. Dat ik in een groene camionet van Justitie zou worden opgehaald van zodra er opnieuw plaats was in de gevangenis van Turnhout.

Een dikke map

Nee, geef mij maar mijn bureau in Brussel. Het is een landschapsbureau, gelijk ze dat noemen. Andere mensen hebben daar een hekel aan omdat ze zich niet kunnen concentreren en dat soort van flauwe zever. Ik niet, wel integendeel. Ik deed niet liever dan de hele dag rondlopen, van bureau naar bureau, van de kast met de bics en de stiften naar de koffieautomaat, van het prikbord naar het raam dat op de boulevard uitgeeft, van de helpdesk naar de pingpongtafel, van de postbakjes naar de toiletten. Vier keer per dag een toer. En overal een babbeltje doen. Hier kwam ik iets te weten, daar kon ik dat nieuwsje door vertellen. Maar altijd met een dikke map in mijn handen, zo’n farde met papieren die ge moet inzien, tekenen en doorgeven. Als ge met zo’n farde rondloopt, is het precies of ge zijt aan het werk, verstaat ge? Niemand kan u iets verwijten.

Wat zegt ge? Of ik mijn werk dan nog wel gedaan kreeg? Och, denkt ge dat er ook maar iemand in mijn everzwijnen geïnteresseerd is?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen