Kan Alexander De Croo winnen van N-VA en Vlaams Belang tegen 2024?

Nu de regering-De Croo gestart is, is de vraag of de premier met de Vivaldipartijen terrein kan terugwinnen op N-VA en Vlaams Belang. Het wordt in elk geval een strijd bergop, en succes is niet gegarandeerd. 

analyse
Fabian Lefevere
Fabian Lefevere is VRT-journalist en volgt de politieke actualiteit op de voet

De regering is gestart, en meteen ook de aanval vanuit de oppositie. Die doet haar uiterste best om het verhaal in de markt te zetten, dat dit een coalitie van losers is, waar Vlaanderen niet voor gestemd heeft, dat het beleid de komende jaren handenvol geld gaat kosten aan de Vlaming en dat de afrekening volgt in 2024.

Het verhaal is bekend, maar de dreiging is wel degelijk reëel. De slagschaduw van 2024 hangt over deze regering: als Vlaams Belang en N-VA de regeringspartijen wegvegen, wordt België finaal onbestuurbaar. Vier jaar nog dus, waarin deze regeringspartijen tegen de oppositie moeten opboksen en tegelijkertijd een positiever beeld van de politiek scheppen. 

Is de regering-De Croo daartoe in staat? De aanloop was niet erg gunstig: 493 dagen waarin het imago van de politiek nog verder beschadigd werd. Maar de start zelf van de nieuwe ploeg wekte dan weer wél enthousiasme los, zelfs bij critici. De Croo hield een verbindende speech, en de ploeg oogt met heel veel nieuwe gezichten – en de terugkeer van Frank Vandenbroucke – fris. 

Imago

Het is duidelijk welk imago De Croo voor zichzelf wil: dat van een bijdetijdse regering, met een positief project, die het ruziemaken en de persoonlijke aanvallen achter zich wil laten om eindelijk een beleid tegen corona te voeren. Het optreden van vicepremier Vincent Van Quickenborne (Open VLD) van donderdagavond was veelzeggend. Hij zette er De Wever weg als een “machteloze man” aan de zijlijn, die liever ruzie maakt dan te verzoenen. 

Het is duidelijk welk imago De Croo voor zichzelf wil: dat van een bijdetijdse regering, met een positief project, die het ruziemaken en de persoonlijke aanvallen achter zich wil laten

Dat doet deze regering ook omdat ze weten dat De Wever kwetsbaarder dan ooit is. In de oppositie, na een periode waarin ook hij meegetrokken werd in het moeras van de regeringsvorming, zal hij zichzelf en zijn partij enigszins moeten heruitvinden. Kiest N-VA voor een radicalere of toch wat gematigdere koers?

In de pure confrontatie – met quotes als “we maken ze kapot” - zit in elk geval een risico. De centrumkiezers bij N-VA zullen dat op een gegeven moment beu geraken. Zoals voormalig parlementslid Peter Dedecker, nog niet zo lang geleden uit de actieve politiek gestapt om in de privé te gaan werken. Hij heeft bijvoorbeeld kritiek op de stijl van Theo Francken. 

Maar hoe enthousiast het openingsoffensief van De Croo en co ook onthaald werd – bij degenen die al overtuigd waren, maar toch ook een beetje meer dan dat – het worden vier lastige jaren. Die eerste dagen van de nieuwe regering zijn niet veel meer dan een PR-campagne, waarin aan het imago geschaafd wordt. En communicatie mag dan wel levensbelangrijk zijn, om geloofwaardig te blijven, moet ze op een project gebouwd zijn. 

Wittebroodsweken

En het moet nu snel gaan. Van wittebroodsweken kan geen sprake zijn, na een prelude van 493 dagen en in volle coronatijd. Er zullen snel maatregelen moeten komen om “Operatie Imago” te ondersteunen.

Eigenlijk is het project van de regering-De Croo duidelijk. Het is de eerste opdracht van deze regering om de gezondheidscrisis efficiënt aan te pakken, met één oog op de budgettaire orthodoxie, en de occasionele chaos van de voorbije maanden te doen vergeten. Dat is crisismanagement, geen project in de ware zin van het woord, maar als de regering hier in slaagt, staat ze al een stuk verder. 

De eerste opdracht van deze regering is duidelijk: de gezondheidscrisis aanpakken

Maar de opdracht mag dan duidelijk zijn, het grote risico voor De Croo is dat de meerderheidspartijen onderling ruzie gaan maken. Het regeerakkoord geeft daar ook aanleiding toe. Heel wat belangrijke beslissingen zijn nog niet genomen. 

De passages over een vermogenswinstbelasting of de uitstap uit de kernenergie zijn vaag, ook de tekst over asiel en migratie laat veel ruimte voor interpretatie. Over het minimumpensioen – netto? bruto? hoeveel? – werd zelfs al een robbertje uitgevochten door Georges-Louis Bouchez (MR) en Paul Magnette (PS). 

De Croo moet hopen dat zijn regeerperiode niet gewoon een voortzetting wordt van de regeringsonderhandelingen, waarin alle ruzies op straat belandden en er met modder gegooid werd. Daarom niet door N-VA, maar ook door mensen die nu in de regering zitten. 

Binnenskamers

Niemand hoeft er flauw over te doen: ondanks het beeld van samenhorigheid dat de Vivaldiregering wil uitstralen, hangt ze inhoudelijk als los zand aan elkaar. Er loopt een duidelijke lijn tussen links en rechts, en tussen noord en zuid. Wil De Croo succes hebben, zal hij de onvermijdelijke meningsverschillen toch binnenskamers moeten houden. Voor balorige voorzitters – en zo hebben we er af en toe wel een gezien de jongste weken – is in dat project eigenlijk geen plaats. 

Als De Croo terreinwinst wil boeken, zal hij meer moeten klaarspelen dan het overstijgen van het geruzie en een economische relance. Hij zal ook een aantal van de oorzaken van het succes van N-VA en Vlaams Belang moeten aanpakken: de wankele staatsstructuur, de ongelijkheid, de idee terugbrengen dat de belastingen rechtvaardig zijn, het gevoel van straffeloosheid in moeilijke wijken verzachten en de migratiekwestie ten gronde aanpakken. 

Alsof dat niet volstaat, moet hij daarbij keer op keer een interne tegenstelling binnen zijn regering overwinnen. Met CD&V voor de staatshervorming, om er maar een te noemen, met Ecolo voor migratie of met PS en SP.A voor het budget. Of hij dat in vier jaar tijd kan klaarspelen? Er zal in elk geval een uitzonderlijke prestatie voor nodig zijn. 

Meest gelezen