Het oog van een grijze wolf in close-up.
Public domain

Wolven zorgen al meer dan 1 miljoen jaar voor elkaar in roedels

Wolven leven en jagen tegenwoordig in roedels, groepen die hen toelaten grote prooien buit te maken. Wanneer dat sociale groepsgedrag ontstaan is, is niet duidelijk, aangezien aanwijzingen voor gedrag zelden bewaard worden in fossielen. Een nieuwe studie beschrijft nu specimens van een vroege voorouder van de wolf, Canis chihliensis, uit het noorden van China van zo'n 1,3 miljoen jaar oud. Die hadden slopende verwondingen aan hun kaken en een exemplaar had een verschrikkelijke breuk aan een poot, maar ze overleefden die verwondingen lang genoeg om ze te laten genezen. Dat wijst erop dat deze vroege wolven al samen jaagden, voor elkaar zorgden en voedsel deelden. 

Gebaseerd op zijn skelet, was Canis chihliensis een van de eerste grote hondachtigen met sterke kaken en zogenoemde hypercarnivore tanden, tanden die gespecialiseerd waren voor het eten van vlees en het kraken van beenderen. De fossiele skeletten van de wolven werden gevonden in het Nihewan-bekken, een bekende paleontologische site uit de Kwartaire IJstijd in het noorden van China. 

Verwondingen aan de skeletten geven bijkomende aanwijzingen over hoe het dier zich voortbewoog en hoe het zich gedroeg. In de nieuwe studie worden voor het eerst tandontstekingen bij Canis chihliensis beschreven. Waarschijnlijk hebben de dieren die opgelopen door beenderen te kraken om aan het merg te kunnen, iets wat ook moderne wolven doen als ze een prooi hebben buitgemaakt die groter is dan zijzelf.

Een van de voorouderlijke wolven had ook een zware breuk aan zijn scheenbeen, dat zelfs versplinterd was in drie delen. De breuk moet de wolf, een actief roofdier dat jaagde door prooien te achtervolgen, volledig buiten strijd gesteld hebben, maar toch overleefde het dier, zoals blijkt uit de genezing van het been. Het feit dat de wolf de breuk overleefd heeft, wijst erop dat hij tijdens zijn herstel op een andere manier aan voedsel is geraakt dan door te jagen, en waarschijnlijk was dat met de hulp van zijn roedel.  

"Toppredatoren zijn zeldzaam in het fossielenbestand vanwege hun plaats in de voedselketen. Verschrikkelijke verwondingen die genezen zijn, zijn zelfs nog zeldzamer. Fossielen die groteske verwondingen uit het verre verleden bewaren, fascineren paleontologen al lang en ze vertellen verhalen die zelden verteld worden", zei doctor Xiaoming Wang, de conservator van de afdeling Paleontologie van de Gewervelden van het Natural History Museum of Los Angeles County en een van de leiders van het nieuwe onderzoek. 

Het gezonde scheenbeen (links) en het scheenbeen met de genezen breuk (rechts) van een exemplaar van Canis chihliensis.
Haowen Tong et al, 2020

Reuzenwolf

Om te helpen bij de interpretatie van de verwondingen, onderzochten de wetenschappers ook specimens van een andere grote, uitgestorven hondachtige, de reuzenwolf, Canis dirus

Die leefde in de Amerika's en er zijn talloze fossielen van gevonden in de wereldberoemde La Brea-teerputten in Los Angeles. De reuzenwolven werden er aangetrokken door planteneters die vast waren geraakt in de teerputten, maar ze kwamen dan op hun beurt vast te zitten in de kleverige smurrie. 

De reuzenwolf was geologisch gezien veel jonger dan Canis chihliensis, hij leefde in het gebied rond La Brea van ongeveer 55.000 tot 11.000 jaar geleden. Ondanks dat verschil in ouderdom vertonen de skeletten van de reuzenwolven gelijkaardige verwondingen aan hun tanden, kaken en poten. Van de reuzenwolf was in eerdere studies al vastgesteld dat hij een roofdier was dat in groep grote prooien achtervolgde en leefde in sociale structuren die waarschijnlijk gelijkaardig waren aan die van de huidige grijze wolven. 

Dat wijst erop dat de vroege Chinese Canis chihliensis en de latere Amerikaanse reuzenwolven in dezelfde sociale structuren leefden en op een gelijkaardige manier aan hun voedsel kwamen. Het jagen in groep bij de hondachtigen kan mogelijk teruggevoerd worden tot 1,3 miljoen jaar geleden, in het Vroeg Pleistoceen, lang voor het verschijnen van de moderne wolven, zeggen de onderzoekers. Ze wijzen er wel op dat er nog bijkomende bewijzen nodig zijn om dat te bevestigen. 

"Het is ongelooflijk deze tandontstekingen en gebroken scheenbenen te zien bij deze vroege Chinese wolf - en dan gelijkaardige verwondingen te vinden bij onze reuzenwolven van de Rancho La Brea", zei doctor Mairin Balisi, postdoctoraal onderzoeker bij La Brea Tar Pits and Museum en een van de auteurs van de nieuwe studie.

"Museumcollecties zijn om veel verschillende redenen waardevol. In dit geval hebben ze ons in staat gesteld gedrag te observeren dat gedeeld wordt door verschillende soorten, op verschillende continenten en op verschillende tijdstippen in de geschiedenis." 

De studie over Canis chihliensis is eerder deze maand verschenen in PeerJ. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de Chinese Academie der Wetenschappen. 

404 schedels van reuzenwolven staan tentoongesteld in het museum van de La Brea-teerputten.
Pyry Matikainen (pmatikainen)/Wikimedia Commons CC BY-SA 2.5 generic

Meest gelezen