Vanaf vandaag moet je in file verplicht een reddingsstrook vrijhouden, maar hoe doe je dat? 

Vanaf vandaag moet je bij file altijd een reddingsstrook voor de hulpdiensten openlaten. Zodra je op de snelweg in stapvoets of stilstaand verkeer belandt, dan moet je op de linkerrijstrook direct zo veel mogelijk links aanhouden en voertuigen op de rechterrijstrook of -rijstroken moeten zo veel mogelijk naar rechts uitwijken. Maar hoe werkt dat precies? Is de reddingsstrook verplicht bij vertraagd of alleen stilstaand verkeer? Moet het ook bij een file aan een verkeerslicht? Mag ik uitwijken naar de pechstrook of het fietspad? Gaat de politie dat controleren? VRT NWS ontving heel wat vragen van lezers.

Vandaag is het al zo dat als je de sirene van een ambulance hoort, je op de weg direct een doorgang moet vrijmaken. Vanaf vandaag verandert dat: de vrije ruimte in de file moet er altijd en op voorhand zijn, zelfs als er nog geen hulpdiensten te zien of te horen zijn. Je moet de reddingsstrook vormen op alle wegen met twee rijstroken of meer per rijrichting, niet alleen op de snelweg maar dus bijvoorbeeld ook in de stad. Beland je in een erg traag rijdende file, ga dan direct aan de kant. Auto’s op de linkerrijstrook houden zo veel mogelijk links aan en voertuigen op de rechterrijstrook of -rijstroken moeten zo veel mogelijk naar rechts uitwijken. Daarbij moet je de pechstrook maar ook de busbaan en het fietspad in principe vrijhouden.

Dit filmpje van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit toont hoe het principe van een reddingsstrook op de snelweg werkt (lees verder onder de video):

De praktijk in sommige andere Europese landen zoals Duitsland, waar de reddingsstrook al langer bestaat, toont aan dat hulpdiensten zo soms sneller op de plek van een ongeval aankomen en dus levens kunnen redden.

Voor welke hulpdiensten is de reddingsstrook bedoeld?

De reddingsstrook mag gebruikt worden door alle zogenoemde prioritaire voertuigen: politie, brandweer, ziekenwagens, civiele bescherming, etc. Die moeten zijn uitgerust met blauwe lichten en een sirene, maar ze zijn niet verplicht om die altijd te gebruiken. Je moet dus alert zijn. Hulp- en andere diensten die met een oranje zwaailicht rijden, mogen de reddingsstrook niet gebruiken. Zij moeten alsnog over de pechstrook naar een ongeval aanrijden. In sommige gevallen zorgt de politie wel voor een escorte over de reddingsstrook om bijvoorbeeld takelwagens sneller ter plaatse te krijgen.

Op wegen zonder pechstrook lijkt een reddingsstrook logisch maar waarom moet dat ook op wegen met een pechstrook?

Joni Junes van VAB legt dit duidelijk uit: “Wanneer de hulpdiensten naar een ongeval moeten rijden, verliezen ze soms veel tijd in de file. Er is niet overal een pechstrook aanwezig, en als die er wel is, dan is het voor hulpdiensten vaak niet aangeraden om ze te gebruiken. Op de pechstrook kunnen brokstukken liggen die lekke banden veroorzaken, er staan auto’s met pech, waardoor een vlotte doorgang moeilijk is of er is een onderbreking door op- en afritten of brugpijlers. Het principe van de reddingsstrook moet ervoor zorgen dat prioritaire voertuigen altijd een vrije doorgang hebben. 

BELGA

Lode Verkinderen van Transport en Logistiek Vlaanderen (TLV) is blij met de reddingsstrook: “Ga zoveel mogelijk naar links en rechts zodat ziekenwagens bijvoorbeeld hulp kunnen bieden bij een ongeval met gewonden. Bedenk dat als je ooit gewond raakt bij een aanrijding, jij zélf die ziekenwagen snel nodig zal hebben. Soms telt elke minuut.” Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) voegt toe: “Het gebeurt dat mensen in hun wagen onwel worden of zelfs een hartstilstand krijgen. De reddingsstrook kan het verschil maken tussen leven en dood.”

Maak altijd plaats voor de reddingsstrook en bedenk dat als je ooit zelf gewond raakt bij een aanrijding, jij zelf die ziekenwagen snel nodig zal hebben. Soms telt elke minuut.

Lode Verkinderen, TLV

Wanneer hulpdiensten sneller kunnen aanrijden, dan zal de weg in sommige gevallen ook sneller vrij zijn. En dat helpt dan weer files verminderen. 

Op welke wegen moet ik een reddingsstrook vormen?

Op alle wegen, of het nu autosnelwegen zijn of andere wegen, zelfs binnen de bebouwde kom, vanaf het ogenblik dat er tenminste twee rijstroken zijn in de richting die je volgt.

Wanneer moet je op de snelweg een reddingsstrook maken? Alleen in een stilstaande file of ook wanneer er gewoon traag verkeer is?

Wie regelmatig met de auto op de snelweg rijdt, weet dat er verschillende soorten files zijn. Er is stilstaand tot sterk vertraagd verkeer aan een bekend knelpunt, bij wegenwerken of na een ongeval. Veel structurele files op de snelwegen zijn echter zogenoemde accordeonfiles of filegolven waarin je nu eens stilstaat en dan weer even goed kan doorrijden. In welk geval moet je dan een reddingsstrook vormen?

Sofie Lenaerts van de federale politie stelt dat je in principe al voorzichtig naar links en rechts moet beginnen uit te wijken zodra de snelheid van het verkeer onder de wettelijke minimumsnelheid voor een snelweg zakt, en dat is 70 kilometer/uur. Natuurlijk kan je aan een snelheid van 60 of 40 kilometer/uur niet rakelings tegen de middenberm of de kantlijn van de pechstrook gaan rijden maar op die manier heb je het manoeuvre wel al voorzichtig ingezet. 

Let erop dat je al uitwijkt op het moment dat het verkeer nog aan het vertragen is, want eens je stilstaat, is het niet altijd mogelijk om nog naar links of rechts te draaien, dan staat alles vast.
Joni Junes, VAB

Van zodra het verkeer dan erg traag gaat rijden – bijvoorbeeld 10 of 20 km/uur – dan kan je op een veilige manier nog meer naar links of rechts uitwijken. Joni Junes van VAB benadrukt nog: “Let erop dat je al uitwijkt op het moment dat het verkeer nog aan het vertragen is, want eens je stilstaat, is het niet altijd mogelijk om nog naar links of rechts te draaien, dan staat alles vast.”

Wat met de lange wachtrijen aan een verkeerslicht in de stad?

Het begrip “file” staat niet in de wegcode omdat het juridisch erg moeilijk te omschrijven is. In principe is een file wel “een rij van wachtende auto’s”. Op stadswegen met twee of meer rijstroken per rijrichting is het een heel terechte vraag: sta je nu in de file of gewoon voor een verkeerslicht te wachten? “Staat er een wachtrij van pakweg 50 meter aan een verkeerslicht,” zegt Thomas De Spiegelaere van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit, ”pas dan gewoon de huidige regel toe: maak plaats zodra je blauwe lichten ziet of sirenes hoort. Echter, als er op de Gentse of Leuvense ring of op de Antwerpse Singel bij grote drukte over verschillende kruispunten stapvoets verkeer is over een langere afstand, dan is het een goede gewoonte om die reddingstrook voor de hulpdiensten toch vrij te houden.”

Hoe breed moet een reddingsstrook zijn?

Dat is in onze wet niet bepaald. In Tsjechië is de praktijk sinds 2005 verplicht. Er wordt aanbevolen om een strook van minimaal drie meter breed vrij te houden. Voor brede brandweerwagens zal dat in België wellicht krap zijn. Hou er rekening mee dat die wagens alsnog over de pechstrook aanrijden of in de stad kan dat bijvoorbeeld over de busbaan zijn.

Is de reddingsstrook nog nodig wanneer de hulpdiensten zijn voorbijgereden?

Jazeker, want hulpdiensten rijden doorgaans in verspreide slagorde aan. Vaak eerst een MUG-voertuig, daarna volgen soms nog gewone ambulances en dan de politie. Zolang er file staat, moet je de reddingsstrook vrijhouden.

Mag ik de pechstrook, de busbaan of het fietspad gebruiken om een reddingsstrook te kunnen vormen?

Nee, vooral omdat sommige hulpdiensten zoals takelwagens toch nog vrije doorgang nodig hebben op de pechstrook. Dat zijn immers geen prioritaire voertuigen, ze hebben geen blauw licht en mogen dus de reddingsstrook niet gebruiken. In de stad zijn de rijstroken doorgaans wat smaller en daar zouden brede brandweerwagens in sommige gevallen toch over de busbaan kunnen aanrijden.

“In eerste instantie blijf je binnen de grenzen van de rijbaan,” zegt Joni Junes van VAB, “pas wanneer het prioritaire voertuig nadert en er alsnog niet genoeg ruimte is, mag je bijvoorbeeld even uitwijken naar de pechstrook, de busbaan of het fietspad. Je moet wel extra voorzichtig zijn dat je daarbij geen andere weggebruikers in gevaar brengt.” Anders gezegd: het is niet de bedoeling om bijvoorbeeld op de snelweg over een langere afstand over de pechstrook te gaan rijden als het wat trager gaat. Hou zoveel mogelijk rechts tegen de kantlijn. Zodra de hulpdiensten echt voorbij komen en er blijkt even niet voldoende plaats te zijn, dan kan je tijdens de passage toch naar de pechstrook gaan.

Pas wanneer het prioritaire voertuig nadert en er alsnog op de reddingsstrook niet genoeg ruimte is, mag je even uitwijken naar de pechstrook, de busbaan of het fietspad.
Joni Junes, VAB

Enkele lezers wezen er ons op dat met een auto uitwijken of zelfs stilstaan op de pechstrook, de busbaan of het fietspad in principe een verkeersovertreding is. Dat is juist maar in het geval van de reddingsstrook wordt de doorgang voor de hulpdiensten ook geregeld door artikel 38 van de wegcode: “Zodra de sirene het naderen van een prioritair voertuig aankondigt, moet elke weggebruiker onmiddellijk de doorgang vrijmaken en voorrang verlenen. Zo nodig moet hij stoppen.”

Hier ontstaan dus als het ware twee concurrerende regels maar Sofie Lenaerts van de federale politie nuanceert: “Je mag de werking van aparte rechtsartikels in complexe situaties niet in absolute termen beschouwen: als je voor een ambulance gedurende een halve minuut even op de busbaan moet stilstaan, dan gaat niemand daar een opmerking over maken; het is een kwestie van gezond verstand, al moet je natuurlijk steeds voorzichtig zijn.”

Mogen vrachtwagens bij file dan nog op de middenrijstrook rijden?

Sommige lezers drukken hun bezorgdheid uit over vrachtwagens op de middenrijstrook van een snelweg wanneer er bij file een reddingsstrook moet gevormd worden. Dan is er toch onmogelijk voldoende plaats tussen de midden- en linkerrijstrook? 

James Arthur Photography

Op snelwegen met drie rijstroken of meer geldt er in Vlaanderen doorgaans geen inhaalverbod voor vrachtwagens zoals dat op snelwegen met twee rijstroken overdag wel vaak het geval is. De aanpassing van de wegcode door de reddingsstrook legt voor vrachtwagens geen extra inhaalverbod op. Vrachtwagens op de middenrijstrook zullen dus mee zoveel mogelijk naar rechts moeten opschuiven om de reddingsstrook voldoende breed te maken. Een bijkomend inhaalverbod op snelwegen met drie rijstroken zou overigens ook negatieve effecten kunnen veroorzaken. Op sommige wegen - zoals de E17 tussen Antwerpen en Gent - zijn er zoveel vrachtwagens dat er gewoonweg niet voldoende plaats is om alle vrachtwagens op één rijstrook te stockeren. Dat zou kunnen leiden tot wachtrijen op de rechterrijstrook die veel langer zijn dan de files op de andere rijstroken, en dat kan meer meer ongevallen in de staart van de file veroorzaken.

Mag je in de file nog van rijstrook veranderen en de reddingsstrook kruisen?

Stel: je belandt in de file op de linkerrijstrook maar je afrit bevindt zich even verderop. “Ja, je mag de reddingsstrook oversteken,” zegt Thomas De Spiegelare van de FOD Mobiliteit, “op voorwaarde dat je uitkijkt of er net dan geen hulpdiensten aankomen”. En: “Als je links zit, ga dan niet op het laatste moment naar rechts om je afrit te kiezen, voegt Sofie Lenaerts toe, “dan loop je het risico om de reddingsstrook te blokkeren wanneer er niet genoeg plaats is om naar rechts in de soms stilstaande rij in te voegen.”

Wat met auto’s die (nu al) semiautomatisch rijden en dus altijd in het midden van een rijstrook blijven?

Steeds meer wagens zijn uitgerust met geavanceerde rijhulpsystemen die de voorbode zijn van volledig autonome auto’s die er in de toekomst misschien aankomen. Eén van die systemen helpt de bestuurder nu al om altijd netjes het midden van de rijstrook te houden: in het jargon is dat een “lane keeping system”. 

Kijk mama: zonder handjes.

“Volgens de huidige wetgeving is dat geen excuus,” zegt Thomas De Spiegelaere, “in vrijwel alle auto’s kan je die rijhulpsystemen uitschakelen, en dat moet je dan ook doen als je in de file belandt want de Belgische wegcode vereist nog steeds dat je ten allen tijde de controle over je stuur hebt als dat nodig is.”

De autotechnologie evolueert echter erg snel: fabrikanten die auto’s op de Europese markt verkopen zullen in dialoog moeten gaan met Europa of met de lidstaten waar de reddingsstrook geldt om voor dit specifieke probleem een oplossing te vinden. Er komt immers een tijd wanneer rijhulpsystemen zodanig verweven zullen zijn met een gewone autorit dat het uitschakelen van die systemen geen evidentie meer zal zijn.

Krijg ik een boete als ik geen reddingsstrook vorm?

In België zal de handhaving geen sinecure worden. Op de snelweg kampt de federale politie al jaren met personeelstekort. Er is net genoeg personeel voor het helpen van mensen en het bijstaan van andere diensten bij ongevallen en voor het uitvoeren van snelheidscontroles en andere handhavingstaken. 

We kunnen weggebruikers die geen reddingsstrook vormen of er onrechtmatig gebruik van maken 'in de vlucht' beboeten maar preventieve controles op het respecteren van de reddingsstrook komen er niet.
Sofie Lenaerts, federale politie

“We kunnen weggebruikers die geen reddingsstrook vormen of er onrechtmatig gebruik van maken wel “in de vlucht” beboeten wanneer we zelf naar een ongeval aan het rijden zijn,” zegt Sofie Lenaerts van de federale politie. Je nummerplaat wordt genoteerd, en dan volgt direct een boete in de bus. Het is een overtreding van de “eerste graad” en dat kost je 58 euro.

Let op, want als de politie naast de blauwe lichten ook sirenes voert dan beschouwt de wegcode dat als een dringende opdracht. Hinder je in dat geval de politie op de reddingsstrook, dan wordt dit een overtreding van de “derde graad” met een boete van 174 euro.

Echter, preventieve controles op het respecteren van de reddingsstrook komen er niet. “Dat kan ook niet,” zegt Lenaerts, “want wij mogen alleen over de reddingsstrook rijden wanneer er een noodgeval is, niet om eventueel misbruik van de reddingsstrook vanuit een gewone toezichtstaak te controleren.”

Mag ik de reddingsstrook gebruiken wanneer ik met de motor rijd?

Jazeker. Motorrijders mogen al "filefilteren" tussen de linker- en middenrijstrook sinds de zogenoemde Wet Schouppe van 2011. De reddingsstrook biedt hen zelfs een extra veilige ruimte, al moeten ze wel artikel 16.2 van de wegcode blijven respecteren: het snelheidsverschil tussen een motorrijder en het andere verkeer mag niet hoger dan 20 kilometer/uur zijn. Het is dus niet de bedoeling dat motorrijders van de vrije ruimte hun persoonlijke snelle rijstrook gaan maken. En natuurlijk moeten ze de reddingsstrook direct ontruimen zodra er hulpdiensten aankomen.

Net daarover maakt de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) zich wel zorgen. “Veel motorrijders rijden op een erg verantwoordelijke manier maar een minderheid doet dat niet”, aldus Werner de Dobbeleer. “De extra breedte van de reddingsstrook kan voor die minderheid een vrijgeleide zijn voor hogere snelheden. “En net dan wordt het dubbel gevaarlijk want automobilisten zullen af en toe vanuit bijna stilstand nog de reddingsstrook oversteken om een afrit te bereiken,” aldus De Dobbeleer. “Respecteer dus de bestaande regels, hou je ogen en oren open, en hou er rekening mee dat wanneer de hulpdiensten eraan komen, het niet steeds zo eenvoudig zal zijn om direct links of rechts in te voegen omdat de ruimte tussen voertuigen in een bijna stilstaande file doorgaans zeer klein is.” Desnoods moet je als motorrijder in dat geval even naar rechts gaan en dicht tegen de wachtende rij auto’s en vrachtwagens stil gaan staan. Rij nooit aan een hoge snelheid voor de hulpdiensten uit.

Komt er een informatiecampagne?

De overheidsdienst Mobiliteit en het verkeersinstituut Vias voeren sinds 25 september een campagne via sociale media en hun websites. Vandaag gaat ook het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) uit de startblokken met affiches op de bekende borden langs de snelwegen. Op dinsdag 6 oktober zullen die allemaal zichtbaar zijn. “Er komt geen campagne naar de buitenlandse en/of anderstalige weggebruikers,” zegt Veva Daniëls van AWV, “dat is niet mogelijk door de taalwetgeving in Vlaanderen, we rekenen daarvoor op de belangenorganisaties in de sector.”

Er komt geen campagne naar anderstalige weggebruikers want dat is niet mogelijk door de taalwetgeving in Vlaanderen, we rekenen daarvoor op de belangenorganisaties in de sector.
Veva Daniëls, Agentschap Wegen en Verkeer

“Dat gaan wij dan ook doen,” zegt Isabelle De Maegt van FEBETRA (Belgische Federatie van Transporteurs), “vooral naar onze partners in Frankrijk en Nederland, waar de reddingsstrook niet bestaat.” Werner de Dobbeleer van de VSV wijst er ook op dat de reddingsstrook vanaf vandaag in haar opleidingspakketten zit en er komt ook een speciale uitzending van Kijk Uit op Eén op zaterdag 10 oktober.

De affichecampagne langs de snelwegen vanaf vandaag (c) AWV

Danny Smagghe van Touring vraagt wel een gedegen evaluatie van de praktijk. “Er zijn misschien wegen waar het vrijhouden van een reddingstrook gewoon niet kan omdat ze niet breed genoeg zijn. Het blijft de vraag wat daar dan moet gebeuren. Sensibiliseren is in elk geval nodig, eventueel met signalisatie op de rijweg of op borden, zeker op de plaatsen waar er dagelijks structurele files staan.”

In welke andere Europese landen is de reddingsstrook nu al verplicht?

In Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Hongarije is het al een tijd wettelijk verplicht om bij file aan de kant te gaan staan. In Slovenië is het aangeraden. Ook in Zwitserland is dat zo maar in dat land wordt het ook verplicht vanaf 1 januari 2021. Vandaag sluit ons land zich bij dat rijtje aan.

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen...

Meest gelezen