Oorlogstaal schaadt de politiek

Politici maken hoe langer hoe meer gebruik van taal uit de sportverslaggeving. Politieke verslaggevers doen hetzelfde. Het geeft dat spannende arena-gevoel, maar het verzacht de politieke zeden niet, betoogt publicist Philippe Verkinderen. Hij vraagt zich voorzichtig af of de Vivaldi-coalitie voor een kentering kan zorgen. 

opinie
Philippe Verkinderen
Philippe Verkinderen is scenarist en schrijver onder het pseudoniem Johanson. Hij bekijkt de actualiteit door de bril van een verhalenverteller.

“Talent wins games. But teamwork wins championships”, zo parafraseerde Alexander De Croo Michael Jordan de afgelopen week tijdens zijn eerste aantreden als premier. Het duurde niet lang of Bart De Wever stelde daar op Twitter een quote van Shaquille O’Neal tegenover: “You’re gonna pay. One way or the other.”

Voor u het zich luidop afvraagt: ja, zo konden ze inderdaad nog even doorgaan. De kans dat pakweg LeBron James of Kobe Bryant ooit iets hadden gezegd dat ook van toepassing op hun visie zou zijn, is zeer waarschijnlijk. Dat ligt niet aan de politieke affiniteit van Amerikaanse basketballers met de Vlaamse politiek, maar aan het simpele feit dat sportmetaforen nu eenmaal universeel  zijn én zich heel goed lenen voor het verduidelijken van moeilijke gegevens uit het echte leven.  

Dat is uiteraard geen toeval. Onze spelen en sporten zijn net gemodelleerd naar dat echte leven. Het gegeven van een match is niets meer dan een overzichtelijke miniatuurversie van de conflictrijke wereld die we dagelijks moeten trotseren. Ze brengt de ontzagwekkende wereld voor de duur van één rit, match of kamp terug tot een bevattelijke schaal, waarop we van aan de zijlijn kunnen supporteren zonder zelf middenin de stroom te moeten staan.

We kunnen onze opgekropte frustraties én dromen even op een schijnconflict projecteren om aan het einde daarvan een catharsis te ondergaan met een duidelijke eindstand. Hebben we gewonnen? Dan kunnen we even veinzen dat onze sport het belangrijkste ter wereld is. Hebben we verloren? Dan mogen we het gerust afdoen als ‘maar’ een sport en de volgende match afwachten.

Politieke debatten zijn almaar meer "ultieme clashes"

Op zich is er weinig verkeerd aan een citaat of term uit die overzichtelijke sportbeleving gebruiken om een politiek gegeven aanschouwelijk te maken voor een breed publiek. Maar wie het nieuws in dit landsdeel volgt, weet dat er simpelweg amper nog een verschil is tussen onze politieke berichtgeving en de reeks van beschouwende sportprogramma’s waar Vlaanderen sinds het succes van de Rode Duivels of de Ronde van Vlaanderen mee overspoeld wordt.

Politieke debatten zijn alsmaar meer ‘ultieme clashes’ tussen enkele persoonlijkheden die het ‘tegen mekaar’ opnemen in plaats van een uiteenzetting van ideeën. In nieuws- en duidingsprogramma’s durft men zonder enige schroom een hele uitzending te wijden aan de ‘meesterlijke tactieken’ die partijvoorzitters inzetten om mekaar ‘te verslaan’ in plaats van aan de inhoudelijke koers die ze voor hun kiezers hebben uitgestippeld. Zelfs persconferenties rond het coronavirus worden tegenwoordig door politicologen van een voorbeschouwing voorzien waarin nog net geen pronostiek wordt gemaakt van de maatregelen waarmee de politici nu aan gene zijde van de taalgrens zouden kunnen scoren. 

Jasper Jacobs

Door de sporttaal te hanteren schikt niet enkel de communicatie, maar de hele politiekvoering zich steeds meer naar die aanhoudende matchmodus.

Terwijl we dat sportjargon argeloos en zelfs geamuseerd tot ons nemen, voltrekt zich op grotere schaal echter een veel ingrijpendere beweging: het feit dat door die taal niet enkel de communicatie, maar de hele politiekvoering zich steeds meer naar die aanhoudende matchmodus schikt. Ze lijkt zich enkel nog te kunnen uitdrukken binnen die beeldspraak van winnaars, verliezers en tactieken om de tegenpartij te verslaan.

Tekenend op dat vlak was de uitgebreide uiteenzetting van Bart De Wever verleden week in De zevende Dag naar aanleiding van de protestactie van Vlaams Belang. De Wever zou nu “alert moeten zijn op de rechterflank”. De  “strategie” van zijn partij zou zich laten enten op hoe het landschap er vandaag bijlag. De komende tijd zou hij enerzijds “een stuk moeten verdedigen op rechts”, maar anderzijds ook moeten “aanvallen naar het centrum toe”.

Kortom: wie zijn ogen sloot, wist even niet of hij naar De zevende Dag zat te luisteren of naar Extra Time. Maar de collectieve verontwaardiging die steevast losbreekt wanneer De Wever een van z’n straffe oneliners dropt (genre “we gaan ze kapotmaken, hé Theo”), ontbrak dan weer helemaal bij zo’n strategische uiteenzetting, waardoor er alweer compleet voorbij werd gegaan aan het échte drama: dat de meest invloedrijke politicus van dit land zich al jaren kortweg niet kan uitdrukken buiten de termen van tactiek, verovering en speelveldmanipulatie.

In plaats van een staatsman die een beleidsplan heeft waar een meerderheid van het land zich in kan vinden, krijgen we een geobsedeerde strateeg die enkel bezig is met de verovering van een volk door hen enerzijds slim te vriend te houden en hen anderzijds zijn kant uit te manipuleren. 

Of het nu de schuld van de media is of van de politici, het maatschappelijk debat verarmt

Je kan de schuld van deze zorgwekkende trend zowel bij de media leggen die op zoek gaan naar steeds straffere soundbites en polemieken, of bij populistische politici die de media gebruiken om verdeling te zaaien bij de kiezers. Hoe dan ook is het verlies de verarming van het maatschappelijk debat: ideeën krijgen pas een kans als ze spannend zijn binnen het spelformat en politici worden pas voorgedragen als ze vedettes zijn die kunnen “scoren”. 

Toch lijkt er op het eerste gezicht met deze regering voor het eerst in lange tijd iets te veranderen. De Vivaldi-ploeg geeft uitdrukkelijk aan verbindend te willen werken en daarmee dus een stevige stap weg te nemen van de eeuwige wedstrijdmodus. Maar met nog maar enkele dagen in het zadel, is het wel al duidelijk op welke tegenstand ze daarbij zullen botsen.

De oppositie, met Vlaams Belang op kop, cultiveert volop het beeld van zichzelf als ploeg die -volgens hen- onterecht uit het toernooi gesmeten werd na een scheidsrechterlijke dwaling. (Wie zijn team trouwens ooit na een unfaire beslissing uit een toernooi heeft zien gezet worden, weet dat zo’n groepstrauma voor frustraties kan zorgen die gemakkelijk generaties lang kunnen meegaan.)

En ook de media zelf bewezen in de afgelopen dagen dat ze niet meteen van plan waren om  het geweer van schouder te veranderen: sinds het aantreden van de regering bestond de berichtgeving voor een aanzienlijk deel uit de latente strijd tussen socialisten en liberalen binnen Vivaldi of de strijd van Calvo of Bouchez tegen hun respectieve partij. 

Zowel de politiek als de media weten uiteraard dat op korte termijn daar nog steeds de meeste winst te rapen valt; bij brood en spelen, bij verdelen en heersen. Ze kunnen zelfs beweren dat ze daarmee enkel overbrengt wat er leeft bij de mensen, ook al weten ze best dat het polariserende narratief hen vooral helpt in de slag om kijk- en kiescijfers.

Maar ze zouden ook eens kunnen bekijken wat ze met het verlaten van het sportdiscours te winnen hebben. Het is de aansluiting bij een heel andere onderstroom van de bevolking dan diegene die ze nu beweert te kennen. Die van een steeds groeiende groep mensen die zich in de afgelopen jaren in grote getale hebben afgewend van nieuws en politiek door de constante lawine van hysterische berichtgeving en kibbelende politici. Mensen die terug te winnen zijn door de sport over te laten aan de sportredactie en sporters, en zelf een constructieve, kritische, inhoudelijk relevante journalistiek te combineren met politici die genuanceerd met mekaar in discussie kunnen gaan en daarbij de kunst van het oneens zijn beheersen. De vraag is wie het als eerste aandurft om dat risicovolle pad te verkennen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen