imago/Jochen Tack

Kernenergie moet een plaats behouden in de Belgische energiemix

De eventuele nieuwe regering zal snel moeten beslissen of ze de voorziene kernstop in 2025 behoudt, of dat ze toch besluit de centrales langer open te houden. Volgens Matthias Vanderhaegen die in de sector werkt zijn er heel wat redenen om dat laatste te doen.

opinie
Matthias Vanderhaegen
Medewerker aan de Universiteit van Gent aan de Vakgroep Elektromechanica, Systeem- en Metaalengineering. Hij onderricht samen met Greet Maenhout het vakgebied nucleaire technieken. Werknemer in de nucleaire industrie.

Het artikel van de heren Pauwels en Dorjbayar op de VRT NWS website dat de zin of onzin van kernenergie vanuit een breder en internationaal perspectief bekijkt, bevat véél en correcte feiten. Ze wijzen terecht op de hoge afhankelijkheid die België heeft van kerncentrales, en de wereldwijde uitdagingen waarmee de sector geconfronteerd wordt. Echter, rekening houdende met sommige bijkomende nuances, omtrent de afhankelijkheid, de rentabiliteit, de afbraak en bouw van kerncentrales, leidt snel tot een alternatief antwoord.

Hoe werd ons land zo afhankelijk van kernenergie?

Hoewel de geïnstalleerde productiecapaciteit van de kerncentrales in België vandaag slechts 25% bedraagt, wordt hiermee toch ongeveer de helft van onze electriciteistvoorziening verzorgd (cijfers https://www.febeg.be/statistieken-elektriciteit). Het is dus moeilijk te ontkennen dat ons land afhankelijk is van kernenergie.

Dit was dan ook een bewuste keuze uit de jaren ‘70. Tijdens de oliecrisis gingen we, net als Frankrijk, resoluut voor de nucleaire optie. Hierdoor kon het gebruik van olie voor elektriciteitsproductie vanaf 1985 zo goed als uitgefaseerd worden. Door deze keuze was de elektriciteitsmarkt in zowel Frankrijk als België minder gevoelig voor geopolitieke spanningen. En er zijn geen tekenen dat nucleaire brandstof in de toekomst hiervoor gevoelig zou zijn.

Na de voltooiing van de laatste nucleaire centrales, werd ook het gebruik van steenkool afgebouwd. Deze werd echter gradueel vervangen door aardgas. Dat is die andere brandstof waarvan België grotendeels afhankelijk is, terwijl die wel gevoelig is voor geopolitieke spanningen en er hiervoor geen langdurige reserves aangelegd kunnen worden. Dit kan wel voor nucleaire brandstof, waarvoor de onafhankelijkheid van de markt op EU niveau geregeld wordt via de European Supply Agency. 

Ik kan het er enkel mee eens zijn dat de laatste jaren hebben aangetoond dat een te grote afhankelijkheid van eender welke energiebron, aardgas of kernenergie, geen goed idee is. Maar liggen de problemen van de laatste jaren aan de gebruikte energiebron of aan de mastodonten van energiecentrales die we gebouwd hebben? Een centrale met het vermogen van Doel 4 staat namelijk in voor ongeveer 8.5% van de Belgische elektriciteitsproductie!

Geen wonder dat de impact direct voelbaar is bij een langdurige stilstand. Onze kerncentrales werden namelijk gebouwd met de filosofie dat grote eenheden meer rendabel waren. De marktinzichten zijn ondertussen geëvolueerd, en in sommige gevallen zouden kleinere, modulaire reactoren een betere optie zijn.

Waarom dan nog een levensduurverlenging?

Hoe graag mijn collega’s en ikzelf ook zouden willen starten met de bouw van deze nieuwe nucleaire eenheden - ingenieurs maken namelijk graag nieuwe dingen - moet er een proces doorlopen worden dat toch wel enige tijd in beslag neemt.

Hoewel sommige van de nieuwere modellen reeds goedgekeurd werden in het buitenland, dient een vergunningsproces ook in België doorlopen te worden, bovenop alle andere procedures. Dit neemt allemaal tijd in beslag, bovenop de bouwtijd. Met andere woorden: een nieuwe kerncentrale bouwen – groot of klein – voordat de huidige kerncentrales sluiten, is gewoon niet realistisch. En het zal ook een uitdaging worden om een gelijkaardig vermogen aan gas- of koolcentrales op zulke korte tijd te bouwen.

Het antwoord is dan eenvoudig. De snelste oplossing om voldoende geïnstalleerd vermogen te behouden, is (enkele van) de huidige kerncentrales moderniseren. Het blijkt ook uit onderzoek van EnergyVille dat dit een kostenefficiënte oplossing is. Bovendien is er voldoende technische expertise en ervaring binnen de Belgische nucleaire sector om de levensduurverlenging met 20 jaar veilig uit te voeren. De veiligheidsnormen zijn nog aangeschroefd en de kerncentrales werken zodoende tijdens hun verlengingsperiode onder zelfs betere veiligheidscondities dan ervoor. 

Is dit alles nog rendabel?

De rentabiliteit van een energiecentrale is steeds afhankelijk van de markt. Hoeveel krijgen de producenten per geproduceerde kWh? Hoeveel kost de productie van die kWh? Hoeveel wegen de investeringskosten door? Gelden er speciale taksen of subsidies?

Kerncentrales hebben, net als elektriciteit uit wind, zon of waterkracht, een relatief lage productiekost. Het zijn voornamelijk de investeringskosten en de speciale taksen die doorwegen in de kosten voor de operator, ook voor een levensduurverlenging. Om de zekerheid te hebben dat deze investering kan worden teruggewonnen en om toch ook nog wat winst te maken, moet een levensduurverlenging voldoende lang zijn.

Om die reden wordt de uitbating van kerncentrales in de Verenigde Staten telkens verlengd met 20 jaar. De situatie in België is wat complexer, maar een levensduurverlenging met 20 jaar is ook hier economisch realistischer dan een verlenging met 10 jaar, terwijl het ook een verdergaande modernisering toelaat.

(lees verder onder de foto)

De marktprijs wordt gezet door vraag en aanbod. Bij een overaanbod treden zelfs negatieve prijzen op. Hier is de concurrentie dan ook bikkelhard, toch bij normale marktwerking. Als een centrale verlieslatend wordt door de marktprijzen, dan wordt ze uit dienst genomen. Met de opkomst van goedkoop gas, werden veel kerncentrales in de Verenigde Staten gesloten.

In Europa is de situatie anders. De nucleaire producenten worden getaxeerd en moeten opboksen tegen hernieuwbare energie, die bij negatieve prijzen voldoende subsidies ontvangen om rendabel te blijven. Dit is een verstoorde marktwerking, waarbij verschillende bedrijven winst maken op kosten van de belastingbetaler, terwijl de werkpaarden van onze elektriciteitsmarkt worden gepenaliseerd.

De rentabiliteit van een levensduurverlenging van de kerncentrales berust dus op politieke keuzes. 

Wat dan na de levensduurverlenging?

Hoe je het ook draait of keert, op een moment komt er een einde aan de economische of technische levensduur van een centrale. Daarna moet deze correct ontmanteld worden. Voor deze ontmanteling bestaan meerdere strategieën. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld wacht men maar liefst tot 50 jaar om de centrale te slopen. Hierdoor vervalt het radioactieve materiaal, waardoor het soms eenvoudiger werken wordt.

Deze aanpak wordt niet aanvaard in België. Na de stopzetting van de kerncentrale start in feite onmiddellijk de sloop en na 7 à 15 jaar zou de ontmanteling afgerond moeten zijn. Dit is inderdaad langer dan voor een typische (fossiele) elektriciteitscentrale waar dat slechts enkele jaren is. De industriële haalbaarheid voor een ontmanteling van zulke tijdsduur is al aangetoond in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. Goedkoop is het niet. Het bedrag van zo’n 1.23 miljard dollar werd door de Amerikaanse operator van Three Miles Island publiekelijk meegedeeld in 2018 (Bron: US-NRC Website https://www.nrc.gov/docs/ML1909/ML19095A010.pdf). Voor de afbraak worden dan ook de nodige fondsen voorzien. Dit fonds groeit aan tot de stopzetting.

Als de elektriciteitsvraag het verantwoordt, moeten de gesloten kerncentrales vervangen worden. Waarom niet met nieuwe kerncentrales? De keuze hiervoor is alweer voornamelijk economisch, maar ook strategisch. Het kan namelijk niet ontkend worden dat kerncentrales enorm kostelijk zijn, maar het is een langetermijninvestering in geopolitieke onafhankelijkheid en emissiearme stroom. Dit berust dus opnieuw op politieke keuzes.

De kosten kunnen echter ook snel escaleren ten gevolge van projectrisico’s, zoals vele Westerse nucleaire projecten hebben aangetoond. Europa, en dan in het bijzonder Frankrijk, beheerste dit in het verleden echter heel goed. Momenteel doen voornamelijk de Oosterse en Arabische landen het goed, en ook voor recente Engelse projecten is er voorzichtig optimisme.

De Verenigde Staten is een bijzonder geval met extremen. Bijvoorbeeld Tennessee Valley Authority, de uitbater van Watts Bar, dat ook als voorbeeld wordt aangehaald in het VRT NWS artikel, had namelijk een ambitieus nucleair programma, maar had moeite om de kwaliteit op te volgen. Dit leidde tot vertragingen en grote kosten bij de bouw. De kost steeg zodanig dat het afwerken van de centrales niet gejustifieerd was in vergelijking met de voorziene energievraag. De bouw van de eenheid werd dus voor lange tijd uitgesteld, om recentelijk dan uiteindelijk toch afgewerkt te worden.

Dat zulke knipperlicht-constructie tot een gigantische kost leidt, is allesbehalve verrassend te noemen. Maar ook hieruit heeft de industrie lessen getrokken. Watts Bar was een grote eenheid, gebouwd met de filosofie dat deze meer rendabel zijn, terwijl kleinere eenheden eenvoudiger kunnen inspelen op de vraag naar elektriciteit. De marktinzichten zijn ondertussen geëvolueerd, en in sommige gevallen zouden kleinere reactoren dus een betere optie zijn.

En laat mij hier nog verwijzen naar het plan dat de Europese Commissie onlangs uitbracht om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55% te verminderen (https://ec.europa.eu/clima/sites/clima/files/eu-climate-action/docs/com_2030_ctp_en.pdf). Dit zet de EU stevig op de weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Klimaatneutraliteit vergt vanzelfsprekend een structurele transitie met volledige uitfasering van fossiele brandstoffen, niet enkel voor de energiesector maar ook voor andere sectoren zoals transport, verwarming, en zelfs de staalindustrie. De langetermijninvesteringen in elektriciteitsvoorziening zullen hierbij dus enkel belangrijker worden. 

Langetermijnvisie noodzakelijk

Rekening houdende met het VRT NWS artikel en deze nuances, geven kerncentrales een grotere onafhankelijkheid en bevoorradingszekerheid, zonder potentiële geopolitieke spanningen en zonder CO2-uitstoot. Rentabiliteit is daarbij een duidelijk politieke keuze. De nucleaire industrie is ook voldoende matuur, zodat het ontmantelen van een kerncentrale binnen een redelijke termijn kan uitgevoerd worden. Bovendien zou het onverantwoord zijn om onze recentste kerncentrales nu te sluiten, gezien hun technische staat: ze zijn nog perfect in orde, er is geen enkele technische reden om ze te sluiten. 

Maar er is een langetermijnvisie nodig, zoals het Internationaal Energie Agentschap al aanraadde in 2016 https://www.iea.org/countries/belgium, waarbij er realistische en strategische keuzes gemaakt moeten worden. Hierbij dient zeker gekeken te worden naar de hernieuwbare energiebronnen, en moeten ook minder populaire keuzes, zoals een nieuwe kerncentrale, niet uit de weg gegaan worden. Het is namelijk niet realistisch om te geloven dat de geïndustrialiseerde maatschappij kan draaien op enkel zon, wind en biomassa.

In Aziatische en Arabische landen wordt duidelijk ingezet op nucleaire technologie en willen wij onze strategische autonomie op nucleaire technologie behouden, moeten wij kennis maar ook ervaring bij ons verzekeren. Het is daarom een excellent idee om voor een mix te gaan waarbij er ook plaats is voor nucleair.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen