AFP or licensors

Catalaanse minister-president Quim Torra moet opstappen: Spaanse Hooggerechtshof bevestigt veroordeling

Het Spaanse Hooggerechtshof heeft de veroordeling van de Catalaanse minister-president Quim Torra tot anderhalf jaar onverkiesbaarheid bevestigd. Zijn dagen als leider van de Catalaanse regering zijn daarmee geteld.

De Catalaanse minister-president Quim Torra liet in april 2019 in volle kiescampagne een geel lint aan de gevel van het gebouw van de Catalaanse regering hangen. Het gele lint staat symbool voor de Catalaanse gevangenen die inmiddels tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld zijn wegens hun rol in het onafhankelijkheidsreferendum in 2017 (zie kaderstukje).

De kiescommissie verplichtte Torra dat symbool weg te halen, wegens in strijd met de onpartijdige rol die de overheid diende te spelen tijdens de campagne, maar Torra weigerde. Hij werd daarvoor in december vorig jaar al eens veroordeeld door een Catalaanse rechtbank. Het Spaanse Hooggerechtshof heeft die veroordeling nu bevestigd. Volgens een mededeling van het hof weigerde Torra "herhaaldelijk en hardnekkig" om het gele lint weg te halen en werd hij daarom veroordeeld wegens "ongehoorzaamheid".

Torra mag daardoor anderhalf jaar niet verkiesbaar zijn en geen politiek mandaat uitoefenen. Hij moet ook een boete van 30.000 euro betalen. Concreet betekent de veroordeling dat Torra zal worden afgezet als leider van de Catalaanse regering. Hij zal voorlopig opgevolgd worden door viceminister-president Pere Aragonès. Binnen de twee maanden moet het parlement over een definitieve opvolger stemmen. Als dat niet lukt, komen er allicht nieuwe verkiezingen.

Torra gaf tijdens zijn proces toe dat hij "ongehoorzaam was", maar "dat was omdat het onmogelijk was om een illegaal bevel te gehoorzamen", waarmee hij verwees naar de vrijheid van meningsuiting.

De veroordeling en afzetting van Torra kunnen tot nieuw protest leiden in Catalonië, dat wellicht met argusogen gevolgd zal worden in Madrid. De Spaanse minderheidsregering van premier Pedro Sánchez krijgt onder meer steun van de linkse Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC. Onrust in Catalonië kan dus gevolgen hebben voor de stabiliteit van de regering in Madrid.

Een van de Catalaanse onafhankelijkheidsbewegingen, Omnium Cultural, heeft al opgeroepen om vanavond op straat te komen.

De Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd in een notendop

De Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd woedt al langer dan de voorbije drie jaar, maar werd in oktober 2017 wereldnieuws toen de Catalaanse regering een referendum organiseerde. Een meerderheid van de Catalaanse kiezers stemde toen voor onafhankelijkheid. Enkele weken daarop riep het Catalaanse parlement eenzijdig de onafhankelijkheid uit.

Volgens de Spaanse regering van toenmalig premier Mariano Rajoy was het referendum echter in strijd met de Spaanse grondwet. Madrid stuurde ordetroepen naar Catalonië, die voor het oog van de hele wereld kiezers soms hardhandig aanpakten. Negen Catalaanse politici werden eind vorig jaar tot jarenlange celstraffen veroordeeld voor hun rol in het referendum. De zwaarste straf, 13 jaar cel, ging naar de toenmalige Catalaanse viceminister-president Oriol Junqueras van de ERC.

De toenmalige minister-president Carles Puigdemont werd niet veroordeeld. Hij vluchtte naar het buitenland en verblijft nu al bijna drie jaar in ons land. Hij is intussen Europees Parlementslid. Na veel onenigheid tussen de Spaanse regering en de Catalaanse overheid volgde uiteindelijk Quim Torra Puigdemont op.

Drie jaar na het referendum hebben de separatistische partijen in Catalonië nog altijd een meerderheid in het parlement, maar onderling groeit de onenigheid. De partij van Torra en Puigdemont blijft de confrontatie zoeken met de Spaanse regering, terwijl de linkse ERC (in de peilingen inmiddels de grootste) het over een andere boeg wil gooien en meer in dialoog wil gaan met Madrid.

De naar het buitenland gevluchte ex-minister-president Carles Puigdemont.
AFP or licensors

Meest gelezen